Baur, Frank (eigenlijk Franciscus) J.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Vilvoorde 20 april 1887 – Waasmunster 9 januari 1969).

Volgde lager gemeentelijk onderwijs te Mechelen, Vilvoorde en Oostende, waar hij de moderne sectie van het atheneum doorliep en op 20 juli 1904 het humanioradiploma behaalde.

De gedichten die Baur tijdens zijn middelbare studies publiceerde vertonen de invloed van Pol de Mont en vooral van de poëzie van Guido Gezelle die hij door zijn leraar godsdienst, Lodewijk Verriest, een neef van Hugo Verriest, had leren kennen. In oktober 1901 behoorde hij tot de stichters van het Vlaamsgezind studentengenootschap De Frederichszonen. Na zijn atheneumtijd te Oostende kwam hij in de katholieke journalistiek terecht als parlementair redacteur van Het Nieuws van den Dag. Van mei 1905 tot juli 1906 was hij te Leuven op de Belgische Boerenbond werkzaam. Hij publiceerde gedichten in onder meer Jong Dietschland en sprak hij op het 29ste Nederlandsch Taal- en Letterkundig Congres (Brussel, 28 augustus 1906). Een belangrijk werk uit 1909 is zijn Proeve van dichterstudie. Onze Dichters der "Heimat", waaruit zowel een hevig flamingantisme als een felbeleden katholicisme sprak. Na eerst nog het vereiste diploma van de oude humaniora voor de Centrale Examencommissie te Brussel te hebben behaald, legde Baur in oktober 1912 het examen af van de eerste kandidatuur Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit Leuven (KUL). Het jaar daarop trad hij in in het Theologisch Seminarie te Mechelen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleef Baur in Nederland, waar hij in oktober 1915 te Utrecht tot de eerste leerlingen behoorde van professor de Vooys. Hij werd echter opgeroepen voor militaire dienst als brancardier aan het IJzerfront. Zijn Vlaamsgezindheid evolueerde nooit in anti-Belgische richting en later zou hij zich in Gent resoluut keren tegen Vlaams- nationalisten zoals Frans Daels en pater Jules Callewaert.

Na de oorlog nam Baur zijn studie Germaanse filologie aan de KUL opnieuw op en in 1920 legde hij de twee proeven van het doctoraat af. Einde 1920 werd hij, door tussenkomst van inspecteur Oscar van Hauwaert, in het atheneum te Gent aangesteld, en in 1923 vervulde hij ook een opdracht aan de Gentse Rijksmiddelbare normaalschool. In 1927 werd hij aan de Gentse Rijksuniversiteit benoemd voor een aantal colleges in de faculteit letteren en wijsbegeerte en aan het inmiddels opgerichte Hoger Instituut voor Opvoedkunde, dat hij op wetenschappelijke basis zou helpen uitbouwen. Bij het overlijden van Jules Persyn (1933) werd hem bovendien het onderwijs in de Nederlandse literatuurgeschiedenis toevertrouwd. In 1938 werd hij van heel zijn pedagogische opdracht ontlast en slaagde hij erin een leerstoel uit te bouwen die het hele domein van de Nederlandse literatuurstudie omvatte. Naast zijn publicaties op het gebied van de moedertaaldidactiek, het letterkundig comparatisme en de algemene literatuurwetenschap, concentreerde hij zich hoofdzakelijk op de wetenschappelijk gefundeerde Gezelle- studie.

In de meidagen van 1940 was Baur waarnemend rector van de RUG, en tussen juni en december 1940 werd hij waarnemend vast secretaris van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde (KVATL). In 1946 werd hij naar aanleiding van de Koningskwestie CVP-senator (tot 1954), en als dusdanig ontpopte hij zich als een vurig verdediger van Leopold III. Hij trad in de Senaat ook op als verslaggever in de commissie van openbaar onderwijs, kwam tussen tijdens de discussie van de begroting van dat departement, interpelleerde over partijdige benoemingen (oktober 1946) en drong aan op verzachting van de repressiemaatregelen (juni 1948).

Na het bereiken van het emeritaat in 1957 werd zijn wetenschappelijke bedrijvigheid voortgezet met een breed opgezette biografie over Albrecht Rodenbach.

Bij zijn tachtigste verjaardag zorgde het provinciaal bestuur van Oost-Vlaanderen voor een viering die samenviel met de bekroning met de Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse provincies (1966). Het Kultureel Jaarboek Oost-Vlaanderen 1966, verschenen rond Kerstmis 1968, bevat ook een keuze opstellen uit zijn hoogleraarstijd, met daarin onder meer de rede over "Hollands-Belgische Verhoudingen voor en na" (1947) en zijn feestrede over "Integratie en Differentiatie" (1950) als bestuurder van de KVATL, waarvan hij sedert 1937 lid was geworden.

Baur droeg ook bij tot het prestige van het gesproken Nederlands bij ons, door de honderden spreekbeurten die hij hield over heel Vlaanderen.

Werken

gedichten in Onze Stam; Jong Dietschland; Dietsche Warande en Belfort; 
Nieuwe Krachten, 1904; 
René De Clercq, eene letterkundige studie, 1908; 
Onze dichters der Heimat. Proeve van een dichtersstudie, 1909; 
De vergelijkende methode in de literatuurwetenschap, 1927; 
Uit Gezelle's leven en werk, 1931; 
Dichtwerken van Guido Gezelle, 2 dln., 1938; 
Gezelle-Van Oye, 1938; 
De literatuur, haar historiographie en methodes, 1939; - - Jubileumuitgave van Guido Gezelle's volledige werken, 18 dln., 1930-1939; 
Bloemlezing uit het Dichtwerk van Guido Gezelle, 1946; 
Isidoor Teirlinck, de kunstenaar, 1951; 
met J. den Haan en J. Hulsker, De Nederlandse letterkunde in honderd schrijvers, 1953; 
De filologie van het letterkundig comparatisme, 1957.

Literatuur

P. de Smaele, 'Leven en streven van Prof. Dr. Frank Baur', in Album Prof. Dr. Frank Baur, I, 1948; 
J. Sterck, 'Professor Dr. Frank Baur', in Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen (1959); 
T. Luykx (red.), Rijksuniversiteit Gent. Liber Memorialis 1913-1960, I, 1960; 
'Huldezitting voor Prof. Dr. Frank Baur', in Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen 1967 (1969); 
A. van Elslander, 'Rouwhulde Prof. Em. Dr. Frank Baur', in Verslagen en Mededelingen van de KVATL (1968); 
'Prof. Em. Dr. Frank Baur', in Spieghel Historiael (1969); 
M. Grypdonck, 'In Memoriam Prof. em. Dr. Frank Baur', in WT, jg. 28, nr. 2 (maart-april 1969); 
K. Heeroma, 'Herdenking van Frank Baur', in Jaarboek der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (1969-1970); 
F. van Vlierden, 'Frank Baur en Guido Gezelle', in Gezellekroniek, nr. 6 (1970), p. 5-12; 
Ten huize van... zestiende reeks, 1980; 
M. Gysseling, 'Campo Santo Sint-Amandsberg 1980. Tentoonstelling Frank Baur 31 oktober-11 november 1980. Catalogus', in Heemkundige Kring De Oost-Oudburg, Jaarboek XVIII (1981), p. 110-118; 
A. van Elslander, 'Frank Baur', in NBW, XI, 1985; 
id., 'Prof.Dr. Frank Baur (1887-1969). Zijn werkzaamheden in de Academie', in Verslagen en Mededelingen van de KVATL (1987), p. 216- 225.

Auteur(s)

Antonin van Elslander