Fredericq, Albert

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Menen 7 mei 1844 – Gent 11 maart 1911). Oom van Paul Fredericq.

Studeerde aan het college te Kortrijk, waar hij de eerste prijs voor Nederlands won. In 1871 werd Fredericq doctor in de rechten te Leuven. Hij was er de ziel van het taalminnend studentengenootschap Met Tijd en Vlijt en ijverde voor de oprichting van een leerstoel voor Nederlandse taal en letterkunde. Als advocaat – meestal pleitte hij in het Nederlands – verzamelde Fredericq in 1873 de handtekeningen van 74 Gentse advocaten onder een verzoekschrift van de balie aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers voor een wet op het gebruik van de Nederlandse taal in strafzaken (wetsvoorstel-Edward Coremans). Dit initiatief leidde tot de stichting van de Vlaamse Conferentie der Balie van Gent (1873). Fredericq was er de eerste secretaris-penningmeester van, en van 1888 tot aan zijn dood voorzitter. Hij verenigde de Vlaamse pleitgezelschappen van Antwerpen, Brussel en Gent in de Bond der Vlaamsche Rechtsgeleerden en steunde de organisatie van de Vlaamsche Rechtskundige Congressen. Als liberaal lid van de Oost-Vlaamse provincieraad (1879-1898 en 1904-1911) kwam Fredericq op voor de vernederlandsing van het rijksbestuur en van het openbaar leven. Hij was ook bedrijvig in het Willemsfonds. Op de volksvergadering van de Bond der Vlaamsche Liberale Maatschappijen van Gent (1891) bepleitte hij de vernederlandsing van de procedure voor de militaire rechtbanken.

Werken

Arm Volk, 1870; 
'De militaire strafrechtspleging in België', in Nederlandsch Museum (1874).

Literatuur

G. Baert, 'Fredericq, Albert', in NBW, VI, 1974.

Auteur(s)

José Verschaeren