Devroe, Jozef

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Ooigem 16 januari 1905 – Brugge 24 februari 1976). Echtgenoot van Nora Puype.

Was aan het Kortrijkse Sint-Amandscollege actief in de studentenbond waarvan ook André Demedts deel uitmaakte. Devroe was nauwelijks veertien toen hij zijn eerste Vlaamsgezinde redevoering hield. Hij werkte samen met onder anderen de latere monseigneur De Keyzer, Karel Dubois, Berten Satry en kanunnik Gryspeerdt. In Leuven waar Devroe eerst voor landbouwingenieur studeerde, maar overschakelde naar politieke en sociale wetenschappen, werd hij van nabij betrokken bij de gouwwerking van het Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS).

Achtereenvolgens was Devroe werkzaam bij de Belgische Boerenbond, als zelfstandige in Sint-Kruis-Brugge, en op het secretariaat (1928-1931) van de Lieven Gevaertfabrieken in Mortsel. Het was daar dat Tony Herbert (op aandringen van Jeroom Leuridan) Devroe in 1931 kwam weghalen, en hem tewerkstelde als secretaris van de Vlaamsch Nationale Centrale voor Sociale Actie, die de succesvolle syndicale werking van het Verdinaso onder leiding van Juul de Clercq wilde counteren. Devroe kreeg opdracht om de Vlaams-nationale mutualiteit Ik dien en de gelijknamige werklozenkas op professionele basis te organiseren. In 1934 werd hij ondervoorzitter van het Vlaamsch Nationaal Syndicaat (VNS). Hij was verantwoordelijk voor de kring West (West-Vlaanderen samen met de arrondissementen Gent-Eeklo en Oudenaarde). In 1935 werd hij ook belast met de propaganda (onder meer de redactie van het ledenblad Sinjaal) en de organisatie van het Syndicaat. Hij was voorstander van een onafhankelijke werking van het VNS maar diende zich te schikken naar de directieven van de leiding van het Vlaamsch Nationaal Verbond. Samen met zijn echtgenote patroneerde Devroe vanaf 1927 de brochurereeks "Branding", waarin een katholieke Vlaams- nationalistische maatschappijvisie werd gepropageerd die schatplichtig was aan het blad Jong Dietschland.

In mei 1936 werd Devroe voor het arrondissement Brugge door apparentering tot volksvertegenwoordiger van het Vlaamsch Nationaal Blok gekozen. In 1939 werd hij herkozen.

Onder de bezetting was Devroe vanaf november 1941 oorlogsburgemeester van (Groot-)Brugge, en werd als arrondissementsleider door Frans Gevaert opgevolgd. Na de bevrijding werd hij door de krijgsraad van Brugge wegens collaboratie tot twaalf jaar hechtenis veroordeeld. In hoger beroep in Gent werd dit vonnis bevestigd. Een gratiemaatregel herleidde de straf tot acht jaar waarvan hij er vijf effectief uitzat. Na zijn vrijlating werd hij wijnhandelaar.

Samen met Hendrik Demoen en Michiel Bulckaert richtte Devroe in 1964 onder de naam Trouw, een vriendenkring voor repressieslachtoffers uit de administratiesector op. In 1967 sloot de kring zich aan bij het overkoepelende Broederband. Devroe bleef tot 1975 voorzitter van de afdeling West-Vlaanderen.

Werken

Artikelen in Sinjaal; Strijd; Volk en Staat.

Literatuur

'Jef Devroe overleden', in Wij (26 februari 1976); 
K. Lambrechts, 'Afscheid van Jef Devroe', in Broederband, jg. 12, nr. 4 (april 1976), p. 5-9; 
F. van Campenhout, Broederband is mijn naam : van Vriendenkring tot Broederband, 1961-1991, 1992; 
B. de Wever, Greep naar de macht. Vlaams-nationalisme en Nieuwe Orde. Het VNV 1933-1945, 1994. 

Auteur(s)

Marcel Boey; Pieter Jan Verstraete