Dietbrand

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

"Tijdschrift van het Dietsche Geslacht", werd in oktober 1932 op initiatief van Wies Moens opgericht en hield na december 1939 op te verschijnen.

Moens hield de leiding ervan in handen tot het tijdschrift ophield te verschijnen. Zolang hij het Verdinaso volgde, sloot Dietbrand nauw aan bij de beweging van Joris van Severen. Nadat deze zijn Nieuwe Marsrichting had geproclameerd en Moens dientengevolge (augustus 1934) uit het Verdinaso trad, ging het tijdschrift zijn eigen weg: "Zoo laten wij dan onze samenhoorigheid belijden als kinderen van één gezin, en hart en handen heffen voor het behoud, voor de verheffing en de bekroning van het Nederlandsche wezen."

Van augustus 1934 af komen in Dietbrand artikelen voor die de Dinaso-standpunten bestrijden. Ook het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) wordt soms aangevallen wegens de dubbelzinnigheid, voortspruitend uit de aanwezigheid van elkaar tegensprekende tendensen, aldus in het laatste nummer van de vijfde jaargang.

De geest en de presentatie van Dietbrand zijn opvallend gelijklopend met die van het tijdschrift Gudrun. Beide zijn enigszins geestelijke erfgenamen van Lodewijk Dosfel en Cyriel Verschaeve. Ze doen een beroep op de gevoelens en aspiraties van de katholiek-gelovige, Diets- nationale jongeren en jeugdorganisaties. In januari 1936 zegt de redactie nadrukkelijk: "Dietbrand (d.i. volkszwaard) is het orgaan van de volks-Dietsche gedachte. Geen Hollandsche en ook geen Vlaamsche uitgave, maar een tijdschrift voor het heele Nederland."

Van de redactieraad maakten, behalve Moens, Edgar Boonen, dr. H. Bruch, H. Krekel, Bittereinden (Zuid-Afrika), Jérome Decroos, Ferdinand Vercnocke, Willem Goedhuys en Jan Broekman deel uit. Behalve politieke artikelen (Moens, V. de Landtsheere, Jef de Langhe, Firmin Parasie) bevatte Dietbrand ook literaire bijdragen, gedichten (P. Vlemmincx, J. Wicherink, T. van Tricht, D. Malherbe uit Zuid-Afrika, P. Haimon, S.J. van der Molen, A. Heyting, G. Kettmann jr., L. van Thillo), bijdragen over algemene cultuur (Anne de Vries, Marc Eemans), over geschiedenis (H. Bruch, Jan Wilms, P.W. Havelaar, H. Krekel, M. van de Velde) en anderen. Ook Victor Leemans en Verschaeve werkten enkele keren mee.

De gehele toon was in hoofdzaak Groot-Nederlands. Het tijdschrift waarschuwde heftig tegen het Franse imperialisme. De solidaristische opvattingen van de redactie gaven onvermijdelijk aanleiding tot pro-Duitse en pro-Italiaanse sympathieën. In het tijdschrift klonken vrij regelmatig antisemitische geluiden (antisemitisme) en nogal wat medewerkers uit Noord en Zuid kozen uiteindelijk voor het nationaal-socialisme en collaboreerden in de jaren 1940-1945 (collaboratie).

Literatuur

I. Schöffer, Het nationaal-socialistisch beeld van de geschiedenis der Nederlanden. Een historische en bibliografische studie, 19782; 
W. Moens, Memoires, met een historische en literaire inleiding door Olaf Moens en Yves t'Sjoen, 1996. 

Auteur(s)

Marcel Boey; Pieter van Hees