Beeckman, Paul-Felix

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Ninove 24 januari 1900 – Sint- Pieters-Jette 4 januari 1978).

Studeerde op het einde van de Eerste Wereldoorlog aan de door de Duitse bezetter vernederlandste universiteit te Gent (von Bissing Universiteit). Daar kwam hij onder invloed van het activisme. Pas in 1922 kon hij zijn studie in de rechten voortzetten te Leuven waar hij al meteen in de redactie trad (tot in 1924) van De Blauwvoet, het blad van het Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS). Hij publiceerde een artikelenreeks over federalisme in het Leuvense studentenblad Ons Leven, werd voorzitter van de Vlaamsch-Nationale Studiekring en organiseerde voor die Leuvense kring de debatten tussen een vertegenwoordiging van het minimalisme (Emile Blavier en Edmond Rubbens) en een vertegenwoordiging van het Vlaams- nationalisme (Hendrik Borginon en Herman Vos). Beeckman stond onder invloed van het weekblad Vlaanderen dat het anti-belgicisme propageerde. Hij kantte zich openlijk tegen de strekking-Frans van Cauwelaert. In 1924 voorzitter geworden van het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond te Leuven, hoorde Beeckman bij de groep Vlaams-nationalistische studenten die een conflict uitlokten met de academische overheid en het Belgisch episcopaat. Naar aanleiding van de aanslag op de Vlaamse student Berten Vallaeys had de rector alle studentenmanifestaties verboden. Toen Beeckman hiertegen in een open brief van 15 mei 1924 protesteerde, werd hij van de universiteit weggestuurd. Het conflict nam door solidariteitsacties met Beeckman nadien nog ernstiger vormen aan. De studenten organiseerden een financiële boycot van de universiteit en acht andere studentenleiders die zich openlijk solidair verklaard hadden met Beeckman, werden eveneens weggestuurd. Deze 'offergang' zorgde ervoor dat Beeckman vanuit een zeer voordelige startpositie in de Vlaams- nationalistische partijpolitiek kon stappen. Na via de Centrale Examencommissie het doctoraat in de rechten te hebben behaald, vestigde hij zich in 1927 als advocaat te Kortrijk.

Te Kortrijk werd Beeckman gekozen als gemeenteraadslid en werd hij ook plaatsvervangend volksvertegenwoordiger voor Ieper. Intussen legde hij een grote activiteit aan de dag om te komen tot een bundeling van alle Vlaams-nationale krachten in één organisatie. Beeckman schreef voorontwerpen voor een nieuwe politieke organisatie. Hij steunde daarvoor op de zogenaamde Kortrijkse groep, waarin Tony Herbert de grootste invloed had. Hij propageerde het autoritarisme en de ideeën van Othmar Spann over solidarisme en een corporatieve staatsinrichting. De invloed van zijn vriend Odiel Spruytte was hierin van groot belang.

Uit die voorontwerpen is uiteindelijk de proclamatie van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) ontstaan. Beeckman werd leider van de politieke centrale van het VNV, maar nam in het begin van 1934 ontslag omdat niet iedereen zijn fascistische interpretatie wilde volgen. Van 1936 af zette hij zich in voor de politiek van de Vlaamsche Concentratie. Op het congres ervan op 19 juli 1936 voerde hij als VNV'er het woord. Hij trad in het leidingscomité dat na het congres werd gevormd. Hij werkte mee aan het weekblad Nieuw Vlaanderen en behoorde nu tot de groep die hoopte een katholieke politieke meerderheid te creëren. Daarvoor was hij bereid zijn anti-belgicisme te verzachten tot een federalisme. Ook zijn maatschappelijke opvattingen werden gematigder, al bleef hij vele elementen van Nieuwe Orde-inspiratie propageren. Hij slaagde er nooit in verkozen te geraken al kreeg hij van het VNV in 1939 de eerste plaats te Kortrijk op de lijst voor de Kamer.

Op 20 augustus 1940 werd Beeckman onder Duitse druk benoemd tot Commissaris voor Lonen en Prijzen, een belangrijk werktuig in de dirigistische economische politiek die de bezetter wilde voeren. Beeckman benoemde er ongeveer 1500 controleurs waarvan velen van VNV-strekking. Deze functie bleef hij uitoefenen tot in 1944.

Beeckman kwam na de bevrijding relatief snel weer vrij en sedert 1948 was hij werkzaam als bedrijfsjurist. Na enkele jaren hervatte hij zijn activiteiten in de V.B. Tijdens de openingsrede voor het hernieuwde Katholiek Vlaamsch Oud-Hoogstudentenverbond in 1950, sprak hij over de noodzakelijkheid van de Vlaams-nationale beweging. Hij werkte mee aan het Vlaams-nationale weekblad Opstanding en werd de eerste voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging en de algemeen voorzitter (van 1968 tot 1970) van het Verbond der Vlaamse Academici. Hij propageerde het federalisme op een congres van Het Pennoen in 1960.

Werken

Artikelen in Het Leieland; Nieuw Vlaanderen; Opstanding; Het Pennoen; 
Memorie van Verdediging aan den Rectoralen Raad der Katholieke Universiteit, Leuven, 1924; 
H.J. Elias Politieke Vraagstukken. Federalisme en Groot-Nederland, 1930; 
'Naar een organisatorischen opbouw van economie en Staat', in Rechtskundig Weekblad (8 november 1935), kol. 257-280; 
'Studie over het federalisme', in Het federalisme in Vlaanderen, 1962, p. 35-56; 
De Studentenrevolte van 1924-25 te Leuven, 1975.

Literatuur

H.-J. Demoen, Jeroom Leuridan. Recht en trouw, 1963; 
A.W. Willemsen, Het Vlaams-nationalisme. De geschiedenis van de jaren 1914-1940, 19692; 
H.J. Elias, 25 jaar Vlaamse Beweging 1914-1939, I, 1969; 
L. Vos, 'Ideologie en idealisme. De Vlaamse studentenbeweging te Leuven in de periode tussen de twee wereldoorlogen', in BTNG, jg. 6, nr. 3-4 (1975), p. 263- 328; 
L. Wils Honderd jaar Vlaamse Beweging, II-III, 1985-1989; 
P.J. Verstraete, Odiel Spruytte. Een priesterleven in dienst van het Vlaams nationalisme, 1990; 
B. de Wever, Greep naar de macht. Vlaams-nationalisme en Nieuwe Orde. Het VNV 1933-1945, 1994.

Verwijzingen

zie: Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond Leuven.

Auteur(s)

Erik Vandewalle; Luc Vandeweyer