Bilderdijk, Willem

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Amsterdam 7 september 1756 – Haarlem 18 december 1831).

Studeerde na een ziekelijke jeugd rechten te Leiden (1780-1782) en vestigde zich als advocaat in Den Haag. Als overtuigd orangist werd Bilderdijk in 1795 uitgewezen en verbleef in Engeland en Duitsland (orangisme). In 1806 keerde hij terug en ondernam vergeefse pogingen om tot hoogleraar te worden benoemd. In 1816 vestigde hij zich als privaatdocent te Leiden, waar hij met zijn colleges (later gepubliceerd als Geschiedenis des Vaderlands, 1833-1853) op een kleine groep intellectuele jongeren grote invloed in antirevolutionaire en monarchistische zin uitoefende. Zijn houding tegenover het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en de aanhechting van het Zuiden is niet zeer duidelijk. In gelegenheidsgedichten voor dichtwedstrijden begroette hij het Zuiden: "Dan sterft d'aloude naam, de naam van Neêrland uit/ Zo Belg met Batavier de hand niet samensluit." In zijn correspondentie toonde hij zich meer gereserveerd tegenover de Belgische inbreng en vreesde hij voor de teloorgang van het eigen nationaal karakter van het oude Nederland.

Bilderdijk genoot in Vlaamsvoelende kringen in het Zuiden grote populariteit als dichter en had duidelijk gezag als taalgeleerde (minder als spellinghervormer): zijn invloed op S.M. Coninckx, Jan F. Willems, Prudens van Duyse, Ferdinand A. Snellaert en vooral op Jan-Baptist David, die zijn stijl bewonderden en tot navolging aanprezen, is onmiskenbaar. David gaf zelfs een herdruk van zijn Geestenwereld (1843) en De ziekte der geleerden (1855) uit. Van het plan van Snellaert om zijn gezamenlijk oeuvre te herdrukken kwam bij gebrek aan voldoende intekenaren niets terecht.

Literatuur

W. van Eeghem, Jan Frans Willems en Willem Bilderdijk, 1846; 
J. Wille en J. Bosch (red.), Mr. B. Bilderdijk's briefwisseling (1955-); 
Algemene Geschiedenis der Nederlanden, IX-X-XII, 1955-1956-1958; 
A. Deprez, 'De Franse en Nederlandse nadruk in België. "La nation la moins littéraire du monde puisqu'elle copie tout et ne produit rien"?', in A. Deprez en W. Gobbers (red.), Vlaamse literatuur van de negentiende eeuw. Dertien verkenningen, 1990, p. 120-141.

Auteur(s)

Ada Deprez