Gijselen, Blanka

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Antwerpen 26 november 1909 – Antwerpen 29 mei 1959).

Studeerde na een zware ziekte, die van haar 18de tot haar 21ste jaar duurde, in Antwerpen aan de Katholieke Vlaamse Hogeschool voor Vrouwen en aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium (toneel en voordrachtkunst). Gijselen leverde journalistiek werk voor diverse bladen en gaf lezingen over auteurs als Cyriel Verschaeve en Henriëtte Roland Holst. In 1936 werd ze opnieuw ziek. Tijdens haar herstelperiode schreef ze haar eerste gedichten. Haar eerste bundel, Door roode vuur, oogstte veel bijval door de in de toenmalige literatuur van vrouwen in Vlaanderen ongewone sterke en sensualistische toon.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog stapte Gijselen (die zwaar beproefd was door de vroegtijdige en tragische dood van echtgenoot en kind) in de collaboratie. Zij werkte mee aan onder meer Volk en Staat, Vrouw en Volk, Balming en De Vlag. In 1942 publiceerde zij Zangen van mijn land, in een zwaar retorische en politiek geladen stijl. In haar oorlogswerk bekende zij zich tot het nationaal-socialisme en steunde zij onder meer het Vlaamsch Legioen, waarvan zij de manschappen "de belijders van 't nieuwe Geloof" noemde in een gedicht bij het vertrek van het eerste contingent.

In september 1944 vertrok Gijselen naar Duitsland en na de oorlog verbleef ze in Frankrijk, tot ze op 14 mei 1946 werd aangehouden en naar België teruggezonden. Ondertussen had zij bij verstek de doodstraf gekregen. Eind 1946 werd ze in het proces van Volk en Staat veroordeeld tot twintig jaar hechtenis, een straf die in beroep werd herleid tot twaalf jaar. Na drie jaar kwam ze in 1949 vrij. Haar in de gevangenis geboren en gestorven (tweede) kind inspireerde haar tot een bekend geworden Ballade van de moeders voor de ruit: "Heer, Die 't antwoord zijt aller vragen,/ snijd die kiem van den haat in ons uit./ Mogen nooit onze daden er schuld aan dragen/ dat àndere moeders staan voor de ruit." Gijselen schreef sindsdien vooral nog religieuze belijdenispoëzie. Ook verschenen van haar een tweetal romans en kindertheater. In 1956 kreeg zij voor haar bundel Orgelpunten de driejaarlijkse literaire prijs van de provincie Antwerpen. In 1965 hebben artistieke vrienden een Blanka Gijselenprijs voor Poëzie gesticht.

Werken

Door roode vuur, 1936; 
De eeuwige Eva, 1938; 
Zangen voor mijn land, 1942; 
Ballade achter de staven, 1950; 
De Engel werft, 1952; 
Adieu Filippi, 1955; 
De helse plantage, 1960.

Literatuur

X, 'Krijgsraad van Antwerpen. Blanka Gijselen veroordeeld tot 20 jaar hechtenis', in De Nieuwe Standaard (12 december 1976); 
M. Gijsen, Kroniek der Poëzie, 1965.

Auteur(s)

Frank Seberechts