Faingnaert, Arthur L.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Sint-Martens-Lierde 4 januari 1883 – Amersfoort 4 januari 1971).

Was vroeg wees en werd grootgebracht bij pleegouders. Faingnaert kreeg een opleiding tot kleermaker, behaalde vakdiploma's en opende te Brussel een eigen zaak, die goed liep. August Vermeylen en Lodewijk de Raet behoorden tot zijn klanten. Verder deed hij aan sociaal werk, uitgaande van de Christen Centrale.

Omstreeks 1900 kwam Faingnaert in contact met de V.B.; hij werd lid van het Algemeen-Nederlands Verbond en van De Distel. Tijdens de Eerste Wereldoorlog trad hij toe tot het activisme. Hij behoorde tot het groepje radicale flaminganten van de Vereeniging van Vrienden der Vlaamsche Zaak (opgericht 18 juni 1915) en was later medeoprichter en bestuurder van de Vlaamsche Landsbond (federalistische richting). Met Jozef Haller von Ziegesar convoceerde hij de leidende flaminganten tot de vergadering van 16 december 1916 in het Vlaamse Huis te Brussel. Aan dat initiatief ontsproot op 4 februari 1917 de Raad van Vlaanderen. Daarin had ook Faingnaert zitting; tevens was hij hoofd van het Centraal Vlaamsch Propagandabureau van die Raad. Faingnaert behoorde in de Raad eerst tot de groep van de gematigde unionisten, maar na geschillen met Frans Reinhard werd hij met enkele anderen 'wild', dat wil zeggen onpartijdig tussen unionisten en Jong-Vlamingen; later leunde hij dan weer veel meer aan bij de radicale Jong-Vlamingen dan bij de gematigde unionisten.

Na de Duitse nederlaag werd Faingnaert bij verstek ter dood veroordeeld (1919). Eerst hield hij zich schuil in België, maar in maart 1919 week hij uit naar Nederland. Enkele maanden later wist hij ook vrouw en kinderen over de grens te krijgen. De Faingnaerts vestigden zich te Soest, later verhuisden ze naar Amersfoort. Faingnaert oefende weer het kleermakersvak uit; de jaren 1920 waren voor hem niet slecht, daarna werd het bestaan zorglijk. De V.B. bleef hij uit de verte volgen. Hij onderhield contact met strijdgenoten van voorheen en publiceerde menige bijdrage in Vlaams-nationalistische en Dietse bladen: in Opstanding (1920, onder het pseudoniem van Geert van Geersbergen); vervolgens meestal onder eigen naam in De Noorderklok, Het Vlaamsche Land (1935-1937) (waarvan Faingnaerts vriend Raf Verhulst hoofdredacteur was) en in De Hollandsche Post (met Jef Hinderdael).

In 1933 verscheen zijn omvangrijke geschiedenis van het activisme, tevens bedoeld als Vlaamsgezind antwoord aan Henri Pirenne en de uitgave van de Archives du Conseil de Flandre door de Ligue nationale pour l'unité belge (1929).

Na de Tweede Wereldoorlog bezat Faingnaert geen strijdlust meer, maar gaf wel nog blijk van een uiterst rechtse politieke gezindheid. Hij leverde een enkel artikel aan het blad Dietsland Europa en onder het pseudoniem van Leo van Lierde een aanzienlijk aantal bijdragen aan Europa Post, een rechts blad uitgegeven door de Eindhovenaar Gerard van der Ven, een vurig bewonderaar van Arnold Meijer.

Werken

Artikelen in De Arbeider; L'Action démocratique, Europa Post; 
Wat het Vlaamsche Volk moet weten aangaande het Kempische Kolenbekken, 1917; 
Verraad of zelfverdediging? Bijdragen tot de geschiedenis van den strijd voor de zelfverdediging van Vlaanderen tijdens den oorlog, 1933; 
'De noodlottige scheiding', in Dietsland Europa (juli-augustus 1969).

Literatuur

M. Basse, De Vlaamsche beweging van 1905 tot 1930, 2 dln., 1933; 
H.J. Elias, 25 jaar Vlaamse Beweging 1914-1939, I, 1969; 
L. Buning, 'Arthur Leopold Faingnaert', in Het Pennoen, jg. 21 (1971), p. 6-7; 
L. Wils, Flamenpolitik en aktivisme, 1974; 
D. Vanacker, Het aktivistisch avontuur, 1991; 
L. Vandeweyer, 'Het activisme in Limburg tijdens de Eerste Wereldoorlog', in Limburg - Het Oude Land van Loon, nrs. 2-3 (1997), p. 97-139 en p. 193-230.

Verwijzingen

zie: Limburg.

Auteur(s)

Lammert Buning; Pieter van Hees