Dambre, Oscar

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Vlamertinge 12 november 1896 – Gent 23 juni 1972).

Studeerde Latijn-Grieks aan het Sint-Amanduscollege te Kortrijk en meldde zich op 14 oktober 1914 als oorlogsvrijwilliger. Van 1919 tot 1922 studeerde Dambre Germaanse filologie in Gent, waar hij promoveerde op een proefschrift over de 17de-eeuwse dichter Justus de Harduwijn. Hij was achtereenvolgens leraar aan de athenea te Thuin (1922-1927) en Gent (1927-1942), docent Nederlandse taal- en literatuurgeschiedenis aan de universiteit te Hamburg (1942-1945), en van 1951 tot 1968 weer leraar aan het Sint-Amandusinstituut te Gent.

Aan het front engageerde Dambre zich al snel in de Frontbeweging. Hij werkte onder meer mee aan Ons Vaderland, De Stem uit België en Ons Vlaanderen. In 1917 nam hij het initiatief voor het tijdschrift IJzerbloemen, dat in maart 1918 werd aangekondigd als Nieuw Vlaanderen, "Maandelijks tijdschrift voor kunsten en letteren" (algemene leiding: Jozef Muls; redactie: Cyriel Verschaeve, Hilarion Thans, Ernest Claes, Filip de Pillecyn, August van Cauwelaert; redactiesecretarissen: Dambre, Dirk Vansina). In november-december 1919 verscheen het dan uiteindelijk als de nieuwe reeks van Vlaamsche Arbeid.

Dambre nam in de nacht van 25 op 26 maart 1917 deel aan de raid op de Duitse linies bij Stampkot, die noodlottig zou zijn voor de gebroeders Frans en Edward van Raemdonck. Hij was het die voor het eerst het beeld gebruikte van de broers die in elkaars armen gestorven waren, nog voor men wist dat ze dood waren (Ons Vaderland 12 april 1917). Een beeld dat hij samen met Clemens de Landtsheer zou verspreiden. In 1919 gaf hij enkele gedichten van F. van Raemdonck uit: De zielegang van Joris Sylphe (in 1922 heruitgegeven als De zielegang van Frans van Raemdonck). In 1933 'vereeuwigde' hij de broers in De Offergang der Gebroeders van Raemdonck.

In 1919 was Dambre een van de medestichters van de Bedevaarten naar de graven van de IJzer. Hij was actief als eerste secretaris, later als lid van het IJzerbedevaartcomité (tot 1942). Daarnaast schreef hij het verslagboek van de eerste vier IJzerbedevaarten: Bedevaart naar Vlaanderens Doodenveld. Verder was hij, samen met onder anderen Oscar de Gruyter, Jozef Goossenaerts en Joris van Severen, stichter van de Uilenspiegel (een Vlaams contactcentrum in Gent, 1919), actief in het Algemeen Vlaamsch Studentenverbond Gent, lid van de Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis (1927) en lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden (1932). In 1928 stichtte hij de Vlaamsche Bond te Gentbrugge en in 1932 was hij medestichter van de Bond van Gentsche Oud-Germanisten. Op 31 mei 1945 werd hij, docent aan de universiteit in Hamburg, aldaar door de Belgische bezettingsmacht gearresteerd. Hij kwam vrij op 16 oktober 1947, maar was tot 8 december 1950 ontheven van zijn burgerrechten. Op 15 maart 1955 werd hij in ere hersteld.

Werken

Artikelen in Ons Vaderland; Ons Leven; Minerva. Algemeen Nederlands Studentenblad; Ter Waarheid; Vlaamsche Arbeid; Ons Vlaanderen; De stem uit België; Onze Temschenaars; Kortrijks oorlogsblad; St. Amands Studentenblad; De Standaard; 
Bedevaart naar Vlaanderens Doodenveld, 1924; 
De Offergang der Gebroeders van Raemdonck, 1933; 
Stampkot, 1933; 
Nederlandsch cultureel gmeenschapsgevoel in eeuwen van politieke gemeenschapsondermijning, 1940; 
'Cyriel Verschaeve, der geistige Führer des ewigen Flandern', in Mitteilungen der Nordischen Gesellschaft/Hamburg-Kontor (augustus 1944); 
'Justus de Harduwijn. Rechtzetting en Memoriaal', in Spiegel der Letteren, jg. 14 (1972), p. 72-73.

Literatuur

F.A.J. Dambre, 'Bibliografie van Dr. O. Dambre', in WT, jg. 25, nr. 6 (1966), p. 450-456; 
id., 'Dambre, Oscar', in NBW, VI, 1974; 
id., 'Oscar Dambre, een levensschets', in WT, jg. 33, nr. 2 (1974), p. 89-98; 
W. Bachofer en W. Beck, 'Deutsche und niederdeutsche Philologie. Das Germanische Seminar zwischen 1933 und 1945', in Hochschulalltag im 'Dritten Reich'. Die Hamburger Universität 1933-1945. II. Teil: Philosophische Fakultät, Rechts- und Staatswissenschaftliche Fakultät, 1991; 
L. de Ryck, Terug naar niemandsland. De geschiedenis van de gebroeders van Raemdonck: mythe en werkelijkheid, 1996.

Auteur(s)

Maarten van Ginderachter