Beginselakkoord KVV-VNV

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

ondertekend door vertegenwoordigers van de Katholieke Vlaamsche Volkspartij (KVV) en het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) op 8 december 1936.

Deze overeenkomst moet worden gesitueerd in het kader van de Vlaamsche Concentratie. Die maakte vanaf 1935 onder impuls van het weekblad Nieuw Vlaanderen opgang en streefde een hergroepering van alle katholieke Vlamingen na. Zij moet meer bepaald worden gerekend tot de gevolgen van de parlementsverkiezingen van 24 mei 1936. De katholieke partij leed toen een zwaar verlies, terwijl het VNV en vooral Rex een spectaculaire vooruitgang boekten.

De directe aanleiding vormde de bekendwording op 6 oktober 1936 van het geheim akkoord tussen het VNV en Rex. De katholieke partij vreesde hierdoor verder in de verdrukking te komen. Op 11 oktober besliste zij inderhaast tot een reorganisatie op tweeledige basis. Zo ontstonden de Parti catholique social (PCS) en de KVV. Tot het opzet van deze laatste behoorde onder meer "de ruimst mogelijke concentratie (...) van alle gezonde volkskrachten in Vlaanderen, op een ondubbelzinnige Vlaams-nationale en christelijke grondslag". Op 20 oktober nodigde Alfons Verbist, voorzitter van het voorlopig KVV-directorium, het VNV uit om "de grondslagen van een christelijke Vlaamse partijformatie" te bespreken. De gematigde vleugel van het VNV speelde hierop in, om op die manier aansluiting te vinden bij het centrum en mogelijk zelfs het VNV in de regering te brengen. Er werden onderhandelingen aangeknoopt maar de publieke opinie werd in het ongewisse gelaten over de gang van zaken.

Zowel van katholieke zijde (christelijke arbeidersbeweging, Frans van Cauwelaert) als van die der autoritaire vleugel van het VNV rees verzet; de representativiteit van de afgevaardigden werd betwist en men verdacht elkaar ervan de concentratie in het eigen voordeel tot stand te willen brengen. VNV-Leider Staf de Clercq hulde zich in een berekend stilzwijgen, hierin geadviseerd door zijn 'verborgen raadgever' Odiel Spruytte.

Niettemin kwam het op 8 december 1936 tot de ondertekening van een Beginselakkoord, aan katholieke zijde door Edgar de Bruyne, Verbist en Gaston Eyskens (Paul-Willem Segers was aanwezig, maar tekende niet), aan Vlaams-nationale zijde door Hendrik Borginon, die zich ook sterk maakte voor de afwezige Gerard Romsée, en Hendrik Elias. Het Beginselakkoord stelde het volksbelang boven de staatsinrichting en pleitte voor een "publiekrechtelijk statuut voor de Vlaamse volksgemeenschap", waarbij door de meesten aan federalisme werd gedacht; het aanvaardde sommige corporatistische beginselen, met uitsluiting van staatscorporatisme, en bleef gehecht aan het parlementaire regime en de democratische vrijheden; ten slotte werd de wens geuit, op basis van genoemde beginselen, tot een "gemeenschappelijke formatie te komen".

Ook de bekendmaking van de inhoud van het Beginselakkoord leidde tot een zo grote betwisting in beide kampen dat een algemene samenwerking onmogelijk werd en een eigenlijk akkoord nooit is gevolgd. Reeds enkele weken na de ondertekening werd het Beginselakkoord 'dood' genoemd.

Werken

Tekst van het akkoord in Bestuursblad der Katholieke Vlaamsche Volkspartij, nr. 1 (mei 1937), waarin ook andere bescheiden met betrekking tot de Vlaamsche Concentratie zijn opgenomen.

Literatuur

H.J. Elias, 25 jaar Vlaamse Beweging 1914-1939, IV, 1969; 
E. Gerard, De Katholieke Partij in crisis. Partijpolitiek leven in België (1918-1940), 1985; 
L. Wils, Honderd jaar Vlaamse Beweging, III, 1989; 
G. Eyskens, De memoires, 1993; 
B. de Wever, Greep naar de macht. Vlaams-nationalisme en Nieuwe Orde. Het VNV 1933-1945, 1994.

Auteur(s)

Reginald de Schryver; Emmanuel Gerard