Carton de Wiart, graaf Henry

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Brussel 31 januari 1869 – Brussel 6 mei 1951).

Promoveerde in 1890 tot doctor in de rechten aan de Université libre de Bruxelles en vestigde zich als advocaat in de hoofdstad. Van 1895 tot 1911 was Carton de Wiart katholiek gemeenteraadslid in Sint-Gillis (Brussel) en van 1896 tot zijn dood lid van de Kamer. Hij was herhaaldelijk minister: juni 1911-november 1918 van justitie (in welke hoedanigheid hij onder meer in 1913 een aanpassing van de taalwetgeving in rechtszaken verwezenlijkte), november 1920-december 1921 eerste minister en minister van binnenlandse zaken, december 1932-januari 1934 van sociale voorzorg en openbare gezondheid, augustus 1949-juni 1950 van economische cosrdinatie en nationale wederuitrusting, juni-augustus 1950 van justitie. Hij werd eind 1918 minister van staat en in 1922 graaf.

Carton de Wiart was medestichter van het blad L'Avenir social (1891-1894), later La Justice sociale (1895- 1902), spreekbuis van de christen-democratische Jeune Droite, die de opvattingen van Rerum Novarum en de triangle démocratique – schoolplicht, algemene dienstplicht, belastingprogressiviteit – voorstond. Carton was medestichter van de Ligue nationale du suffrage universel en onderhield goede betrekkingen met de christen-democratische bewegingen in Vlaanderen en Walloni'. De Fédération démocratique chrétienne de l'arrondissement de Bruxelles, die hij uit wrevel over de wet op de vertegenwoordiging in de gemeenteraden (1895) met Jules Renkin oprichtte, was een autonome groep die aanleunde bij de Christene Volkspartij van priester Adolf Daens.

In 1896 werd Carton de Wiart met Renkin op de gemeenschappelijke katholieke lijst gekozen, maar de uitsluiting van die partij uit de Belgische Volksbond in september 1897 leidde tot een verkoeling. In 1898 deed Carton stappen bij Mgr. Rampolla in Rome en de Gentse bisschop Antoine Stillemans, om het verbod op de politieke kandidatuur van priester Daens in te trekken. Toen priester Daens zich in 1900 kandidaat stelde tegen de katholieke partij, werden de vroegere medestanders politieke vijanden.

Omstreeks de eeuwwisseling voerde Carton een Belgisch- nationalistische campagne met Paul Crokaert en Pierre Nothomb en toonde hij zich een fel tegenstander van de regionale eentaligheid. Als minister in Le Havre tijdens de Eerste Wereldoorlog wekte hij wantrouwen bij de Vlamingen niet alleen door zijn beleid inzake censuur, oorlogspropaganda en militaire rechtspraak, maar ook door zijn francofiele relaties. Onder zijn eerste-ministerschap werd een wet op het taalgebruik in bestuurszaken goedgekeurd die voor het eerst het territorialiteitsbeginsel inzake taalwetgeving erkende (wet van 31 juli 1921). Van Cartons belofte omtrent Nederlandstalig hoger onderwijs kwam niets terecht tijdens zijn eerste-ministerschap. Wel ging hij naderhand akkoord met de oprichting van Nederlandstalige faculteiten aan de Gentse universiteit, maar wees een volledige vernederlandsing af. Naar aanleiding van een socialistische manifestatie in La Louvière voor een zes-maanden-legerdienst en de benoeming (weliswaar met tegenzin) van Frans van Cauwelaert tot burgemeester van Antwerpen verloor Carton het vertrouwen van zijn socialistische respectievelijk zijn liberale regeringspartners.

Werken

L'action politique des démocrates chrétiens, 1895; 
'Gand bilingue au nom de la raison et de la liberté', in Revue Catholique des Idées et des Faits (1923); 
'Le problème de l'Université de Gand', in Revue des deux mondes (1923); 
'Flamands et Wallons', in Revue de Paris (1931); 
Beernaert et son temps, 1945; 
Souvenirs politiques, 1948.

Literatuur

G. Hoyois, Carton de Wiart et le groupe de 'La Justice Sociale', 1931; 
L. de Lichtervelde, 'Notice sur le comte Carton de Wiart', in Annuaire de l'Académie royale de Belgique (1956); 
Y. Schmitz, 'Carton De Wiart', in BN, XLIV, supplément 16, 1985- 1986.

Auteur(s)

Guido Provoost; Frans van Campenhout