Declerck, Richard

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Brugge 31 december 1899 – Antwerpen 12 maart 1986).

Kwam via het café van zijn vader, De Vrije Vlaming, in Brugge in contact met de fonteynisten (Florimond-Alphonse Fonteyne). Declerck genoot een klassieke opvoeding aan het Sint-Lodewijkscollege van Brugge, waar hij zich verzette tegen het Franstalige regime. Tijdens de Eerste Wereldoorlog studeerde hij eerst Germaanse daarna Romaanse filologie aan de von Bissing Universiteit, zonder evenwel examens af te leggen. Na de oorlog volgde hij een juridische en klassieke opleiding aan de universiteit van Leuven. In 1926 werd hij advocaat aan de balie van Brugge.

Politiek engageerde Declerck zich binnen Het Vlaamsche Front. Zodra de autoritaire tendensen binnen de Frontpartij aan kracht wonnen, keerde hij zich af. Zijn vriend Achille van Acker introduceerde hem bij de Belgische Werkliedenpartij (BWP). Declerck werd socialist, zonder zijn flamingantisme af te zweren. Hij pleitte voor een socialistisch geïnspireerd nationalisme, met "open oog en oor voor de wereld en tegen een bekrompen nationalisme" (in Vlaamsch Weekblad, 28 mei 1932). Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1932 was hij kandidaat voor de Brugse socialisten. Dit baarde opzien en hielp het zuivere klassenkarakter van de BWP doorbreken. Declerck werd gekozen tot gemeenteraadslid, maar zou nooit een belangrijke rol in de actieve politiek spelen, vermits hij in 1935 werd benoemd tot vrederechter.

Declerck was zeer actief op een breed cultureel domein. Als kenner en gepassioneerde liefhebber van de Franse literatuur verzorgde hij geregeld bijdragen voor de rubriek "Geestesleven" van het dagblad Vooruit. In Brugge was hij dan weer een van de initiatiefnemers van de volksuitgeverij De Garve.

Op 22 december 1945 werd Declerck totaal onverwachts benoemd tot gouverneur van de provincie Antwerpen. Deze benoeming was het werk van Van Acker, op dat moment eerste minister. Van Acker had een vertrouwensfiguur nodig in Antwerpen, dat met zijn haven een cruciale rol speelde bij de bevoorrading van het land. Declerck wist door bemiddeling de oproerige sfeer in de haven te kalmeren, waarmee zowel binnen de vakbondskringen als bij het havenpatronaat zijn gezag meteen gevestigd was.

Naast de functies die voortvloeiden uit zijn ambt, was Declerck bijzonder actief op cultureel vlak. Zowel literatuur, film als toneel genoten zijn actieve belangstelling en inzet. Hij werd voorzitter van de Hoge Raad voor Toneel en van de Nationale Raad voor Nederlandse Dramaturgie. Zijn passie voor de film leidde hem naar het stichten van het tweejaarlijks festival van de Belgische film vanaf 1954. Hij werd ook voorzitter van de PEN-club België en lid van de raad van bestuur van de Belgische Radio en Televisieomroep en voorzitter van de Bert Leysen-Prijs. Declerck was ten slotte ook de eerste voorzitter van het Nationaal Gulden Sporencomité (1963-1964).

Werken

Peilingen doorheen het moderne Franse geestesleven, 1947; 
Gestalten en gedachten, 1957; 
Par le monde qui change, 1968; 
Mijn vriend Achiel, 1969; 
20 Jaar politieke en culturele zwerftochten, 1980.

Literatuur

J. Florquin, Ten huize van..., XVII, 1981; 
J. Roose en E. van Hove, Richard Declerck. Een man, een eeuw, 1984; 
H. Picard, 'Hulde aan ere- gouverneur Declerck', in De gemeenschap (januari-maart 1985), p. 8.

Verwijzingen

zie: Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond Leuven.

Auteur(s)

Geert van Goethem