Blommaert, jonkheer Philip M.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Gent 27 augustus 1808 – Gent 14 augustus 1871).

Was een leerling van de Nederlandse hoogleraar Johannes M. Schrant aan de Gentse universiteit, waar hij in 1829 in de rechten promoveerde. Samen met Jan F. Willems was Blommaert een van de eerste voorvechters van de V.B. In 1832 publiceerde hij een eerste pleidooi: Aenmerkingen over de verwaerloozing der Nederduitsche tael waarin hij pleitte voor het herstel van de moedertaal in de Vlaamse gewesten, erop wees dat de Vlaamse bevolking in het nieuwe België de meerderheid uitmaakte, dat het Nederlands geschikt was als taal voor rechtspraak en bestuur, dat het bijdroeg tot verlichting, onderwijs en beschaving van het volk en een waarborg was voor het behoud van de goede zeden tegen het Franse bederf en voor het consolideren van de nationale geest. In 1839 nam hij met Ferdinand A. Snellaert en Willems het initiatief tot het eerste Vlaamse petitionnement; in 1845 werd hij lid van De Toekomst en Het Heilig Verbond; in 1846 was hij een der oprichters van het Vlaemsch Gezelschap in Gent en in 1849 een van de organisatoren van het Nederlandsch Letterkundig Congres. In 1839 werkte hij mee aan de oprichting van de Maetschappy der Vlaemsche Bibliophilen, waarvan hij tot zijn dood secretaris zou blijven, en in 1851 was hij een van de oprichtende leden van het Willemsfonds. Hij was verder een tijdlang gematigd-liberaal, maar een overtuigd Vlaams gemeente- en provincieraadslid en sedert 1860 lid van de Académie royale de Belgique.

In zijn geschriften, onder meer in de Aloude geschiedenis der Belgen of Nederduitschers, betreurde hij de omwenteling van 1830 als noodlottig voor de Nederlandse taal en letterkunde. Hij was duidelijk liberaal georiënteerd, wilde kennis en verlichting onder het volk verbreiden en nam tegenover de godsdienst een voorzichtige houding aan. Aan de redactie en de financiële ondersteuning van Vlaamse dagbladen (zoals Vlaemsch België) en tijdschriften nam hij actief deel: zo bij de Nederduitsche Letteroefeningen, Bijdragen der Gazette van Gent (1836-1939), Belgisch Museum, Nederduitsch Letterkundig Jaarboekje, Kunst- en Letterblad en De Eendragt. Voor de filologie maakte hij zich verdienstelijk door de publicatie van vele teksten uit de 12de tot en met de 17de eeuw en het schrijven van opstellen over lokale en landelijke geschiedenis en folklore.

Werken

Aenmerkingen over de verwaerloozing der Nederduitsche tael, 1832; 
Aloude geschiedenis der Belgen of Nederduitschers, 1849; 
De Nederduitsche schrijvers van Gent, 1861.

Literatuur

J. Frederiks en F. van den Branden, 'Blommaert, Jonkheer Philip Marie', in Nationaal Biografisch Woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche Letterkunde, z.j. (tweede omgewerkte druk); 
Leven en werken der Zuidnederlandsche Schrijvers, 1900; 
J. Deschamps, 'Blommaert, jonkheer Philip Marie', in NBW, II, 1960; 
H. Elias, Geschiedenis van de Vlaamse Gedachte, I-III, 1963-1964; 
D. Hermans, 'Philip Blommaert', in Twintig Eeuwen Vlaanderen, XIII, 1976, p. 299-302; 
M. Hanot, 'De Brusselse tijdschriften (1815-1846) en de Nederlandse letterkunde', in A. Deprez en W. Gobbers (red.), Vlaamse literatuur van de negentiende eeuw. Dertien verkenningen, 1990, p. 84-119.

Auteur(s)

Ada Deprez