Dinaso huizen

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

Toen in 1931 het Verdinaso totstandkwam, leidde dat op heel wat plaatsen tot een bittere strijd met de Vlaams-nationale partijorganisatie om de controle over de bestaande Vlaamse Huizen. Op tal van plaatsen werd het Verdinaso aan de deur gezet (dat was onder meer het geval in het Antwerpse Fronterslokaal Malpertuus en het Gentse lokaal Uilenspiegel). Maar in de West-Vlaamse thuisbasis behielden de Dinaso's de controle over een aantal Vlaamse Huizen; de belangrijkste waren die van Roeselare, Tielt en Izegem.

Om het gemis aan eigen lokalen te verhelpen werd in het voorjaar van 1933 de Samenwerkende Vennootschap Opbouw (SVO) opgericht. De SVO stond onder het voorzitterschap van Juul de Clercq en werd mee beheerd door een aantal vooraanstaande Dinaso's. Om aan de nodige fondsen te geraken werden aandelen verkocht; daarmee hoopte men op korte termijn minimum 100 lokalen te kunnen uitbaten. De verkoop van aandelen was geen succes, maar naar alle waarschijnlijkheid beschikten de beheerders ook over geld van het door De Clercq geleide Verbond van Nationale Arbeiderssyndicaten (NAS). Uiteindelijk wist de SVO in Vlaanderen een 15-tal Dinaso huizen in te richten. De meeste lagen in West-Vlaanderen, maar die van Antwerpen, Brussel en Gent waren door hun ligging en omvang toch een stuk belangrijker. In Gent en Brussel zorgde de opening bovendien voor wekenlange tegenacties van de socialistische partij en vakbond. Ook in Nederland kwam er een vijftal Dinaso huizen tot stand.

Na 1935 begon de belangstelling voor de SVO langzaam weg te ebben. Hier Dinaso! maakte er geen melding meer van en als er nog nieuwe Dinaso huizen werden geopend, was dit meestal het initiatief van de plaatselijke afdeling. De afnemende belangstelling voor de Dinaso huizen had waarschijnlijk te maken met het feit dat het Verdinaso op de meeste plaatsen spreekrecht had verworven. De talrijke volksvergaderingen van het Verdinaso vonden in toenemende mate plaats in ruimere en prestigieuzere zalen en ook de landdag verhuisde na 1934 van de beslotenheid van een Vlaams Huis naar een immens landdagterrein. De meeste lokalen behielden hun lokaal belang, maar toch waren het vanaf 1936 vooral de grote 'propagandacentrales' – Gent, en later ook Antwerpen en Brussel – die een rol van betekenis speelden in het leven van de beweging.

Nadat het Verdinaso in augustus 1940 zijn werking had hervat, werden tientallen nieuwe Dinaso huizen geopend. De beweging slaagde er echter niet in om een machtsbasis te vormen en in mei 1941 werd het Verdinaso gedwongen op te gaan in de Eenheidsbeweging-VNV. Sommige lokalen werden overgenomen door het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV), maar de meeste werden gesloten en de inboedel werd verkocht.

Literatuur

A. Himpe, De Beweging in Huis. Vlaamse Huizen tijdens het Interbellum (Bijdragen Museum van de Vlaamse Sociale Strijd, nr. 8, 1992. 
J. Creve, 'Dinasohuizen in Vlaanderen en Nederland (deel 1)', in Joris van Severen. Jaarboek 1 (1997), p. 131-157; 
J. Creve, 'Dinasohuizen in Vlaanderen en Nederland (deel 2)', in Joris van Severen. Jaarboek 2 (1998).

Auteur(s)

Jan Creve