Demonie, Emiel

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Roeselare 28 juli 1846 – Brugge 3 januari 1890).

Werd in 1869 tot priester gewijd en benoemd als poësisleraar aan het Klein Seminarie van Roeselare. Demonie behoorde er tot de lerarenkring rond Hugo Verriest, die de leerlingen de liefde voor de volkstaal en de eigen geschiedenis bijbracht. Een van zijn leerlingen was Albrecht Rodenbach, die zijn sympathie voor hem uitte in het gedicht De Meester. In 1875 brachten zijn leerlingen onder leiding van Rodenbach het feest van superior Henri Delbar in de war toen ze weigerden een Frans lied mee te zingen (De Groote Stooringe). Dit incident en verschillende discussies met superior Henri Delbar over het te nauw contact tussen leerkracht en leerling leidden tot het ontslag van verschillende Vlaamsgezinde leerkrachten uit de kring Verriest. Demonie werd in 1879 overgeplaatst naar Sint-Gillis (Brugge) waar hij onderpastoor werd. Daar was hij vanaf 1884 godsdienstleraar aan de rijksnormaalschool voor meisjes. Hij werd er goed bevriend met Guido Gezelle en hield contact met de flamingantische oud-collega's uit Roeselare. Zo behoorde hij tot Verriests geheime vriendenkring Swighenden Eede, waarvan hij ondervoorzitter werd in 1886. Hij volgde in 1881 Amaat Vyncke op als hoofdredacteur van het tijdschrift De Vlaamsche Vlagge. Samen met Verriest bepaalde hij drie jaar lang de signatuur van het tijdschrift. De meeste van zijn artikels (die hij schreef onder de pseudoniemen van Skald, Logicus of Wilfried) waren belerend van aard of stonden in het teken van de discussie met de tegenstanders van de blauwvoeterij. De Vlaamsche Vlagge kende onder zijn leiding een dieptepunt, wat vooral te wijten was aan het onevenwicht tussen jongere en oudere redactieleden. Demonie was ook lid van de Gilde van Sinte Luitgaarde en schreef in Rond den Heerd en Dietsche Biehalle. Omvangrijker waren echter zijn taalkundige bijdragen in Loquela. Net voor zijn dood hielp hij nog in 1890 het tijdschrift Biekorf stichten. Gezelle schreef bij de dood van zijn vriend het gedicht Wij bouwden op uw leven een getemmer. Bisschop Johannes Faict liet op zijn begrafenis de aanwezigen controleren, wat erop wijst dat Demonie tot zijn dood voor de kerkelijke overheid 'verdacht' bleef.

Literatuur

H. Verriest, Twintig Vlaamsche Koppen, II, 1901; 
C. Gezelle, 'Emiel Demonie', in Biekorf, jg. 24 (1923), p. 193-200; 
L. en L. Vos-Gevers, Dat volk moet herleven. Het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge 1875-1933, 1976; 
L. Gevers, Kerk, onderwijs en Vlaamse Beweging, 1980; 
L. Pillen en J. Pollet, 175 jaar Klein Seminarie te Roeselare, 1982; 
M. Baeck en B. de Leeuw, Het Belfort 1886-1899 (Bibliografie van de Vlaamse tijdschriften in de negentiende eeuw, nr. 10, 1985); 
L. Gevers, Bewogen Jeugd. Ontstaan en ontwikkeling van de katholieke Vlaamse studentenbeweging (1830-1894), 1987; 
J. Vanhecke, De Flandriens van Hugo Verriest, 1997.

Verwijzingen

zie: Biekorf, Klein Seminarie van Roeselare.

Auteur(s)

Sandra Maes