Demedts, André

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Sint-Baafs-Vijve 8 augustus 1906 – Oudenaarde 4 november 1992).

Was de oudste zoon uit een landbouwersgezin. Zijn voorouders vestigden zich reeds in 1626 op de hoeve De Elsbos. Demedts volgde lager secundair onderwijs aan het Sint-Lievenscollege te Gent (1918-1919) en aan de handelsafdeling van het Sint-Amandscollege te Kortrijk (1919-1921). Hij diende toen noodgedwongen thuis te blijven om als landbouwer te werken op de ouderlijke hoeve, maar bekwaamde zich verder door zelfstudie. In die jaren publiceerde hij zijn eerste dichtbundels, verhalen en romans. Via een bekwaamheidsproef voor een Examencommissie werd hij in 1937 leraar aan de Vrije Hogere Technische Handelsschool te Waregem, tot 1949. Daarna was hij tot aan zijn pensionering in 1971 diensthoofd van Belgische Radio en Televisieomroep-West-Vlaanderen te Kortrijk, waar hij sinds 1953 woonachtig was.

Demedts was een veelzijdige persoonlijkheid en een ongemeen productief auteur: op zijn naam staan meer dan zeventig publicaties in boekvorm, naast honderden bijdragen in verzamelwerken, tijdschriften, periodieken en kranten. In 1962 werd hij verkozen tot lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en in 1990 werd hem de Driejaarlijkse Staatsprijs ter bekroning van een schrijversloopbaan toegekend. Bovendien was Demedts werkzaam op zovele terreinen van het culturele leven dat hij in Vlaanderen tot een van de belangrijkste cultuurdragers mag gerekend worden in de voorbije halve eeuw.

In zijn autobiografie De dag voor gisteren vertelt hij hoe zijn belangstelling voor de V.B. werd gewekt door de verhalen die hij als knaap hoorde over de vernederende situaties van de Vlaamse soldaten aan het front tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij werd in zijn verontwaardiging en idealisme nog gesteund door de lectuur van Vlaanderens weezang aan de IJzer en Arm Vlaanderen van Desiderius A. Stracke. Op het college te Kortrijk was hij bevriend met Jozef Devroe, de latere Vlaams-nationalistische volksvertegenwoordiger en werd hij lid van het Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond. Hij publiceerde zijn eerste stukjes in het studentenleesblad Die Cnodse. Aanvankelijk kwam zijn betrokkenheid alleen tot uiting in bekend geworden gedichten als Lof van mijn land en vooral Vlaanderen, waarin hij de bereidheid vertolkt van de toenmalige jeugd om zich geheel in te zetten voor de Vlaamse zaak.

Zijn literair werk is niet te scheiden van zijn daadwerkelijke inzet, van zijn sociale, religieuze en volksnationale bewogenheid. In de centrale thematiek van het geluk, die zijn proza domineert, speelt ook de ontvoogdingsgedachte een belangrijke rol. Demedts was van oordeel dat de ontwikkeling van een volksgemeenschap zowel materiële voorwaarden als geestelijke ontplooiing impliceert. Onrechtstreeks verwerkte hij in zijn romans en verhalen deze doelstellingen van de V.B. In zijn eigentijdse romans gebeurt dat tegen de achtergrond van een Vlaanderen waarin de overgang van een agrarische naar een meer geïndustrialiseerde wereld zichtbaar wordt. Meer specifiek vormt het probleem van collaboratie en repressie in Vlaanderen een wezenlijk bestanddeel in De levenden en de doden (1959). Veertien-achttien (1985) brengt in feite een kroniek van de Eerste Wereldoorlog, met onder andere het ontstaan van het activisme en de Frontbeweging en de toenemende spanning tussen gematigden en radicalen. De dragende gedachte is "dat ieder volk recht op zelfbestuur heeft, van het ogenblik dat het in staat blijkt die verantwoordelijkheid te dragen".

Zijn belangrijkste literaire schepping met betrekking tot de V.B. is de vierdelige romancyclus De eer van ons volk (1973-1978). Demedts plaatst hierin een stuk eigen familiegeschiedenis in de belangrijke periode die volgde op de Franse Revolutie (1789-1815), omdat hier de grondslag werd gelegd van de huidige politieke en sociaal-economische verhoudingen. Met deze romancyclus wou hij de opvatting propageren dat een volk dat zijn geschiedenis niet kent of geen geschiedenis meer maakt, geen volk meer zal blijven of uit de geschiedenis zal verdwijnen. De noodzaak van een zowel materiële als geestelijke ontvoogding heeft hij ook vooropgesteld in Geluk voor iedereen (1981), een roman over de jaren 1840-1848 in West- en Oost-Vlaanderen, "de jaren van onze diepste armoede en vernedering".

