Deveen, Lydia

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Ukkel 26 juni 1929).

Echtgenote van Frans de Pauw.

Stamt uit een Vlaams-Brusselse vrijzinnige onderwijzersfamilie. Deveen is onder meer Germaans filologe (Université libre de Bruxelles-ULB, 1951), Master of Arts (Columbia University New York, 1955) en doctor in de letteren en wijsbegeerte (ULB, 1964). Haar wetenschappelijke carrière speelde zich af in de Koninklijke Bibliotheek (1957-1972), waar ze in 1971 conservator van het prentenkabinet werd, en aan de Vrije Universiteit Brussel, waar ze docent (1970) en later gewoon hoogleraar (1978) in de kunstgeschiedenis werd.

Deveen was oprichtend lid van de Rode Leeuwen en publiceerde in de jaren 1970 regelmatig artikels in het tijdschrift Links over de toestand van de Vlamingen in Brussel. Zij werd in 1971 verkozen voor de Brusselse agglomeratieraad, zetelde van 1976 tot 1982 in de Brusselse gemeenteraad, was van 1977 tot 1980 voorzitter van de agglomeratie Brussel van de Socialistische Partij en van 1979 tot 1981 staatssecretaris voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (regeringen-Wilfried Martens I, II en IV en -Mark Eyskens) en van 1979 tot 1987 provinciaal senator. Samen met Rika Steyaert verdedigde ze de Vlaamse eisen in de eerste Brusselse Gewestexecutieve. Ze streefde ernaar om het verfranste Brussel opnieuw aantrekkelijk te maken voor de Vlamingen. Daarom was ze bijzonder waakzaam over de toepassing van de taalwetgeving.

Deveens bevoegdheden lagen echter vooral op het gebied van de sociale huisvesting. In de hoofdstad maakten Vlamingen weinig kans bij aanvragen voor sociale woningen. Deveen slaagde er in 1981 in een wet te laten stemmen die de toegang tot de sociale woningen afhankelijk maakte van meer objectieve sociale factoren. Zij zette zich eveneens in voor de Vlaamse cultuur en voor het lager, middelbaar en hoger Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Opvallend hierbij is dat zij voortdurend pleitte voor ruimdenkendheid in de Vlaamse visies; ze was ervan overtuigd dat openheid naar andere culturen de Vlamingen verrijkte en ze verdedigde vanuit dat standpunt openlijk de vreemdelingen. Ook stimuleerde ze de emancipatie van andere groepen in een ondergeschikte positie (onder meer vrouwen). Zo was ze de stichtster van het Centrum voor Vrouwenstudie van de Vrije Universiteit Brussel, waarmee universitair Vlaanderen in 1987 zijn eerste onderzoekscentrum vrouwenstudies kreeg. Dankzij beheersfuncties en lidmaatschappen in talrijke culturele instellingen en bestuurscommissies (onder meer Koninklijke Vlaamse Schouwburg, Werkgroep Culturele Uitstraling van de Nederlandse Commissie voor de Cultuur van de Brusselse Agglomeratie, Advieswerkgroep Kunsten bij het Vlaamse college van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Vlaamse Commissie voor Monumenten en Landschappen enzovoort) kon zij het beleid jarenlang stimuleren. Sedert 1980 is Deveen voorzitter van de Vermeylenkring in het gewest Brussel en in 1996 werd ze voorzitter van de Brusselse Commissie voor Monumenten en Landschappen. In 1991 werd het Studiecentrum Lydia de Pauw-Deveen opgericht om, naast het socialistische Emile Vandervelde-Instituut, voorbereidend studiewerk te doen over Brussel, voor de politici in de Vlaamse Raad, Brusselse Hoofdstedelijke Raad en het parlement.

Literatuur

H. Gaus (ed.),  Politiek Biografisch Lexicon, 1989; 
'Lydia Deveen-De Pauw', in A. van Winckel, Keien in de vijver, 1991, p. 164-175; 
M. van den Bussche, 'Lydia De Pauw-Deveen', in 25 jaar Rode Leeuwen, een kwarteeuw Vlaams socialisme in de hoofdstad, 1993. 

Auteur(s)

Frank Scheelings