Brunclair, Victor-Jozef

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Antwerpen 19 oktober 1899 – Lagelund 21 november 1944).

Kwam via het Antwerpse studentenmilieu in aanraking met de toenmalige Nederlandstalige en internationale literatuur en het activisme. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte Brunclair mee aan het studentenblad De Goedendag en aan Vlaamsch Leven. Hierin publiceerde hij enkele unanimistische gedichten naast politieke essays en pamfletliteratuur (pseudoniemen: Geert Bardemeyer, Lirio en J. Fikkens). Binnen het Vlaamsch Verbond hing hij de activistische tendens aan. In zijn artikelen viel hij in die periode scherp uit tegen de Belgische twee-eenheid "waarvan Vlaanderen het slachtoffer was". Hij kantte zich tegen de romantische taalstrijd van de V.B. Daarnaast onderging hij de invloed van het Duitse Aktionshumanitarismus (Kurt Hiller, Ludwig Rubiner), met bladen als Der Sturm, Die Aktion en Die Weissen Blätter van René Schickelé. Niet minder belangrijk was de invloed van het gedachtegoed van Henri Barbusse (Clarté: l'internationale de la pensée) en Romain Rolland (l'indépendance de l'esprit). Brunclair zou de organisator geweest zijn van een Antwerpse afdeling van de Clarté-groep. Hij schreef enkele bijdragen in Opstanding, het orgaan van de Vlaamse Clarté-groepen, waarin hij van leer trok tegen de blauwvoeterij. Hij verweet de V.B. dat ze te lang een filologenstrijd was geweest: de sociale achtergrond van het talenvraagstuk in Vlaanderen was minstens even belangrijk. Hij was bang dat de overgang van een franskiljons naar een Vlaams machthebberschap ook een Vlaams kapitalisme zou doen ontstaan: "Niet antipodisch dus flamingantism en kommunism, maar door hun geaardheid en hun doeleinden aanverwant" ("Weg met de blauwvoeterij", in Opstanding, jg. 2, nr. 2). Nochtans kan men Brunclair geen echte communist noemen; hij was eerder een idealist in de tolstojaanse traditie (de Clartéisten vertoonden trouwens een mengelmoes van anarchistische, communistische, tolstojaanse en Vlaams-nationalistische tendensen). Men vindt ook bijdragen van hem terug in het Vlaamse Clarté-orgaan De Nieuwe Wereldorde, "internationale revue der gedachtebeweging", en in Staatsgevaarlik van Geert Pijnenburg en Mark Tralbaut. Ook in het Franstalige Clarté-orgaan L'Art libre (Brussel) van Paul Colin verschenen van zijn hand enkele artikels, onder andere over Duitse literatuur. Brunclair behoorde eveneens tot de zogenaamde 'Ruimte-generatie' en was in 1920 medeoprichter van het gelijknamige tijdschrift. Hij verwierp het individualisme van Karel van de Woestijne. Na de samensmelting van Ruimte met Vlaamsche Arbeid in 1921 bleef Brunclair bijdragen publiceren, tot in 1930 ook Vlaamsche Arbeid ophield te verschijnen. Tijdens de jaren 1930 keerde hij zich tegen het fascisme en het nationaal-socialisme; in 1936 kwam dit tot uiting in Getuigenis, een kortstondig tijdschrift dat hij mee oprichtte en dat slechts twee nummers beleefde, en in 1937 in het essay Het heilige handvest. In zijn literair oeuvre zijn nog van belang De dwaze rondschouw (1926), een lyrische dichtbundel van unanimistische strekking, en De monnik in het westen (1927), een allegorische roman in expressionistische stijl. Brunclair werd op 8 december 1942 door de Gestapo aangehouden na een reeks anonieme brieven. Na omzwervingen in enkele Belgische en Nederlandse gevangenissen kwam hij via Dachau in het concentratiekamp Lagelund (Sleeswijk-Holstein) terecht, waar hij in 1944 overleed.

Werken

Artikelen in L'Art libre; Getuigenis; De Goedendag; De Nieuwe Wereldorde; Opstanding; Ruimte; Staatsgevaarlik; Vlaamsch leven; Vlaamsche Arbeid; 
De dwaze rondschouw, 1926; 
De monnik in het westen, 1927; 
Het heilige handvest, 1937.

Literatuur

P. de Wispelaere, Victor J. Brunclair, 1899-1944, 1960; 
T. Hermans, Brunclair: een blik op de literaire opvattingen en het werk van Victor J. Brunclair (1899-1944), 1970; 
G. Gheysens, De invloed van het geestesinternationalisme van Romain Rolland en Henri Barbusse in enkele Belgische avant-garde tijdschriften (1919-1923), KUL, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1979.

Auteur(s)

Godwin Gheysens