Clottens, Jozef

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Mechelen 3 november 1881 – Schaarbeek 20 januari 1959). Broer van Edward Clottens.

Trad na zijn humaniora aan het Klein Seminarie van Mechelen in 1901 als klerk in dienst bij de Belgische Staatsspoorwegen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vertoefde Clottens in Groot-Brittannië. Na de wapenstilstand was hij werkzaam in het ministerie van landbouw. Tijdens het ministerschap van de katholiek Albert Carnoy op binnenlandse zaken proefde Clottens als diens kabinetssecretaris van de nationale politiek (1927-1929). Hierna zette hij een punt achter zijn loopbaan in de ambtenarij en ging aan de slag bij de Kredietbank.

Clottens' inzet in de V.B. dateerde reeds van vóór 1914. In 1912 behoorde hij te Mechelen tot de inrichters van een manifestatie voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit. Zijn huwelijk bracht hem in Vilvoorde, waar hij in de jaren 1920 de bezieler werd van de lokale afdeling van het Davidsfonds. In deze katholieke cultuurvereniging werd hij lid van het nationaal hoofdbestuur en behoorde hij in de tweede helft van de jaren 1930 tot een van de meest gezaghebbende figuren, ook al omdat hij samen met boekhouder J. van Pelt de financiën controleerde. Vanaf 1927 trad hij ook op als secretaris, eerst van de Katholieke Vlaamsche Arrondissementsbond te Brussel, vervolgens van de overkoepelende Katholieke Vlaamsche Landsbond (KVL).

Clottens' aandacht ging uit naar het taalgrensvraagstuk, de kwestie Brussel en de talentellingen. Zo was het bijvoorbeeld op voorstel van Clottens, dat men op de jaarvergadering van het Davidsfonds van 30 mei 1929 besloot een centrale commissie en diverse provinciale commissies op te richten, die de in de volkstelling vervatte talentelling van december 1930 moesten begeleiden en die erin slaagden diverse aanbevelingen in het Koninklijk Besluit hieromtrent (augustus 1930) te laten opnemen. In 1936 werd hij lid van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht, waarin hij zou blijven zetelen tot aan zijn dood. Een jaar eerder was hij opgenomen in de raad van beheer van de De Standaard.

Ondanks zijn katholieke overtuiging wees Clottens samenwerking met Vlamingen van andere filosofische en politieke strekkingen niet van de hand. Zo was hij voorzitter van het pluralistische Vlaamsch Verbond voor Brussel en was hij namens het Verbond betrokken bij het Verbond van Vlaamsche Cultuurkringen.

Clottens was een voorstander van de Vlaamsche Concentratie en verdedigde daarom op het congres van de KVL van 10 januari 1937 het inmiddels ter ziele gegane Beginselakkoord KVV-VNV. Op 16 juni 1940 was hij aanwezig op een bijeenkomst waar diverse Vlaams-nationalisten een motie aannamen voor een politieke hereniging der Nederlanden.

Na de Tweede Wereldoorlog behoorde Clottens tot de eersten die de door de collaboratie en de daaropvolgende repressie getroffen V.B. uit de malaise wensten te halen. Via het Comité voor Recht en Naastenliefde zette hij zich in om de slachtoffers van de repressie te helpen. Hij wordt ook beschouwd als de redder van de door de collaboratie gecompromitteerde Vlaamse Toeristenbond en Vlaamse Automobilistenbond; na de bevrijding nam hij van beide organisaties het voorzitterschap op zich. Hij behoorde tevens tot de groep die in 1948 het Algemeen Nederlands Zangverbond nieuw leven inblies. Samen met zijn broer Edward had hij ten slotte als beheerraadslid van de uitgeverij naamloze vennootschap Periodica ook een belangrijk aandeel in het opnieuw laten verschijnen van de vooroorlogse De Standaard.

In Brussel stond Clottens in 1946 aan de wieg van het Comité tot bevordering van het Vlaams leven te Brussel, vanaf 1955 het Vlaams Komitee voor Brussel genoemd, dat net als het vooroorlogse Vlaamsch Verbond voor Brussel de Vlaamse zaak in het Brusselse verdedigde. Hij was ook de belangrijkste initiatiefnemer tot de oprichting van twee Vlaamse ontmoetingscentra in Brussel namelijk het Brussels Tehuis (1950) en het Consciencehuis (1953).

Samen met Albert Bouweraerts en Hendrik Fayat behoorde Clottens tot de in 1946 opnieuw geïnstalleerde Vaste Commissie voor Taaltoezicht en had aldus een aandeel in de voorbereiding van de talentelling van 1947. Samen met zijn Vlaamse collega's wees hij een referendumkarakter van deze telling af en wilde hij via de vraagstelling het personaliteitsbeginsel laten primeren op het territorialiteitsbeginsel. Wegens gebrek aan steun van de Vlaamse politici konden echter de drie Waalse commissieleden hun visie doordrukken. Pas nadat de voor Vlamingen rampzalige resultaten bekend werden, zorgden Clottens en zijn twee Vlaamse collega's vanaf het voorjaar van 1949 voor een duidelijke breuk in de Vaste Commissie, door de tellingsresultaten en hun publicatie aan te vechten en voor het eerst een wetenschappelijke vastlegging van de taalgrens te eisen.

Vooral na het aftreden van Leopold III pleitte Clottens openlijk voor federalisme; hij bracht dit punt binnen het Davidsfonds bovenaan op de agenda en was op 10 juni 1953 medestichter van het Vlaams Comité voor Federalisme.

Werken

Volkstelling en vreemdelingenvraagstuk, 1939.

Literatuur

'Jozef Clottens overleden', in De Standaard (21 januari 1959); 
A. Monteyne, 'Le monde flamand de Bruxelles', in Courrier Hebdomadaire du CRISP (1977); 
L. Wils, Honderd jaar Vlaamse beweging, II-III, 1985- 1989; 
M. de Metsenaere, 'De talentelling van 1947', in Het probleem Brussel sinds Hertoginnedal (1963). Acta van het Colloquium VUB-CRISP van 20 en 21 oktober 1988 (Taal en Sociale Integratie, nr. 11, 1989), p. 175-190.

Auteur(s)

Luc Sieben