Zijn concrete actie begon hij in de Katholieke Arbeidersjeugd (KAJ). Van 1927 tot 1937 was hij als bezieler van studiekringen betrokken bij de plaatselijke en gewestelijke werking. In die jaren, onder invloed van Cyriel Verschaeve, maar nog meer in het spoor en naar het voorbeeld van Hugo Verriest, was hij van oordeel dat de ontvoogding van een volk niet mogelijk is zonder geestelijke en culturele verheffing. Tijdens zijn leraarschap, inclusief de oorlogsjaren, zette hij zijn literaire en culturele bedrijvigheid voort. Hij nam deel aan Cultuurdagen, werkte mee aan bladen als Nieuw Vlaanderen en Volk en Kultuur, en werk van hem werd in het Duits vertaald. Dat bezorgde hem bij de bevrijding in 1944 enige moeilijkheden. Demedts werd van 13 tot 24 oktober vastgehouden en nadien weer vrijgelaten. Deze ervaring sterkte hem in zijn inzet voor de Vlaamse strijd.

Via het Stijn Streuvels-nummer van Dietsche Warande en Belfort (1946) kwam hij in contact met de Frans-Vlaming Pierre Berteloot. Deze ontmoeting lag aan de basis van zijn blijvende actie voor Frans-Vlaanderen. Onder zijn voorzitterschap vond te Waregem op 25 juli 1948 de eerste ontmoetingsdag met Frans-Vlamingen plaats. Deze leidde tot de oprichting van de Frans-Vlaamse Cultuurdagen en van het Komitee voor Frans-Vlaanderen.

In 1952 was hij medeoprichter van het Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond, dat het tijdschrift West-Vlaanderen (thans Vlaanderen) uitgeeft. In 1957 werd het algemeen-Nederlands cultureel tijdschrift Ons Erfdeel opgericht, waarvan Jozef Deleu de hoofdredacteur is. Demedts was de inspirator en wordt beschouwd als de geestelijke vader ervan. Door zijn beginselvastheid en zijn onpartijdigheid had hij zich intussen in de V.B. een groot moreel gezag verworven. Als lid (sinds 1959) van de Kultuurraad voor Vlaanderen zette hij zich onder meer in 1962 effectief in voor het behoud van de streek Komen-Moeskroen binnen het Vlaamse landsgedeelte. Toen de faciliteiten er later niet werden toegepast, was hij in 1971 de inspirator van het tijdschrift Ons Kanton. In 1965 werd hij lid van het IJzerbedevaartcomité en in 1966 schreef hij in Ons Erfdeel in verband met de splitsing van de Leuvense universiteit een zeer vrijmoedig artikel dat een directe invloed had op de verklaring die Mgr. Emiel de Smedt, bisschop van Brugge, daarna aflegde en die tot een spoedige oplossing zou leiden.

Een niet te (onder)schatten invloed had Demedts met zijn meer dan drieduizend bezielende voordrachten (onder meer voor het Davidsfonds) over allerlei onderwerpen, inclusief V.B. en Frans-Vlaanderen. Hij hield die zowat overal in Vlaanderen, op culturele congressen in Nederland, Frans-Vlaanderen en Wallonië, in Rome en op rondreizen door het toenmalige Belgisch-Kongo en Zuid-Afrika.

De betekenis van Demedts voor de V.B. ligt vooral op het vlak van de inspirerende kracht die van hem uitging. Ofschoon hij zelf voorzichtig was in zijn optreden, heeft hij zijn streven naar Vlaamse zelfstandigheid toch duidelijk laten blijken. In 1970 werd door de Marnixring Kortrijk-Broel een André-Demedtsprijs in het leven geroepen, die jaarlijks wordt toegekend aan mensen of organisaties die zich in zijn geest hebben verdienstelijk gemaakt voor de Groot-Nederlandse cultuur. In 1983 werd de oude pastorie in zijn geboortedorp als A. Demedtshuis geopend: het is een museum, maar naar de wens van Demedts zelf in de eerste plaats een ontmoetingsruimte voor jong en oud en een cultureel centrum.

Werken

Hugo Verriest, de levenswekker, 1945; 
'Frans-Vlaanderen' in Vlaanderen, nr. 22 (1955); 
De levenden en de doden, 1959; 
'Frans- en Zuid-Vlaanderen', in Dietsche Warande en Belfort (1961), p. 82-110; 
De dag voor gisteren, 1966; 
Uit ons eigen erfdeel, 1968; 
Stijn Streuvels. Een terugblik op leven en werk, 1971; 
De eer van ons volk= De Belgische republiek, 1973; 
Hooitijd, 1974; 
Goede avond, 1976; 
Een houten kroon, 1978; 
Geluk voor iedereen, 1981; 
Veertien-achttien, 1985.

Literatuur

A. van Wilderode, André Demedts, 1965; 
L. Verbeke, Vlaanderen in Frankrijk: taalstrijd en Vlaamse Beweging in Frans- en Zuid-Vlaanderen, 1970; 
J. Florquin, Ten huize van..., VI, 1970; 
'André Demedts' in Vlaanderen, nr. 154 (1976); 
J. Deleu (e.a.), Frans-Vlaanderen, 1982; 
R. van de Perre, André Demedts. Een monografie, 1986; 
id., 'Frans-Vlaanderen in het werk van André Demedts', in De Franse Nederlanden 
Les Pays-Bas Français (1987), p. 33-48.

Verwijzingen

zie: Komitee voor Frans-Vlaanderen (2de trede, derde links).

Auteur(s)

Rudolf van de Perre