Dumon, Emile

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Brugge 8 juni 1862 – Munsbach 19 januari 1948).

Volgde middelbaar onderwijs aan het atheneum van zijn geboortestad en kreeg daar onder meer les van de liberale flamingant Julius Sabbe. Aan de Rijksuniversiteit Gent studeerde Dumon medische wetenschappen en hij vestigde zich nadien als arts te Brugge. Reeds in zijn studententijd gaf Dumon blijk van een grote belangstelling voor de V.B. Hij was in Gent zeer actief in het Taalminnend Leerlingengenootschap De Heremans' Zonen. Eveneens in Gent knoopte hij vriendschapsbanden aan met Jan D. Domela Nieuwenhuis Nyegaard.

Dokter Dumon was een sociaal bewogen man wiens belangstelling uitging naar de noden van de laagste bevolkingsklasse. Dit maakte van hem een geliefde volksfiguur. Alhoewel vrijzinnig liberaal, was hij geruime tijd de voornaamste geneesheer van de socialistische mutualiteit, de Bond Moyson. In 1912 werd hij verkozen tot voorzitter van het liberale Van Gheluwe's Genootschap. Bij de liberale opinierichting te Brugge stond Dumon bekend als een vooruitstrevend democraat en hij behoorde aldus tot de linkervleugel van de partij, die vaak in onmin leefde met de conservatieve Liberale Associatie. Alhoewel dokter Dumon geen politiek mandaat nastreefde, nam hij verscheidene keren deel aan verkiezingen te Brugge als kandidaat van de progressieve liberalen. De belangrijkste daarvan was die voor het parlement in 1912. Hij stond toen op de derde plaats van de kartellijst, achter de christen-democratische priester Florimond-Alphonse Fonteyne en vóór de socialist Mostaert. Dumon verzamelde heel wat voorkeurstemmen achter zijn naam ten nadele van de liberale conservatieve lijsttrekker Albert Thooris. Het was evenwel enkel lijsttrekker Fonteyne die naar het parlement gezonden werd.

Toen op 14 oktober 1914 het Duitse bezettingsleger de stad Brugge naderde, reed Dumon het tegemoet met het verzoek de stad niet te beschieten, daar het Belgisch leger zich al teruggetrokken had. Het feit dat hij met een Duitse vrouw getrouwd was en dus de Duitse taal sprak, vergemakkelijkte die opdracht. Ook belegde hij een onderhoud tussen het Brugse stadsbestuur en de Duitse legeroverheid.

Reeds in november 1914 kwam Domela Nieuwenhuis hem opzoeken; Dumon werd een van zijn trouwe medewerkers in de Jong-Vlaamsche Beweging. Hij werd als penningmeester aangesteld en vertegenwoordigde Brugge in de eerste Raad van Vlaanderen. Dumon was lid van de Commissie voor Maatschappelijke Voorziening en een der zeven afgevaardigden van de Raad die op 3 maart 1917 te Berlijn rijkskanselier Theobald von Bethmann-Hollweg ontmoetten. Hij was van plan er, in naam van de Jong-Vlamingen, een tekst af te geven waarin de onmiddellijke stichting van een zelfstandige Vlaamse staat werd gevraagd. Zijn reisgenoten konden hem met moeite overtuigen die tekst niet boven te halen.

In de tweede Raad van Vlaanderen werd Dumon lid van de Commissie voor Sociale Voorziening en van de subcommissie voor geneeskunde. Eind 1917 had hij de Groeningerwacht opgericht, die in Brugge door meetings en geschriften het activisme wilde aanmoedigen.

Tijdens de gehele bezettingsperiode bleef dokter Dumon de volksgeliefde geneesheer die vaak kosteloos zorgen verstrekte aan behoeftige Bruggelingen. Bij de aanvang van de oorlog had hij evenwel, samen met zijn moeder, een handel opgezet in tabak en sigaren die hij uit Nederland invoerde en onder meer verkocht in de Duitse legerkantines. Tot tweemaal toe werd hij voor de burgerlijke rechtbank gedaagd voor frauduleuze praktijken. De Duitse overheid verbood echter elke gerechtelijke vervolging van een lid van de Raad van Vlaanderen en Dumon kon zijn bedenkelijke praktijken voortzetten. Maar de meerderheid van de Brugse activisten, die trouwens de overdreven Duitsgezindheid van Dumon steeds hadden bekritiseerd, nam nu toch afstand van hem en sloot hem uit de Groeningerwacht. Smalend werd toen gesproken van dokter Dumon die begon als socialist, nadien liberaal werd, later activist en ten slotte 'zaktivist'.

Op 18 oktober 1918, daags voor de bevrijding van Brugge, vluchtte Dumon naar Duitsland, waar hij een paar jaar verbonden was aan een kindertehuis in Barkhausen. Op 28 februari 1922 werd hij bij verstek ter dood veroordeeld. In 1922 vestigde Dumon zich ambteloos in Hannover. De verwoesting van zijn huis aldaar ten gevolge van de geallieerde bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog deed hem uitwijken naar Münsbach in het Groothertogdom Luxemburg, waar hij tot aan zijn dood woonde.

Literatuur

J.J. Domela Nieuwenhuis Nyegaard, Uit mijn oorlogsdagboek, 1915; 
Rudiger, Flamenpolitik, 1921; 
Les Archives du Conseil de Flandre, 1928; 
A.L. Faingnaert, Verraad of zelfverdediging?, 1933; 
M. van de Velde, Geschiedenis der Jong-Vlaamsche Beweging, 1941; 
J. de Smet, Brugge onder de oorlog 1914-1918, 1955; 
R. van Eenoo, Een bijdrage tot de geschiedenis der arbeidersbeweging te Brugge 1864-1914 (IUCHG, Verhandelingen IV, 1959); 
H.J. Elias, 25 jaar Vlaamse Beweging 1914-1939, 1969; 
G. Demarest, De Vlaamse Beweging te Brugge 1918-1930, RUG, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1975; 
G. Michiels, Uit de wereld der Brugse mensen, 1978; 
K. Rotsaert, 'De omstreden Dokter Emile Dumon (Brugge 1862-Munsbach 1948)', in Het Brugs Ommeland, jg. 24 (1984), p. 88-92; 
L. Schepens, Brugge bezet, 1985; 
D. Vanacker, Het aktivistisch avontuur, 1991.

Verwijzingen

zie: activisme.

Auteur(s)

Koen Rotsaert