Geerardyn, Maurits

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Noordschote 7 februari 1896 – Brugge 15 maart 1979).

Werd tijdens zijn humanoriastudies in augustus 1914 oorlogsvrijwilliger. Aan het front kwam Geerardyn onder de indruk van de radicale geschriften van Cyriel Verschaeve. Na een ontmoeting met de kapelaan werd hij zijn secretaris en rechterhand. Hij idoliseerde Verschaeve en verspreidde diens "oorlogsindrukken" onder Vlaamse soldaten en studenten. Geerardyn volgde Verschaeve ook in diens radicalisering en verdedigde bijgevolg de scheiding van Vlaanderen en Wallonië en het activisme (in Kort begrip van de Vlaamse Beweging in 't jaar 1917). Hij ondervond hierdoor problemen bij zijn oversten, werd door de geheime legerpolitie gearresteerd (6 augustus 1918) en te Veurne gevangengezet. Daarna was hij een van de Houthakkers van de Orne (Frankrijk), de tien gestrafte Vlaamse frontsoldaten die wegens "twijfelachtig patriottisme" naar een strafkamp werden gestuurd.

Als gevolg van de Kamerinterpellatie van Alfons van de Perre na de oorlog werd Geerardyn op 21 juli 1919 vrijgelaten, om echter in februari 1920 opnieuw te worden gevangengezet. Er volgde een proces voor de krijgsraad, maar in 1921 werd hij vrijgesproken. Dit proces bezorgde Geerardyn een symboolstatus, vooral gecultiveerd in het katholieke en radicaal Vlaamsgezinde studentenblad De Vlaamsche Vlagge.

Geerardyn vertegenwoordigde in het interbellum steeds de radicale en Dietse lijn binnen het West-Vlaamse Vlaams- nationalisme. Hij hervatte zijn priesterstudies aan het Klein Seminarie van Roeselare en werd in 1924 de vertegenwoordiger van de seminaristen in het gouwbestuur van het Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond. Daarna studeerde hij kerkelijk recht aan de Katholieke Universiteit Leuven, maar moest omwille van zijn steun aan het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond Leuven verlaten. In 1925 werd hij kapelaan te Brugge. Hij richtte mee het weekblad Jong Dietschland op en behoorde samen met Victor Leemans, Odiel Spruytte en Leo Dumoulin tot de kernredactie. Naast Spruytte liet Geerardyn (onder het pseudoniem van Maurits van Schelvenhoeve) zich kennen als de meest radicale Groot-Nederlander van de redactieploeg. Hij behoorde tot de radicale Vlaams- nationalistische kern in West-Vlaanderen.

Toen de Brugse bisschop Gustave Waffelaert in 1925 in een brief het Vlaams-nationalisme afkeurde, ontstond er een scherp conflict onder meer met de West-Vlaamse kern geestelijken rond Geerardyn. Deze laatsten meenden dat de keuze voor het Vlaams-nationalisme een kwestie van gewetensvrijheid was. Via zijn geschriften verscherpte Geerardyn de komende jaren het conflict met zijn geestelijke overheden. Zo weigerde hij de herdelijke brief van Waffelaert (1927), waarin het Vlaams-nationalisme opnieuw werd veroordeeld, van op de kansel voor te lezen. In 1929 werd hij als kapelaan-onderpastoor naar Rollegem overgeplaatst. Reeds in mei van datzelfde jaar werd hij geschorst omdat hij schriftelijk toegaf een Vlaams-nationalist te zijn en weigerde bij de verkiezingen de katholieke partij te steunen. Prompt werd door Jong Dietschland een Geerardyn- steunfonds opgericht.

