Diels, Joris

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Antwerpen 14 januari 1903 – Scheveningen 16 juni 1992).

Werd evenals zijn broer, de dirigent en componist Hendrik Diels, opgeleid tot onderwijzer aan de normaalschool te Antwerpen. Als pas afgestudeerde trok Diels naar Parijs om zich op de hoogte te stellen van wat er in het theater gebeurde. Hij zag er onder meer voorstellingen van Copeaus Vieux Colombier en werd getroffen door de buitengewone discipline en verzorging van de producties. Mogelijk dateert zijn voorliefde voor Franse auteurs en het Frans van toen.

Diels werd actief in het theater als recensent van Kunstleven, waarin hij vaak harde oordelen velde over gevestigde waarden. In 1922 solliciteerde hij bij Oscar de Gruyter, de nieuwe directeur van koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS) Antwerpen. De Gruyter raadde hem aan eerst zijn sporen te gaan verdienen in een amateurgezelschap, waarop Diels met een paar mensen van de normaalschool een eigen gezelschap oprichtte, Het Vlaamsch Kamertooneel, waarmee hij het werk van N. Evreinov introduceerde. Een tweede solliciatie bij De Gruyter voor het speeljaar 1925-1926 verliep succesvoller en Diels werd aangeworven als hulpregisseur en acteur. De Gruyter schonk hem het volle vertrouwen en hij maakte snel carrière als acteur en regisseur. Desondanks vertrok Diels in 1927, naar eigen zeggen uit nieuwsgierigheid, voor een jaar naar Nederland, waar hij samen met zijn latere vrouw Ida Wasserman werd aangeworven door het Amsterdamsch Tooneel. Na de dood van De Gruyter in 1929 werd Willem Benoy directeur van KNS, een begaafd komisch acteur, die als directeur echter de klok terugdraaide. Het publiek liet het afweten en toen Benoy in 1935 zich niet langer kandidaat stelde, werd Diels met nadrukkelijke steun van burgemeester Camille Huysmans als directeur benoemd.

Diels maakte schoon schip en was verplicht onpopulaire maatregelen te nemen, zoals het ontslaan van acteurs die niet voldeden. Hij zag het als zijn eerste taak ervoor te zorgen dat het publiek de weg naar de schouwburg terugvond. Hiervoor programmeerde hij een modern repertoire naast klassiek werk in de geest van De Gruyter. Ook bouwde Diels het organisatorische apparaat uit en verleende een avondje theater een burgerlijk tintje dat door de Antwerpse burgerij fel werd gesmaakt. Bovendien kon hij als volbloed Antwerpenaar op meer goodwill rekenen dan de Gentenaar De Gruyter ooit had gekregen. Desondanks kwam hij drie jaar later, toen over zijn herbenoeming moest worden beslist, toch één stem te kort. De directie ging naar de tandem Charles Gilhuys-Jan Cammans. Daarop besloot Diels het Gezelschap Joris Diels te stichten, dat op enkele tientallen meters van de KNS in het Kunstverbond optrad en een geduchte concurrent werd voor het stedelijke gezelschap.

Een deel van de KNS-acteurs, onder wie de populaire Jos Gevers, Georgette Hagedoorn, Jet Naessens, René Bertal en Ida Wasserman, volgde Diels. Onder druk van de moordende concurrentie trachtte de Antwerpse schepen van Schone Kunsten Molter hem ertoe te bewegen een compromis te sluiten met Gilhuys en Cammans en naar KNS terug te keren. Diels weigerde.

