Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap (DeVlag)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

ontstond in 1935-1936 in Vlaamse en Duitse studentenmiddens naar de Duitse benaming Deutsch-Flämische Arbeitsgemeinschaft.

De oprichters behoorden in hoofdzaak tot kringen rondom de universiteiten van Leuven en Keulen. Aan Leuvense kant waren Hendrik J. van de Wijer en Jef van de Wiele de belangrijkste leden. Deze laatste nam de feitelijke leiding van de beweging op zich. In Keulen ging het vooral om medewerkers van de Aussenstelle West van de Reichsstudentenführung, onder wie Rolf Wilkening, Franz Petri, Lutz Pesch en Fritz Scheuermann. Het bindmiddel tussen de twee groepen was een tijdschrift, dat De Vlag genoemd werd. In de jaren voor de oorlog beperkte de DeVlag zich vooral tot culturele activiteiten. De organisatie trachtte de samenwerking en de uitwisseling tussen Duitse en Vlaamse studenten te bevorderen, onder meer door de organisatie van Vlaams-Duitse cultuurdagen. In 1939 verscheen het tijdschrift onregelmatig en scheen het op sterven na dood. Vanaf september 1939 staakte de DeVlag alle werkzaamheden, ondanks aandringen van Duitse zijde om verder te werken. Vanuit de Duitse vleugel van de vereniging werkten verscheidene leden mee aan de voorbereiding van de bezetting.

In de eerste weken na de Duitse inval veroverden Pesch, Wilkening en Petri belangrijke posten in de administratie van het Militair Bestuur. De DeVlag kwam gedesorganiseerd uit de meidagen. De eerste contacten om van de DeVlag een beweging te maken die een belangrijke rol kon spelen in de uitwerking van de nationaal-socialistische ideeën in Vlaanderen zouden reeds omstreeks 20 mei 1940 plaatsgegrepen hebben. In juni 1940 trachtten Wilkening en Van de Wiele het tijdschrift De Vlag weer uit te geven. Dit stuitte op het verzet van de chef van het Militair Bestuur, Eggert Reeder. In augustus plaatsten zij hem evenwel voor voldongen feiten. De vereniging ging weer van start, klaarblijkelijk met de bedoeling de draad van de culturele contacten weer op te nemen en deze te intensifiëren. Het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) steunde het herstel van de beweging. In verscheidene steden werden cellen opgericht. Aanvankelijk was er geen grote toename aan leden. Slechts vanaf 1941 werden duizenden toetredingen genoteerd en vertoonde de vereniging het beeld van een dynamische culturele vereniging met Nieuwe Orde- sympathieën.

Onder impuls van Wilkening leidden besprekingen in Berlijn in mei 1941 tot de opname van de DeVlag in de SS-structuren, namelijk in de Germanische Freiwillige Leitstelle. De DeVlag kon van dan af van een ruime betoelaging door de SS genieten. In de daaropvolgende maanden werd de vereniging gereorganiseerd naar nationaal-socialistisch model. Een sterke centrale leiding met Van de Wiele als Algemeen Leider verving de losse band van abonnees. In november 1941 werd de leider van het SS-Hauptamt Gottlob Berger president van de DeVlag.

Intussen begonnen zich tussen het VNV en de DeVlag een aantal twistpunten af te tekenen. Deze vloeiden voort uit de strijd tussen het Militair Bestuur in België en de SS. In maart 1942 kwam het tot een zogenaamde taakafbakening tussen VNV en DeVlag. In feite lag het terrein volledig open voor de DeVlag die bovendien sterk werd bevoordeeld voor de werving en propaganda bij de arbeiders in Duitsland. Een verordening op 12 mei 1942 van de chef van het Reichssicherheitshauptamt Reinhard Heydrich bevestigde deze situatie. De DeVlag kreeg ook nog een strategische brugfunctie in de behartiging van de geestelijke en culturele relaties tussen Vlaanderen en Duitsland. Het VNV wees de zogenaamde taakafbakening van de hand en reageerde offensief met de organisatie van verscheidene massamanifestaties, zoals de Tollenaeremars in Brussel op 12 juli 1942, die moesten bewijzen dat het VNV anders dan de DeVlag een reële aanhang had. Het VNV deed in het najaar van 1942 een beroep op zijn beschermheer. Het Militair Bestuur kon slechts beloven het einde van de vijandelijkheden te helpen bewerkstelligen. Maar zelfs dan lukte het niet. De verhoudingen tussen de twee elkaar bestrijdende verenigingen werden snel killer, ondanks of wellicht precies omwille van het uitgebreid bestaande dubbellidmaatschap.

