Flandre libérale, La (1874-1974)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

liberaal blad opgericht te Gent door de gebroeders Hippolyte en Albert Callier (1 december 1874 tot 1 juli 1974, met onderbrekingen tijdens het interbellum).

Eigenaars waren de stichters en vanaf 1894 de naamloze vennootschap La Presse libérale gantoise, met burgemeeser H. Lippens als voorzitter van de raad van beheer. Begin 196O nam Belge d'Edition (Sabed), uitgeefster van Le Matin, de uitbating en het beheer over. In 1965 werd Belge d'Edition, de Diffusion et de Publicité (Sobeledip) opgericht, waarin Sabed en La Nouvelle Presse anversoise, uitgeefster van La Métropole, gelijk vertegenwoordigd waren. Per 1 januari 1966 werden La Flandre libérale, Le Matin en La Métropole, twee aan twee, Le Matin-La Métropole en La Flandre libérale-La Métropole (Gentse editie), verenigd op plaatselijk vlak te Antwerpen en te Gent.

La Flandre libérale moest de liberale opinie nieuwe kracht geven tegen het om zich heen grijpende klerikalisme, maar is nooit de officiële spreekbuis geweest van de Liberale Associatie. De medewerkers behoorden door hun beroep en functies tot de elite. Als kwaliteitsblad richtte het blad zich tot een belezen publiek. Antiklerikalisme was het eerste programmapunt maar de felheid ervan verminderde. De Vlaamse taal werd aanvankelijk gezien als een wapen in de antiklerikale ontvoogdingsstrijd van de lagere bevolkingsklassen. Maar de krant ging op den duur niet meer akkoord met de radicalisering binnen de V.B. en werd een hevige tegenstander.

Literatuur

E. Voordeckers, Bijdrage tot de geschiedenis van de Gentse pers. Repertorium (1667-1914) (IUCHG, Bijdragen 35, 1964); 
C. Camps, Monografie van "La Flandre Libérale", 1874-1899, RUG onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1977; 
D. d'Hondt, "La Flandre Libérale", 1900-1920, RUG onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1978; 
J. Verschaeren, Inventaris van het archief van het dagblad "La Flandre Libérale", 1978; 
id., 'La Flandre Libérale en de Vlaamse Beweging', in WT, jg. 43, nr. 3 (1984), p. 129-141.

Auteur(s)

José Verschaeren