Pas toen het tweemanschap het in 1939 voor bekeken hield, kwam hij als directeur terug naar het officiële gezelschap, en met hem zijn acteurs. Een gedeelte van het Franstalige publiek dat via voorstellingen in het Kunstverbond de weg naar het Vlaamse toneel had gevonden, bleef Diels ook daarna trouw. Bij het uitbreken van de oorlog vluchtte hij met een gedeelte van het gezelschap naar Frankrijk met de bedoeling er voor het leger op te treden. Toen hij vernam dat de directie de KNS open verklaarde, keerde hij terug en meldde zich bij waarnemend burgemeester Leo Delwaide en Stadtkommandant Delius. Hij werd als directeur bevestigd, maar de bezetter verbood zijn joodse echtgenote, Ida Wasserman, nog langer op te treden. Diels kon voortwerken en werd op 28 mei 1942 aangesteld als directeur-generaal, verantwoordelijk voor de KNS en de Koninklijke Vlaamse Opera (KVO); Lode Monteyne werd directeur. Diels was lid van de Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap (DeVlag), door wiens bemiddeling het KNS-gezelschap reisvoorstellingen in Vlaanderen en Duitsland gaf. Hij nodigde Duitse gastregisseurs uit en organiseerde voorstellingen voor de bezetter en collaborerende Vlaamse organisaties: DeVlag, het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV), de Algemeene SS-Vlaanderen en de Dietsche Blauwvoetvendels. Zelf gaf hij lezingen aan diverse Duitse universiteiten. Voor deze activiteiten werd hij in april 1947 bij verstek tot vijftien jaar gevangenis en 100.000 frank boete veroordeeld. Diels ging tegen dit vonnis in beroep en werd in augustus 1948 van alle betichtingen vrijgesproken. In dit vonnis aanvaardde de rechtbank als belangrijkste verzachtende omstandigheid "dat (...) moet gezegd worden dat betichte tijdens de bezetting het bijzonderste, 't is te zeggen de strekking van het repertorium, heeft veil gehouden, dat er op zekere punten toegevingen zijn geweest, die in de geest van de dader noodzakelijk waren om verder de schouwburg in 't leven te houden". Ondanks deze vrijspraak bleef Diels door zijn oorlogsverleden gestigmatiseerd en was in 1949 een terugkeer naar KNS-Antwerpen, ondanks een petitie in zijn voordeel door het merendeel van de acteurs, uitgesloten. Diels verliet België en solliciteerde in 1950, na een aantal omzwervingen als regisseur bij kleinere gezelschappen, naar een leidende functie bij de prestigieuze Haagse Comedie. Maar ook hier ontmoette hij weerstand bij de Nederlandse Toneelkunstenaarsvereniging, die zich verzette tegen zijn benoeming tot mededirecteur van de Haagse Comedie, waarna Diels de eer aan zichzelf hield en zijn kandidatuur introk. Voorlopig beperkte zijn aanwezigheid zich tot enkele gastregies. In 1955 kwam hij dan toch in vaste dienst, eerst als acteur en regisseur, en in de periode 1965-1970 als directielid. In het laatste deel van zijn theaterloopbaan regisseerde hij veel Spaanse en Franse auteurs. In 1977 nam hij afscheid van het theater en legde hij zich toe op een jeugdliefde, het vertalen van Franse poëzie.

Voor het Vlaamse theater was hij de man die als weinig anderen het gedachtegoed van De Gruyter heeft verdedigd en uitgedragen. Voor alles was Diels een pragmaticus die vooral voor en tijdens de oorlogsjaren de Vlaamse acteursopleiding eerder intuïtief dan programmatisch heeft geprofessionaliseerd. Tegenover zijn waarschijnlijk te inschikkelijke houding voor de bezetter staat dat hij in volle crisistijd het publieke forum van de verbeelding heeft opgetild tot een gemeenschappelijke vreugde; hierdoor verwierf Diels een onuitwisbare plaats in de culturele geschiedenis van Vlaanderen.

Literatuur

Joris Diels vrijgesproken, 1948; 
J. Florquin, Ten huize van..., VI, 1970; 
M. van Kerkhoven en A. Mallems, 'Joris Diels in de bedding van de traditie', in Etcetera, jg. 3, nr. 10 (april 1985), p. 54-59.

Verwijzingen

zie: toneel.

Auteur(s)

Frank Peeters