Couvreur, ridder Walter

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Antwerpen 25 juli 1914 – Antwerpen 15 september 1996).

Studeerde na middelbare opleiding in Antwerpen aan de Leuvense universiteit, waar hij op 26 november 1936 promoveerde tot doctor in de Oosterse talen en op 20 oktober 1938 tot doctor in de klassieke filologie. Op 1 februari 1944 werd Couvreur benoemd tot docent aan de Rijksuniversiteit Gent en op 1 november 1949 tot gewoon hoogleraar, onder andere voor vergelijkende spraakkunst van de Indo-Europese talen. Hij was emeritus sedert 1 oktober 1984. Couvreur werd op 21 april 1976 verkozen tot lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Bij Koninklijk Besluit van 18 juli 1990 werd hij verheven in de adelstand met als titel ridder.

Door zijn studies over de minder bekende Indo-Europese talen, het Hettitisch en het Tochaars, vestigde hij ook op dat gebied de aandacht van de wereld op de Vlaamse wetenschapsbeoefening. Door zijn studies over De hervorming van spelling en schrijftaal in het Nederlandsch (1938-1939), over de Tegenstelling Nederlandsch-Vlaamsch en de spellinghervormingen 1844 en 1864 (1940) was hij voorbestemd om deel uit te maken van de Nederlands-Belgische Spellingcommissie (1945), van de Woordenlijstcommissie (1947) en later van de Commissie Pée-Wesselings (1966), de zogenaamde Bastaardwoordencommissie. In 1946 en 1954 schreef hij in Streven heldere artikelen om de vereenvoudigde spelling en de nieuwe Woordenlijst van de Nederlandse taal te verdedigen. Hij bleef op spellinggebied actief door zijn lidmaatschap van de Koninklijke Commissie van Advies voor Plaatsnaamgeving (sinds 1977).

Couvreur volgde Corneel Heymans op als voorzitter van het in 1950 opgerichte Vlaams Comité voor Federalisme. In 1952 vormde hij van daaruit mee het Vlaams-Waals College dat een ontwerp van federale grondwet opstelde. Naar aanleiding van de verkiezingen van 1954 achtte hij een nieuw Vlaams-nationaal initiatief noodzakelijk: met veel moeite slaagde hij erin de coalitie Christelijke Vlaamse Volksunie op de been te brengen. Na de nederlaag daarvan, bleef hij gesprekken organiseren met het oog op de stichting van een nieuwe Vlaams-nationale partij. In november 1954 mondden die uit in de stichting van de Volksunie (VU) waarvan hij het voorzitterschap op zich nam. Couvreur koesterde echter onrealistische ambities en had ook niet echt het karakter om aan partijpolitiek te doen; naar aanleiding van een banaal conflict nam hij in 1955 ontslag. Hij bleef wel de VU steunen en woonde vanaf 1957 weer af en toe de vergaderingen van het hoofdbestuur bij. Zijn korte periode van intense partijpolitieke activiteit was ingegeven door het inzicht dat een reveil van de Vlaams-nationale partijpolitiek noodzakelijk was.

Literatuur

Liber Memorialis Rijksuniversiteit Gent 1913-1960, I, 1960.

Auteur(s)

René Haeseryn