Baels, Harry (eigenlijk Hendrik)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Oostende 17 januari 1878 – Knokke-Zoute 14 juni 1951).

Was de zoon uit een rederijkersfamilie. Baels volgde middelbaar onderwijs in Oostende, waar hij met Robrecht de Smet en Emiel Vliebergh een leerlingenbond bezielde. Daarna studeerde hij rechten in Leuven, waar hij meewerkte aan Met Tijd en Vlijt en Ons Leven. In 1908 ondertekende hij mede het "Vertoogschrift", gericht aan de bisschoppen en door de katholieke flaminganten opgesteld naar aanleiding van de verwerping in 1907 van het wetsvoorstel-Edward Coremans inzake de vernederlandsing van het katholiek middelbaar onderwijs.

Na zijn studies in Leuven vestigde Baels zich als advocaat in Oostende. Hij specialiseerde zich in de problemen van de zeevaart en de visserij. Verder stichtte hij diverse sociaal- culturele 'ontwikkelingswerken' en een afdeling van de Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding. In 1909 werd hij lid van de tweede Vlaamse hogeschoolcommissie. Baels' politieke carrière begon in 1912 toen hij voor de katholieke partij verkozen werd tot volksvertegenwoordiger en gemeenteraadslid van Oostende. In de gemeenteraad introduceerde hij opnieuw het gebruik van het Nederlands.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleef Baels in Groot- Brittannië, waar hij samen met Alfons van de Perre talrijke voordrachten hield voor Belgische vluchtelingen en zich inzette voor de Belgische vissers. Baels, die reeds secretaris was van de Raad voor de Zeevaart en van het Internationaal Congres van de Zeevisserij, werd toen door de Belgische regering in Le Havre belast met de oprichting van een Cercle consultatif de la pêche en met de voorbereiding van de terugkeer en het herstel van de Belgische vissersvloot. Verder werkte hij ook mee aan het dagblad De Belgische Standaard waar hij behoorde tot de gematige Belgisch loyale Vlaamsgezinde groep.

Na de Eerste Wereldoorlog werd Baels opnieuw verkozen tot volksvertegenwoordiger. Van 1921 tot 1926 was hij schepen van de stad Oostende. Daarna volgde een ministeriële carrière: 1926-1929 de portefeuilles van landbouw, openbare werken en economische zaken; 1929 tot 1931 de portefeuille van binnenlandse zaken. Binnen de Katholieke Vlaamsche Kamergroep ijverde Baels voor amnestie. Op het proces van Lodewijk Dosfel (1920) kwam hij hulde brengen aan de van activisme beschuldige Dosfel.

Van 1933 tot mei 1940 was Baels gouverneur van de provincie West-Vlaanderen. Hij toonde zijn bezorgdheid voor de 'volksverheffing' door onder meer de democratisering van de diverse artistieke mogelijkheden te bevorderen. Met dat doel richtte hij in 1939 een oproep tot alle vooraanstaande West- Vlamingen waarin gepleit werd voor de oprichting van een vereniging zonder winstoogmerk die de verspreiding van kunstwerken en boeken zou bevorderen.

Tijdens de 18-daagse veldtocht probeerde Baels voor een aantal dringende bestuurszaken minister van binnenlandse zaken Arthur Vanderpoorten te bereiken, die volgens zijn inlichtingen zich aan de kust bevond (Oostende, daarna De Panne). Dit lukte niet; Baels raakte betrokken in een ongeval en kon naar eigen zeggen door de vluchtelingenstroom niet meer naar Brugge terugkeren. Het feit dat Baels Brugge had verlaten voor de aankomst van de bezetter, werd gezien als een geval van postverlating en hij werd door koning Leopold III, op voorstel van Vanderpoorten, afgezet als gouverneur. Dit Koninklijk Besluit van 21 mei werd gezien de verwarrende omstandigheden niet gepubliceerd. Gans de oorlog verbleef Baels in Frankrijk. Op 11 september 1941 huwde zijn dochter Lilian met de koning. Inmiddels waren alle stukken uit de periode van 4 januari tot 3 mei 1940, dus ook het afzettingsbesluit en alle eensluidende afschriften ervan, uit het dossier Baels op het ministerie van binnenlandse zaken verdwenen. Zowel de secretaris van de koning, Robert Capelle als Liliane Baels hadden documenten uit het dossier opgevraagd en nooit meer teruggegeven. Op 3 mei 1941 vaardigde secretaris-generaal van binnenlandse zaken en volksgezondheid, de VNV'er Gerard Romsée, een besluit uit waarin Baels 'ter beschikking' werd gesteld. Dit betekende onder meer dat hij opnieuw een salaris kreeg en dat hij hetzelfde statuut ontving als de andere gouverneurs die vanwege een Duits verbod hun ambt niet mochten uitoefenen. Eind oktober 1944 pensionneerde de nieuwe minister van binnenlandse zaken Edmond Ronse Baels.

Literatuur

'Advocaat Baels', in Geneeskundig Tijdschrift voor België (31 januari 1912); 
'Hendrik Baels, minister', in Ons Volk Ontwaakt (6 juni 1926); 
'M. Baels', in Pourquoi Pas? (17 april 1931); 
'West- Vlaanderen geeft den eersten stoot', in Gazet van Antwerpen (7 mei 1939); 
'Le scandale Baels', in La Dernière Heure (25 augustus, 3 en 11 september, 1 november 1945); 
'Het geval Baels. De andere klank van de klok', in De Nieuwe Standaard (5 september 1945); 
V. Larock, Un aspect de la Question Royale, 1948; 
P. Hildebrand, Het Vlaamsgezinde dagblad De Belgische Standaard, 1957; 
A. de Bruyne, Lodewijk Dosfel, 1967; 
T. Aronson, The Coburgs of Belgium, 1968; 
A. de Bruyne, De kwade jaren, II, 1971; 
E. Raskin, Gerard Romsée. Een ongewoon man. Een ongewoon leven, 1995.

Auteur(s)

Gaston Durnez; Petra Gunst