In de loop van de volgende maanden groeide de DeVlag, gesteund door de SS-instanties, in flink tempo aan. Het VNV brak als reactie hierop in verschillende fasen zijn samenwerking met de SS en de DeVlag af. Op 6 juni 1943 verbood VNV-leider Hendrik Elias zijn kaderleden nog lid te zijn van de DeVlag. Op 14 augustus 1943 zette hij de medewerking aan de werving voor de Waffen-SS stop. Ten slotte verbood hij op 17 oktober 1943 aan alle VNV'ers nog lid te zijn van de DeVlag. Van haar kant richtte de DeVlag in oktober 1943 mee de Hitlerjeugd Vlaanderen op, een rechtstreekse concurrent voor de door het VNV gecontroleerde Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen (NSJV).

De DeVlag bereikte in de loop van 1943 een aantal van ruim 50.000 leden, waarna het ledental zich stabiliseerde. In vergelijking met de vooroorlog was de DeVlag dus exponentieel gegroeid, al moet het hoge ledenaantal gerelativeerd worden. Er werden aanwervingstechnieken gebruikt waardoor grote groepen (bijvoorbeeld bepaalde werknemers) buiten hun wil automatisch lid werden gemaakt. Het kunstmatig opdrijven van het ledental kaderde mede in de strijd tussen VNV en DeVlag om het politieke overwicht in Vlaanderen.

De DeVlag richtte zich intussen ook ideologisch meer en meer op het nationaal-socialisme. Dit kwam onder meer tot uiting in de publicatie van de Stellingen der DeVlag, waarin de onvoorwaardelijke trouw werd vastgelegd aan het nationaal- socialisme, het Rijk en de Führer. Van de Wiele publiceerde in januari 1943 zijn manifest Op zoek naar een Vaderland, dat een ideologische onderbouw aan de DeVlag en haar strevingen verschafte. De DeVlag streefde naar een inschakeling van Vlaanderen in het komende Germaanse Rijk. Beschuldigingen van een streven naar een Anschluss werden stelselmatig van de hand gewezen, maar een bevestiging van het tegendeel werd nooit gegeven. Verscheidene brochures van onder meer Van de Wiele en Herman van Puymbrouck werkten de standpunten uit in verband met sociale en economische vraagstukken, de verhouding tot het Rijk en de jodenproblematiek.

De vereniging trachtte via haar diensten en nevenorganisaties alle terreinen van het maatschappelijk leven te bezetten. Daartoe werden de DeVlag-Vrouwenwerken, de Weltanschauliche Arbeiterbetreuung, de ambten Cultuur, Scholing en Propaganda, de Hitlerjeugd Vlaanderen, de Vlaamsche Scholen en andere initiatieven opgericht en ondersteund. Verscheidene werkgemeenschappen, zoals voor beambten, voor opvoeding en voor koloniale aangelegenheden, moesten de werknemers groeperen in een voorafbeelding van de komende nationaal- socialistische maatschappij. De activiteiten hiervan bleven nochtans eerder beperkt. De Vlaams-Duitse cultuurdagen werden hernomen en groeiden uit tot feitelijke propagandamanifestaties voor de DeVlag en het nationaal- socialistische gedachtegoed. Via het dagblad De Gazet, het weekblad Balming en het maandblad De Vlag werd getracht de verschillende geledingen van de maatschappij te bereiken. Ook andere bladen als Laagland en het Brugsch Handelsblad stonden onder de feitelijke controle van de DeVlag. Via de uitgeverij Steenlandt werden propagandabrochures en andere geschriften verspreid die bij het gedachtegoed van de DeVlag aanleunden.

De strijd tussen VNV en DeVlag ging intussen door. Hij culmineerde tijdens een onderhoud, op 29 februari 1944, tussen Reichsführer-SS Heinrich Himmler, Elias en Van de Wiele. De VNV-leider eiste de controle op over de DeVlag-activiteiten en een beperking hiervan tot het culturele terrein. De DeVlag kon echter op de steun van Himmler rekenen, zodat het actieterrein niet werd ingeperkt en de DeVlag haar onafhankelijkheid tegenover het VNV behield. Over het toekomstige statuut van Vlaanderen bleef onduidelijkheid. Daarmee was de overwinning van de DeVlag een feit, hoewel zij er niet in slaagde het VNV te verdringen als enige erkende nationaal-socialistische partij in Vlaanderen. Beide organisaties hielden zich in de laatste bezettingsmaanden vooral bezig met het consolideren van de eigen posities. Het VNV kreeg ten gevolge van de tanende invloed, die reeds maanden aansleepte, met een ernstige crisis af te rekenen.

