Godée-Molsbergen, Everhardus C.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Utrecht 18 september 1875 – 's-Gravenhage 8 maart 1940).

Was, na zijn studie Nederlandse taal- en letterkunde en geschiedenis en zijn promotie (1902) aan de Rijksuniversiteit te Leiden, van 1904 tot 1910 werkzaam in Zuid-Afrika. Godée doceerde geschiedenis aan de universiteit te Stellenbosch en deed archiefonderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van de eertijds Nederlandse overzeese bezitting. Hij publiceerde veel over de grondlegger van de kolonie Jan van Riebeeck (1618-1677). Terug in Nederland werkte hij in het voortgezet onderwijs en was hij privaatdocent in de koloniale en Zuid-Afrikaanse geschiedenis aan de gemeentelijke universiteit te Amsterdam. In 1913 was hij leraar te Terneuzen en privaatdocent koloniale geschiedenis te Leiden (1913-1916).

In 1916 aanvaardde Godée een benoeming tot buitengewoon hoogleraar koloniale geschiedenis aan de von Bissing Universiteit. Hij zag het als zijn plicht de belangen van de 'Nederlandse stam', ook in Vlaanderen, te dienen. Hij koos volledig voor het activisme en stelde zich achter het radicale Jong-Vlaanderen. Hij nam deel aan de Jong- Vlaamse congressen en heeft vermoedelijk met zijn collega Johan Labberton de Jong-Vlamingen tot enig afstand nemen tegenover Duitsland weten te bewegen (congres van 12 november 1916). Menigmaal fungeerde hij als tussenpersoon om conflicten tussen de Jong-Vlamingen en Jan D. Domela Nieuwenhuis Nyegaard bij te leggen. Hij was voorzitter van de Gentse afdeling van Jong-Vlaanderen en had zitting in de eerste en tweede Raad van Vlaanderen. In Gent stond hij achter de Nationalistische Bond van Jan Wannyn.

In november 1918 week Godée naar Nederland uit. De Belgische overheid veroordeelde hem bij verstek tot 15 jaar gevangenisstraf.

Zijn keuze voor het activisme maakte een onmiddellijke voortzetting van een academische loopbaan in Nederland niet gemakkelijk. Hij vertrok dan ook naar Nederlands-Indië (Indonesië), waar hij eerst weer werkzaam was in het voortgezet onderwijs. Van 1922 tot 1936 was hij verbonden aan het Landsarchief te Batavia (Djakarta).

Godées wetenschappelijke verdiensten liggen op het terrein van onderzoek en publicaties over de Verenigde Oost-Indische Compagnie en de betrekkingen tussen de Republiek der Verenigde Nederlanden, Zuid-Afrika en Oost-Indië. Tegelijk was hij een ijverig propagandist voor de culturele en taalkundige banden tussen Nederland en de overzeese gebieden en in het bijzonder Vlaanderen en Zuid-Afrika. Het Algemeen-Nederlands Verbond (ANV) eerde zijn verdiensten op dit gebied met de gouden medaille.

Literatuur

Eekhout, 'In memoriam Godée-Molsbergen', in Dietsche Tijdingen, nr. 20 (1940), p. 137-139; 
F.W. Stapels, 'Dr. E.C. Godée-Molsbergen', in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, 1940- 1941 (1941), p. 25-27; 
J. Ploeger, 'Everhardus Cornelis Godée-Molsbergen', in Dictionary of South African Biography, III, 1977, p. 329-330; 
D. Vanacker, Het aktivistisch avontuur, 1991.

Auteur(s)

Pieter van Hees