Borchling, Conrad

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Hitzacker 20 maart 1872 – Hamburg 1 november 1946).

Was vanaf 1910 professor voor Nederduitse taal- en letterkunde aan het koloniaal instituut, de latere universiteit, in Hamburg, en bovendien actief in de Nederduitse taalbeweging. Uiterlijk vanaf 1913 was Borchling lid van de Hamburgse Platduitse vereniging Quickborn. Over de Vlaamse kwestie hield hij al in maart 1911 een spreekbeurt in Hamburg. In oktober van dat jaar nam hij in Gent als afgevaardigde van de Vereniging voor Nederduitse Taalkunde deel aan de viering bij het vijfentwintigjarige bestaan van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Een verslag over de plechtigheid publiceerde hij in een Hamburgse krant. In 1912 hield Borchling een voordracht ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van Hendrik Conscience. In hetzelfde jaar zorgde hij voor de oprichting van een Nederlands lectoraat aan de Hamburgse hogeschool.

Op 9 oktober 1914, de dag van de capitulatie van Antwerpen, hield hij in Hamburg een voordracht over "het Belgische probleem", die begin 1915 als brochure verscheen. Het was een van de eerste Duitse oorlogspublicaties over de geschiedenis van de V.B. Borchling bepleitte een onafhankelijk Vlaanderen als zelfstandige Nederduitse staat met Antwerpen als hoofdstad, uiteraard onder Duitse voogdij. Een autonoom Vlaanderen binnen een Belgische federatie zag hij als noodoplossing indien de opheffing van België niet haalbaar was. De Duitsers waren volgens Borchling verplicht om de Vlamingen van de verfransing te redden. De Vlamingen op hun beurt dienden weer te beseffen dat ze deel uitmaakten van het "Nederduitse volk en de Duitse cultuur". Pogingen tot verduitsing moesten echter achterwege blijven.

Tussen november 1914 en maart 1916 hield Borchling voor Platduitse verenigingen nog ten minste vijf spreekbeurten over V.B. en Vlaamse letterkunde. De Nederduitsers hadden volgens hem in de oorlog in bijzondere mate de taak een geestelijke brug te slaan naar Vlaanderen. Begin 1916 bepleitte hij een Platduitse eenheidsspelling die op Nederlandse leest geschoeid zou zijn. Rond dezelfde tijd bracht hij een bezoek aan bezet België. In 1917 werd hij bestuurslid van de Deutsch-Flämische Gesellschaft.

Ook na 1918 bleef Borchling het contact met Vlaamse vakgenoten onderhouden. Hij spande zich in de tussenoorlogse periode onder meer in voor ontmoetingen van Vlaamse en Noord-Duitse studenten.

Werken

Das belgische Problem, 1915; 
'Unser niederdeutscher Landsturm in Belgien', in Mitteilungen aus dem Quickborn, jg. 8, nr. 3 (1915), p. 114-115; 
'Hendrik Conscience', in Mitteilungen aus dem Quickborn, jg. 9, nr. 3 (1916), p. 86-94; 
'Zur Schroibung der Wörter Vlamen, vlämisch, Vlandern', in Norddeutsche Monatshefte, jg. 3 (1916), p. 396-400; 
'De Nederduitsche Beweging', in Ons Leven, jg. 47, nr. 23 (1935), p. 488-490.

Literatuur

R.P. Oszwald (red.), Deutsch-Niederländische Symphonie, 1937; 
G. de Smet, 'Conrad Borchling und die Niederlande', in Prof. Dr. Conrad Borchling 1872-1946, 1972, p. 56-64; 
L. Buning, 'De Quickborn en Vlaanderen', in WT, jg. 35, nrs. 2-3 (1976), p. 81-102; 
W. Dolderer, Deutscher Imperialismus und belgischer Nationalitätenkonflikt (Kasseler Forschungen zur Zeitgeschichte, nr. 7, 1989).

Auteur(s)

Winfried Dolderer