Aula (1933-1940)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

blad van het Gentsch Studenten Corps (GSC). Het verscheen vanaf het academiejaar 1933-1934 en hield op te verschijnen met nummer 2 (januari) van het academiejaar 1939-1940.

Aanvankelijk kwam Aula veertiendaags uit, later maandelijks. Met de naam Aula greep het Gentsch Studenten Corps doelbewust terug naar het studententijdschrift van het Gentsch Studentencorps Hou ende Trou dat onder dezelfde naam verscheen aan de door de Duitsers in de periode 1916-1918 vernederlandste universiteit. Aula was een afspiegeling van de geest die aan de basis lag van het GSC, namelijk het bevorderen van de Nederlandse taal en cultuur en dit in een wetenschappelijke atmosfeer, los van politieke of ideologische overtuigingen. Als gevolg daarvan had het blad een eerder sober karakter; scherpe stellingnames zouden immers het broze evenwicht tussen de verschillende godsdienstige of filosofische strekkingen binnen het studentencorps verstoren. Alhoewel het GSC vanaf 1935 steeds meer verdeeld raakte tussen een Nieuwe-Ordegezinde en overwegend katholieke rechtervleugel en een vrijzinnige linkervleugel, wist Aula zich grotendeels afzijdig te houden, wat weerspiegeld werd in de aard van de artikels. Er verschenen bijdragen over de Sociale Hulp der studenten, verslagen van corpsvergaderingen en van universitaire feesten, corpsberichten, studentenbijdragen, de teksten van redevoeringen, wetenschappelijke bijdragen en berichten van de bij het GSC aangesloten faculteitskringen. In een aantal nummers van Aula werd speciale hulde gebracht aan belangrijke Vlaamse professoren, zoals Jules Verschaffelt, Jules Persyn en Corneel Heymans, of aan vooraanstaande figuren uit de V.B. (bijvoorbeeld Lodewijk de Raet).

De opeenvolgende hoofdredacteurs waren: Luc Carton (1933-1934), M. Seys (1934-1935), Theo Brouns (1935-1936), J. Ampe en H. de Cat (1936-1937), G. Vandemeulebroecke en J. Blanquaert (1937-1938), F. van Peperstraete en A. Oomen (1938-1939) en A. de Pesseroey (1939-1940).

Verwijzingen

zie: wetenschapsbeoefening.

Auteur(s)

Koen Palinckx