Detiège, Frans (eigenlijk Andreas F.) T.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Antwerpen 22 december 1909 – Antwerpen 1 november 1980).

Was reeds als student aan de Rijkshandelshogeschool te Antwerpen actief als secretaris van de nog jonge Nederlandse Studentenkring en als voorzitter van de socialistische studentenbeweging. Zijn Vlaamsgezindheid deed hem mee opstappen in de 11 juli-optochten, tot ontsteltenis van toenmalig partijvoorzitter Louis Rombaut. Afgestudeerd in 1930 als licentiaat in de handels- en financiële wetenschappen werd Detiège in 1931 lid van de Internationale Socialistische Anti-Oorlogsliga (ISAOL) en medewerker aan de tijdschriften Menschen en Jeugd. Zijn bijdragen werden opgemerkt door Willem Eekelers, die hem in oktober 1930 introduceerde bij Volksgazet. Detiège schreef in de krant met Lode Zielens de kroniek over het Antwerpse stadsleven maar kreeg na korte tijd de economische en financiële artikels als opdracht. Tot aan zijn verkiezing als schepen van Antwerpen op 28 maart 1947 bleef hij redactiesecretaris. Vanaf 1938 had hij zitting in de gemeenteraad.

Op 18 mei 1940 werd Detiège aan het Albertkanaal krijgsgevangen genomen. Hij zat tot 26 november 1940 opgesloten in Oost-Pruisen. Daarna dook hij onder en werd bestuurslid van de afdeling Antwerpen van de illegale Belgische Socialistische Partij (BSP).

Na de oorlog werd Detiège zaakgelastigde bij het ministerie van landbouw en ravitaillering en in 1947 redactielid van het door Lode Craeybeckx opgerichte tijdschrift Morgen. In 1946 was hij inmiddels tot volksvertegenwoordiger verkozen (tot in 1974). In de Kamer legde hij zich in het bijzonder toe op economische en financiële problemen. Hij speelde een vooraanstaande rol in de Commissie van Economische Zaken, waarvan hij jarenlang het voorzitterschap waarnam. In 1958 was hij met Craeybeckx medeondertekenaar van het wetsvoorstel Frans Grootjans tot oprichting van een universiteit in Antwerpen. Van bij de oprichting van het Rijksuniversitair Centrum Antwerpen (RUCA) in 1965 was hij lid van de raad van beheer; hij bleef dat tot 1969. In 1967 zat hij de sociaal-economische afdeling voor van het ophefmakende Vlaams Socialistisch Congres te Klemskerke. Daar stelde hij dat het congres zich moest uitspreken voor een zo ruim mogelijke culturele autonomie.

Detiège behoorde tot de groep sociaal-democratische planologen die zowel vóór als na de Tweede Wereldoorlog de expansie van Vlaanderen als een voor de hand liggende eis zagen. Hij oefende talrijke mandaten uit; zo was hij onder meer rapporteur van de Werkgroep Economische Problemen van de Vaste Commissie voor de verbetering van de betrekkingen tussen de Belgische taalgemeenschappen, lid van de Interparlementaire Beneluxraad, ondervoorzitter van de Economische Raad van de Provincie Antwerpen en van de Gewestelijke Economische Raad voor Vlaanderen. Daarnaast bleef hij van 1954 tot oktober 1977 voorzitter van de Antwerpse Socialistische Partij. Van 6 september tot 31 december 1976 was hij burgemeester van Antwerpen. Daarna nam hij afscheid van het actieve politieke leven.

Werken

Medewerker aan Menschen, Jeugd, ABC, Debat, De Coöperateur, Sodipa, Tijdschrift Antwerpen; 
Na-oorlogsche ekonomische Problemen, 1945; 
De slag om Antwerpen, 1945; 
Nationale en Universeele economische Organisatie: De taak van morgen!, 1946; 
T. Fransen (pseudoniem), De Slag om Antwerpen, 1946; 
Coöperatie en... collectieve economie, 1957.

Literatuur

M. Sertyn, Geschiedenis van de socialistische arbeidersbeweging in Antwerpen en omgeving, 1918-1940, onuitgegeven manuscript, 1981; 
Gazet van Antwerpen (8-9 november 1980); 
Volksgazet (4 september 1976).

Auteur(s)

Martine Vermandere