Delecourt, Victor H.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Bergen 4 mei 1806 – Elsene 16 november 1853).

Studeerde rechten te Leuven, promoveerde er in 1824 en was achtereenvolgens advocaat in zijn geboortestad, substituut van de procureur des Konings te Nijvel en te Brussel, rechter, ondervoorzitter en ten slotte (1851) voorzitter van de rechtbank te Brussel. Op 10 juli 1852 velde Delecourt in die hoedanigheid een Nederlandstalig vonnis; het bleef voorlopig bij dat unicum.

Delecourt, die uit een familie van academici stamde, was tijdens het Verenigd Koninkrijk eerst leerling aan het college van zijn geboortestad, waar G.B.J. Raingo (1794-1866) de ijverige leraar Nederlands was, en daarna student te Leuven, waar G.J. Meijer de Nederlandse leerstoel bekleedde. Zijn aldus opgewekte belangstelling voor het Nederlands breidde zich weldra ten gevolge van zijn historische en filologische studie tot het gehele Nederduitse taalgebied uit. Optredend in de periode van de spellingoorlog enerzijds en van de groeiende belangstelling voor Duitsland, waar de dialectstudie toen overigens haar eerste opbloei beleefde, anderzijds, publiceerde Delecourt een reeks artikelen in het dagblad L'Emancipation van 1839 en daarna, in 1844, een boek (La langue flamande, onder het pseudoniem van H. Vandenhoven), waarin hij een nieuwe spelling voor het 'Vlaams' voorstelt, waardoor onze taal zeer dicht bij de Nederduitse dialecten zou komen te staan zoals die in Noord-Duitsland gesproken en, na een lange periode van verval, ook weer geschreven werden. Delecourt spelde bijvoorbeeld aa voor ae, uu voor ue, eë voor scherplange ee, oö voor scherplange oo, -lik voor -lyk enzovoort; hij wil de umlaut invoeren (ä, ö, ü, öe) en pleit voor oude vormen zoals du, di, dyn, de datief, het meervoud op -er, de infinitief werden enzovoort.

Delecourts boek verscheen op het ogenblik dat de spelling na jaren strijd een eerste maal geconsolideerd was (1844) en zijn voorstellen vonden derhalve weinig gehoor; door de Nederlandsgezinden, die de spellingoorlog gewonnen hadden, werden zij openlijk bestreden (Ferdinand A. Snellaert in De School- en Letterbode, 1845). Delecourt heeft hieruit de nodige lessen getrokken. Hoewel hij zich blijvend voor taalstudie en met name voor het Duits en Nederduits bleef interesseren, pleitte hij op het Nederlandsch Letterkundig Congres van 1851 te Brussel voor eenvormigheid in de spelling tussen Noord en Zuid; het Nederduits kwam daarbij niet meer ter sprake. Na zijn dood werden zijn ideeën opnieuw opgenomen door Constant J. Hansen, die ze in de Aldietse Beweging deed uitmonden.

De Waal Delecourt was, mede door zijn invloedrijke positie, te Brussel de spil van een groep op Duitsland georiënteerde flaminganten, waartoe onder meer Michiel van der Voort, Karel F. Stallaert, Hippoliet Bauduin en anderen behoorden. Onder meer met Johann W. Wolf richtte hij het pan-Germanistische tijdschrift De Broederhand op. Hij was lid van de door Van der Voort opgerichte en door rechter Jacques-Corneille van Thielen voorgezeten vereniging De Vlaemsche Verbroedering (1845) en trad als mecenas op ten voordele van Vlaamsgezinde initiatieven, onder meer voor de uitgave van een Tooneelbibliotheek bij de uitgever C. Muquardt.

Werken

La langue flamande, son passé et son avenir. Projet d'une ortographe commune aux peuples des Pays-Bas et de la Basse-Allemagne, 1844; 
Staeltjen der volksprake in 't hertogdom Sleswig, 1849; 
met K.F. Stallaert, Proeve van een Brabandsch Idioticon, 1850.

Literatuur

H.J. Elias, Geschiedenis van de Vlaamse Gedachte, II-III, 1963-1964; 
E. Gubin, Bruxelles au XIXe siècle: berceau d'un flamingantisme démocratique, 1979; 
L. Simons, Vlaamse en Nederduitse literatuur in de 19de eeuw, 2 dln., 1982-1985.

Auteur(s)

Ludo Simons