Op aangeven van pater Jozef van Opdenbosch schreef Geerardyn in 1926 de radicaal anti-Belgische brochure Het Kompas van den Vlaming, door Robrecht de Smet gebruikt als handvest van de in 1928 samen met Geerardyn opgerichte Jong Vlaamsche Gemeenschap. Deze organisatie werd gemodelleerd naar het voorbeeld van de Jungdeutsche Orden van Arthur Mahraum. Geerardyn en De Smet vertaalden de basisteksten van Mahraum die inhoudelijk goed aansloten bij hun traditionalistische ultramontaanse anti- Verlichtingsgedachten. De hiërarchisch opgebouwde Gemeenschap, waarin de nadruk op het gemeenschapsidee lag, was voor Geerardyn een soort voorafspiegeling van de Groot-Nederlandse staat. Van 1929 af schreef Geerardyn geen bijdragen meer voor Jong Dietschland, maar nog wel voor de concurrent Vlaanderen. Pas eind 1930 trok hij zich uit de redactie van Jong Dietschland terug.

Toen De Smet in 1931 de Jong Nederlandsche Gemeenschap stichtte, verliet Geerardyn de organisatie om zich bij het Verdinaso aan te sluiten. In 1931 moedigde hij overigens ook Cyriel Verschaeve tot toetreding aan.

Geerardyn emigreerde in 1930 naar Nederland, waar hij leraar werd aan het seminarie van Utrecht. Tijdens deze periode bleef hij vriendschapsbanden met Verschaeve en Joris van Severen onderhouden. In 1941 behaalde hij in Nijmegen het doctoraat in de wijsbegeerte en werd kandidaat in het burgerlijk recht. Onmiddellijk daarna keerde hij naar Vlaanderen terug, maar oefende geen kerkelijk ambt meer uit. Hij stichtte in 1941 te Antwerpen een geheim Dietsch Eedverbond dat voornamelijk bestond uit oud-Dinaso's en waarvan de leden enkel de Groot-Nederlandse visie gemeen hadden. Niet de collaboratie op zich, maar de verwaarlozing van het Dietse ideaal door het Vlaamsch Nationaal Verbond en de Duitsers was de basis van het 'verzet' van Geerardyn. Geerardyn onderschreef de nationaal- socialistische ideologie en stelde de oprichting van een Dietse SS voor. In 1944 werd hij gearresteerd, gevangengezet, maar buiten vervolging gesteld en in 1946 vrijgelaten. Hij kreeg geen toelating meer een geestelijk ambt uit te oefenen en gaf tot 1949 les aan het Sint-Lukasinstituut te Brussel. Daarna vertrok hij naar Amerika (New Mexico) om leraar en directeur van een college in Santa Fé te worden. In 1952 ontving hij daar de titel van doctor honoris causa of Education Fremont. Hij keerde in 1957 naar Vlaanderen terug, waar hij tot zijn pensionering in 1962 pastoor van Mannekensvere was. Na de Tweede Wereldoorlog verdedigde Geerardyn het standpunt dat Vlaanderen zich binnen een federale Benelux-structuur moest ontplooien. Hij steunde ook de Stichting Ons Erfdeel. In 1965 ondernam hij een poging de gefragmenteerde Dietse jeugdbewegingen in Vlaanderen te verenigen, met een door hem opgestelde basisverklaring, Naar nieuwe horizonten.

Werken

Artikelen in Jong Dietschland; 
M. van Schelvenhoeve, Het Roomsch-Katholiek Vlaamsch Nationalisme, 1926; 
id., Kompas van den Vlaming, 1929; 
id., 'Das Wesen der flämischen Bewegung', in Schweizerische Monatshefte (1930).

Literatuur

'Het geval Geerardyn', in De Schelde (8 juni 1929); 
'Geerardyn: frontsoldaat en banneling', in De Standaard (23 maart 1979); 
'Maurits Geerardyn, Vlaming, Dietser, Europeeër', in 't Pallieterke (12 april 1979); 
L. Vos, Bloei en ondergang van het AKVS, 2 dln., 1982; 
'Archief Maurits Geerardyn naar Antwerpen', in De Standaard (26 januari 1984); 
C. Verschaeve, Oorlogsindrukken, 1996.

Verwijzingen

zie: Houthakkers.

Auteur(s)

Nico Wouters