De Pauw, Frans

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Sint-Agatha-Berchem 31 december 1929).

Echtgenoot van Lydia Deveen.

Groeide, als zoon van Karel de Pauw, op in een intellectueel Vlaams-vrijzinnig milieu in de hoofdstad. In 1951 studeerde De Pauw af als licentiaat Germaanse filologie aan de Université libre de Bruxelles (ULB). Hij ontving diverse wetenschappelijke prijzen en beurzen en werd vijf jaar later doctor in de rechten. Ondertussen specialiseerde hij zich in Volkenrecht en Internationaal Recht in New York en later ook in Den Haag (1962). Na het behalen van het licentiaatsdiploma werd hij taalleraar in de Middelbare Rijksnormaalschool te Nijvel. In 1961 nam hij ontslag wegens zijn benoeming tot docent aan de ULB. Na de splitsing van deze universiteit was hij in hoofdzaak verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB), waar hij zou blijven tot zijn emeritaat in 1994. Hij was er onder meer directeur van het Centrum voor de Studie van het Recht van de Verenigde Naties en de Gespecialiseerde Instellingen (1969- 1987) en verschillende malen (1971-1974, 1981-1984, 1986-1988) decaan van de faculteit rechtsgeleerdheid. Als gastprofessor doceerde hij onder meer aan de universiteiten van Michigan, Sarajevo en Wuhan, Kigali.

Sedert zijn studententijd was De Pauw actief in de V.B. en ijverde hij voor de taalkundige splitsing van zijn universiteit. Hij was onder meer voorzitter van het Brussels Studenten Genootschap Geen Taal Geen Vrijheid (1950-1951) en medestichter van de Studiekring Vrij Onderzoek (1949). Als voorzitter van de (Nederlandstalige) Oudstudentenbond (1962- 1963), als lid van de Vereniging voor Nederlandstalig Vrijzinnig Hoger Onderwijs en als medeoprichter van de Vereniging van Vlaamse Professoren (VVP) en secretaris van de afdeling Brussel groeide hij in de jaren 1960 uit tot een der spilfiguren van de acties die uiteindelijk leidden tot de overheveling van de Franstalige afdeling van de Katholieke Universiteit Leuven naar Wallonië ('Leuven Vlaams') en de oprichting van de autonome VUB. In de VVP, maar ook in diverse universitaire commissies en elders vormde hij een strategische tandem met Aloïs Gerlo en onderhield tijdens de acties voor de verdubbeling belangrijke contacten met de pers en vooraanstaande politici, zoals de toenmalige minister van nationale opvoeding Piet Vermeylen. Als lid van de ULB- Werkgroep die de mogelijkheid tot structurele tweeledigheid moest onderzoeken en daarna in de zogenaamde Expertencommissie bood De Pauw weerwerk aan hen die de Nederlandstalige universitaire gemeenschap uit Brussel wilden bannen en pleitte hij voor een zelfstandige structuur en voor voldoende financiële middelen van de VUB.

Voor en tijdens de uitoefening van zijn decanaat heeft hij als lid (1969-1979) en ondervoorzitter (1970-1971) van de raad van beheer een invloed gehad op de organisatiestructuur van de jonge universiteit. Hij zetelde in diverse universitaire bestuurscommissies (onder meer het college dat de vereffening tussen de VUB-ULB moest regelen) en was een van de stuwende krachten achter de verwezenlijking van het Academisch Ziekenhuis bij het Laarbeekbos in Jette (onderwijs).

De Pauw heeft zijn Vlaamsgezinde ideeën steeds meer verbonden met zijn internationale ervaring en zijn interesse voor de rechten van de mens. Uit zijn activiteiten als jurist in internationaal recht blijkt dat hij een pleitbezorger was voor minderheden en hun eigenheden overal ter wereld. Educatie en studie achtte hij van cruciaal belang om in dit verband onrecht tegen te gaan. Zijn flamingantisch engagement komt eveneens voort uit protest tegen onaanvaardbare situaties en anomaliën; het is sociaal geïnspireerd. Dit verklaart waarom De Pauw voorzitter was van het Belgisch Comité voor Hulp aan Vluchtelingen, buitenlands waarnemer voor de verkiezingen van de Palestijnse Nationale Autoriteit (eind 1995), en als ondervoorzitter van de Vlaamse Juristenvereniging in 1993 de Prijs van de Vlaamse Pleiter kreeg voor zijn inzet voor de Vlaamse zaak in Brussel.

Werken

De Kostumen van Asse van 1642, 1952; 
Het Mare Liberum van Grotius en Pattijn, 1961; 
'Het ontstaan van de Nederlandstalige Faculteit der Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit Brussel', in Recht in beweging. Opstellen aangeboden aan Prof. Mr. R. Victor, I, 1973, p. 343-349; 
Leidraad bij de studie van het Europese Verdrag tot Bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, 1974; 
Grotius and the Law of the Sea, 1965; 
met M. Weyemberg (red.), Gelijkheid en Conservatisme=Gleichheit und Koservatismus: Wijsgerige bijdragen over recht(s)staat, 1985.

Literatuur

E. Witte en J. Tyssens (eds.), De tuin van Akademos. Studies naar aanleiding van de 25e verjaardag van de Vrije Universiteit Brussel, 1995.

Verwijzingen

zie: onderwijs (hoger: Brussel).

Auteur(s)

Frank Scheelings