Behaegel (Behaghel, Behagele), Pieter

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Tielt 28 augustus 1783 – Brugge 11 december 1857).

Liep middelbaar onderwijs aan het college van de paters recolletten in Tielt. In 1802 trok Behaegel naar het seminarie te Gent om er theologie en gewijde geschiedenis te studeren. Na de sluiting van het seminarie in 1804 verhuisde hij naar het Oostenrijkse Linz om er verder te studeren en les te geven. Omdat hij geen enkel klooster vond dat hem in deze revolutieperiode wou opnemen, keerde hij in 1806 terug en opende twee jaar later een school in Wakken. In 1810 werd hij naar Torhout geroepen om er een school voor voortgezet onderwijs te stichten. Deze instelling verwierf als pensionaat weldra grote faam om haar degelijke onderwijsmethode. In 1824 stichtte hij er bovendien een Letterkundige Maetschappij. Behaegel weigerde intussen een benoeming door koning Willem I tot Fondateur et Directeur de l'Ecole Normale des Instituteurs pour les provinces mériodionales met het oog op de oprichting van een normaalschool in Lier (1817). Na de Belgische Revolutie wees hij echter eveneens een plaats in het Nationaal Congres af. In 1839 ruilde Behaegel Torhout definitief voor Brugge. Van maart 1840 tot juni 1841 verbleef hij evenwel te Brussel in de hoop een rijkssubsidie los te krijgen voor zijn Tijdschrift der Onderwijzers. Van 1844 tot 1851 kon hij inderdaad op die basis het eerste Vlaamse tijdschrift voor onderwijsproblemen leefbaar houden, maar ook tussen 1852 en 1858 verschenen zonder subsidiëring de Nieuwe bijdragen voor onderwijs en opvoeding. In Brussel stichtte Behaegel ook de vereniging Vaderlandsliefde die De Waeren Belg uitgaf.

Met de eenheid van het Koninkrijk der Nederlanden rees het probleem van het taalverschil tussen het Hollands en het Vlaams. Behaegel besloot in 1817 zelf een spraakkunst van het Neder-Duits op te stellen in de hoop voor het Zuiden een norm te creëren die vergelijkbaar zou zijn met de werken van Siegenbeek en Weiland in het Noorden. Volgens hem moest daarna een onbevooroordeelde commissie de beste elementen uit beide taalvarianten selecteren om tot een eenheidstaal te komen. In tegenstelling tot zijn vriend Leo de Foere, ging hij ervan uit dat Nederland en Vlaanderen eigenlijk door dezelfde taal gescheiden werden. In de periode 1826-1828 veranderde de houding van Behaegel. Vermoedelijk onder invloed van de veranderde politieke en religieuze situatie keerde hij het eenheidsstreven de rug toe en vanaf 1830 werd hij zelfs uitgesproken anti-Hollands. Vlaanderen en Nederland werden volgens hem van dan af gescheiden door een vreemde taal. Zijn verhandeling over de Vlaamse spelling uit 1837-1838 was een duidelijke illustratie van die gewijzigde houding. Het maakte hem bovendien tot een van de hoofdrolspelers in de spellingoorlog waarin hij voortdurend polemiseerde met onder anderen Jan F. Willems. Het was deze twist die de daadwerkelijke taalintegratie tussen Noord en Zuid belemmerde en de weg opende voor particularistische strekkingen. Er is immers een duidelijke analogie te merken tussen de spellingoorlog en het West-Vlaams taalparticularisme, waar in beide gevallen de verdediging van de katholieke godsdienst en van het volkskarakter centraal stonden.

Werken

Nederduytsche Spraekkunst, 3 dln., 1817; 
Verhandeling over de vlaemsche spelkonst, byzonderlyk ingerigt ter beslissing van de geschilpunten der taelgeleerden omtrent de spelling, 2 dln., 1837-1838.

Literatuur

H. Lippens-Behaegel, 'Esquisse biographique de Pierre Behaegel, savant grammarien. Etude sur la part qu'il a prise au mouvement flamand', in Annales de la société d'émulation pour l'étude de l'histoire et de l'antiquité de Flandre, reeks 3, VII (1872), p. 179-216; 
Album Willem Pee, 1973; 
T.J. Suffeleers, Taalverzorging in Vlaanderen. Een opiniegeschiedenis, 1979.

Verwijzingen

zie: taal.

Auteur(s)

René Haeseryn; Claude Duhamel