De band tussen de Germaansche-SS Vlaanderen (GSSV) en de DeVlag werd in de loop van de oorlog steeds hechter. Beide organisaties werkten in de schoot van de SS. Vooral rond de persoon van Robert Verbelen, leider van de GSSV in Brabant en stafleider van de DeVlag, was dit het geval. Daardoor geraakte de DeVlag onrechtstreeks betrokken bij een reeks terreurdaden die door de GSSV gepleegd werden. Uit de samenwerking groeide in het voorjaar van 1944 het Veiligheidskorps van de DeVlag, onder leiding van Verbelen. Door de organisatie van tegenterreur moest dit korps de bescherming van collaborerende families op zich nemen, inlichtingen verzamelen en het verzet bestrijden. Het Veiligheidskorps zette hiertoe een aantal razzia's op, onder meer in Meensel-Kiezegem en Peer. Hierbij vielen tientallen doden en gewonden en werden vele personen, al dan niet uit het verzet, gearresteerd en gedeporteerd.

In september 1944 week het grootste deel van de leiding van de DeVlag, gevolgd door enkele duizenden leden, uit naar Duitsland. In de eerste weken na de evacuatie trachtte Van de Wiele er een nieuwe staf uit te bouwen. De aspiraties van de DeVlag werden gewijzigd, en dit kwam tot uiting in de oprichting van de Vlaamsche Landsleiding. Van de Wiele werd als Landsleider erkend door de Duitse instanties, terwijl verscheidenen van zijn medewerkers zitting namen in de Landsleiding. Zij bereidden een herbezetting van België voor en hielden zich daarnaast bezig met de opvang van de Vlaamse arbeiders en vluchtelingen in Duitsland. Zowel het VNV als de DeVlag werd ontbonden als partijorganisatie, terwijl de DeVlag haar oorspronkelijke culturele bestemming weerkreeg. In de praktijk kwam van dit alles niet veel meer terecht. De DeVlag en haar vertegenwoordigers gingen mee ten onder in het ineenstortende Duitsland. Na de oorlog kreeg de DeVlag geen voortzetting onder de een of de andere vorm.

Literatuur

Artikelen in Balming; Bulletijn van het Hoofdambt Wereldbeschouwing 
DeVlag; De Gazet; De Vlag; Scholingsbrief der DeVlag; Scholingsbrief der DeVlag 
Vrouwenwerken; 
P. Cuyt, Hier is de DeVlag! Wat is ze? Wat wil ze?, z.j.; 
J. van de Wiele, Aan Führer, Rijk en Vlaanderen: trouw! Rede tijdens de Vlaamsch-Duitsche Kultuurdagen, z.j.; 
id., Op zoek naar een Vaderland, 1942; 
W. Meyers, 'De Vlaamse Landsleiding. Een emigrantenregering in Duitsland na september 1994', in Bijdragen tot de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog (1972), p. 29-86; 
A. de Jonghe, 'De strijd Himmler-Reeder om de benoeming van een HSSPF te Brussel (1942-1944)', in Bijdragen tot de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, nr. 3 (1974), p. 9-81; nr. 4 (1976), p. 5-152; nr. 5 (1978), p. 5-178; nr. 7 (1982), p. 97-178; nr. 8 (1984), p. 5-234; 
F. Meire, 'De DeVlag voor mei 1940', in BTNG, jg. 13 (1982), p. 419-466; 
J. Bouveroux, Terreur in oorlogstijd. Het Limburgs drama, 1984; 
F. Seberechts, Geschiedenis van de DeVlag. Van cultuurbeweging tot politieke partij 1935-1945, 1991; 
id., 'Jef Van de Wiele (1903-1979). Een biografische schets', in Verschaeviana (1988 en 1992); 
id., 'Jef Van de Wiele. Leven op een tweesprong', in Handelingen van de KZMTLG (1992), p. 181-192.

Verwijzingen

zie: collaboratie, vrouw.

Auteur(s)

Frank Seberechts