Bal, Jozef

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Melsele 10 december 1856 – Opbrakel 25 januari 1921).

Werd na filosofische en theologische studiën priester gewijd te Gent op 22 december 1863. Bal was van januari 1884 tot oktober 1886 leraar aan het Sint-Jozefsinstituut te Sint- Niklaas, nadien tot oktober 1891 aan het Onze-Lieve-Vrouwcollege te Oudenaarde. Daarop werd hij onderpastoor te Merelbeke, in juni 1897 directeur van de Zusters Onze-Lieve-Vrouw-Visitatie te Eine, in april 1901 algemeen directeur van de Zusters Heilige Vincentius a Paolo te Sint-Denijs-Westrem en van maart 1907 tot zijn dood was hij pastoor te Opbrakel.

Bals betekenis voor de Vlaamse ontvoogding komt van zijn Verklarend Woordenboek met platen voor België en Nederland (1893, 18992, 19125). Voor de eerste uitgave hadden zich tweeduizend inschrijvers opgegeven. Opzet van dat woordenboek was, blijkens de inleiding (in de tweede uitgave) door priester Hendrik Claeys, een tegenhanger te zijn van de Franstalige (Petit) Larousse, in de wetenschap dat zulk woordenboek de enige "samenvatting eener bibliotheek" was die men in huis had. "Betaamt het wel dat wij altijd, ook over onze geschiedenis, ons land, onze roemrijke mannen bij vreemden te leer en te rade gaan?" In de Larousse "krijgen wij, Belgen en Nederlanders, geen antwoord als wij, aangaande ons eigen verleden, eenige kennis willen opdoen, of wel, hetgeen ten antwoord gelden moet, zal onjuist of onbeduidend zijn". Bals woordenboek was het eerste uitvoerige Nederlandse woordenboek in Vlaanderen en het eerste Nederlandse woordenboek dat zowel taalkundig verklarend als encyclopedisch en geïllustreerd was. Het geldt als voorloper van het Modern Woordenboek van pater Jozef Verschueren.

Literatuur

F. Claes, 'Het woordenboek van Jozef Bal', in Trefwoord 4 (januari 1993), p. 5-8 en in Land van Beveren, jg. 37 (1994), p. 18-23.

Auteur(s)

Reginald de Schryver