Brouwers, Jeroen

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(30 april 1940).

Werkte vanaf 1964 als redacteur bij uitgeverij Angèle Manteau en debuteerde in datzelfde jaar met het Het mes op de keel. Kenmerkend voor deze "niet-begrepen minnaar van Vlaanderen" is zijn haat-liefdeverhouding met Vlaanderen. De Vlaamse letteren en het spanningsveld tussen de Vlaamse en Nederlandse literatuur staan centraal in zijn werk, dat bekroond werd met talrijke literaire prijzen.

Als polemist veroorzaakte Brouwers midden de jaren 1970 heel wat opschudding met zijn uitvallen tegen het "verbasterd, slechte Nederlands" van de Vlaamse literatuur. Hij verweet de Vlaamse auteurs hun eigen taal niet te schrijven wat resulteerde in een "wangedrochtelijk schaduwtaaltje". Brouwers was dan ook een fervent tegenstander van de culturele integratie van Noord en Zuid, "een uit Vlaanderens minderwaardigheidscomplex ontsproten hersenschim". Vooral omwille van hun onwetendheid over de Vlaamse letteren moesten ook zijn Nederlandse collega's het ontgelden.

Brouwers' essay Sire, er zijn geen Belgen (1988) over de taalhistorische achtergronden van de verhouding Nederland-Vlaanderen zorgde ervoor dat hij in Vlaanderen anders werd bekeken. De zogenaamde 'Vlaminghater' uit de jaren 1970 werd begin de jaren 1990 onderscheiden met onder andere de Orde van de Vlaamse Leeuw en de Geuzenprijs voor zijn jarenlange inzet voor een serieuze behandeling van de Vlaamse letteren in Nederland. In 1995 werd Vlaamse Leeuwen, een bundeling van wat hij over de Vlaamse literatuur, cultuur en geschiedenis schreef, bekroond met de Gouden-Uil (de boekenprijs van de Standaard Boekhandel).

Werken

Groetjes uit Brussel, 1969; 
Mijn Vlaamse Jaren, 1982; 
Alleen voor Vlamingen, 1982; 
Sire, er zijn geen Belgen, 1988; 
Vlaamse Leeuwen, 1994.

Auteur(s)

Hendrik Defoort