Bond der Vlaamsche Rechtsgeleerden

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

overkoepelende vereniging van Vlaamsgezinde juristen, opgericht op 14 oktober 1885 op initiatief van enkele liberale advocaten, onder wie Albert Fredericq en Jan van Rijswijck.

De vereniging nam zich voor de krachten te bundelen over de partijgrenzen heen, om een nieuwe taalwetgeving in strafzaken af te dwingen en de vernederlandsing van de rechtbanken te bevorderen. De Vlaamse Conferentie der Balie in de verschillende steden moest de kern vormen van de Bond. Daarnaast traden ook individuele juristen toe tot de vereniging. De oprichting had tot gevolg dat enkele weken later te Antwerpen een Vlaamse Conferentie werd opgericht. De Bond zelf ging echter vrij vlug ter ziele, omdat de liberalen niet achter meer radicale katholieke wetsvoorstellen in strafzaken konden staan.

Het streven naar wetenschapsbeoefening in de eigen taal leidde in 1897 tot de oprichting van het Rechtskundig Tijdschrift. In het kielzog daarvan werd in 1899 de Bond heropgericht, onder voorzitterschap van Juliaan van der Linden. De Bond en het tijdschrift namen de organisatie waar van de Vlaamsche Rechtskundige Congressen, waarvan het eerste in 1900 te Antwerpen plaatsvond. Vóór de oorlog beperkten de activiteiten van de Bond zich vooral daartoe.

Het activisme zorgde voor diepe verdeeldheid in de Bond. De toenmalige voorzitter, Louis Franck, ageerde in naam van de Bond tegen het activisme en zette verschillende protestacties op het getouw. Secretaris Willem Thelen en ondervoorzitter Florimond Heuvelmans daarentegen bevonden zich beiden in het activistische vaarwater. In de eerste jaren na de oorlog leidden de verdeeldheid in de V.B. en ook de figuur van Franck zelf in de Bond tot immobilisme. Een motie van het door de Bond in 1922 georganiseerde Vlaamsch Rechtskundig Congres mondde door de invloedrijke steun van Franck en Frans van Cauwelaert in 1923 nochtans uit in de oprichting van een Centrale commissie voor Nederlandse rechtstaal en bestuurstaal in België, die onder meer een aantal wetboeken zou vertalen.

In 1924 liep de verdeeldheid uit op een openlijke twist. Franck en de zijnen werden in 1927 aan de dijk gezet en afgelost door een flamingantisch bestuur, dat de Bond uitbouwde tot een strijdorgaan voor de verdere vernederlandsing van het gerecht. Dit thema werd aangesneden op het Vlaamsch Rechtskundig Congres van 1928 en stond op de dagorde van de algemene ledenvergadering in 1930, twee jaar voor het de politieke agenda ging bepalen. Via de Bond kanaliseerden secretaris Hendrik Borginon en voorzitter Hector Lebon het standpunt van de flamingantische juristen. Dat gebeurde in petities en meetings die vaak konden rekenen op massale belangstelling. De vereniging werkte daarbij nauw samen met René Victor en zijn evenzeer actieve Rechtskundig Weekblad. Deze druk was een ruggensteun voor Hendrik Marck en de flamingantische parlementsleden die in de Kamercommissie de regeringsontwerpen op het taalgebruik in rechtszaken steeds meer ombogen in de zin van volledige eentaligheid in Vlaanderen. Na de uitvaardiging van de nieuwe taalwet in 1935 ijverde de Bond voor de benoeming van Vlaamsvoelende magistraten en streefde hij nu ook naar een heroriëntering, waarbij de klemtoon meer zou liggen op wetenschapsbeoefening.

Met de Tweede Wereldoorlog brak voor de vereniging een moeilijke periode aan. Een aantal juristen ijverde voor een hervorming van het Belgische recht in Nieuwe Orde-zin en voor een uitzuivering van de juristenwereld. Op vraag van Jozef Goossenaerts organiseerde Emiel van Dievoet, voorzitter van de Bond sinds 1935, in mei 1942 een Rechtskundig Congres. Van Dievoet zelf sprak er over Levend recht. In oktober 1942 richtten Vlaams-nationalistische juristen te Antwerpen echter een vzw Vlaamsche Juristenvereniging op, onder voorzitterschap van Herman Jacob (broer van de activist Antoon Jacob). Deze vereniging zat ondubbelzinnig op het spoor van de Nieuwe Orde. Niet minder dan 232 juristen traden toe. De Bond der Vlaamse Rechtsgeleerden verdween feitelijk van het toneel. De Vlaamsche Juristenvereniging organiseerde in 1943 een congres, maar voor het overige lieten deze milites togati nauwelijks van zich horen.

Na de bevrijding kon de Bond uit zijn as herrijzen. Voorzitter Van Dievoet zocht naar een opvolger. De verdeeldheid in Vlaamse rangen leidde echter opnieuw tot immobilisme. Zo werd van de ene zijde verwacht dat de Bond zich voor amnestie zou uitspreken, terwijl anderen in dat geval de vereniging zouden verlaten. Na moeizame voorbereidingen werd in 1948 een nieuw maar voorlopig algemeen bestuur samengesteld. Daar bleef het bij. In 1951 kwam de Bond er niet toe de organisatie van het Rechtskundig Congres op zich te nemen. In 1964 zou de vereniging dan toch uit haar as herrijzen, als Vlaamse Juristenvereniging.

Literatuur

H. van Goethem, 'De Bond der Vlaamse Rechtsgeleerden (1885-1964)', in H. van Goethem, Honderd jaar Vlaams rechtsleven 1885-1985, 1985, p. 13-199; 
id., De taaltoestanden in het Vlaams-Belgisch gerecht 1795-1935 (Verhandelingen van de KAWLSKB, klasse der letteren, jg. 52, nr. 134, 1990).

Auteur(s)

Herman van Goethem