Aubroeck, Karel

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Temse 28 augustus 1894 – Temse 28 juli 1986).

Begon zijn loopbaan als houtsnijder van ornamenten en figuren voor meubelen. Daarna werd Aubroeck opgeleid bij privé-beeldhouwers en aan de academie van Mechelen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij vier jaar frontsoldaat.

In december 1930 schreef het IJzerbedevaartcomité een wedstrijd uit voor vier beelden, symbolen van het Vlaamse IJzerleed, die geplaatst zouden worden op de flanken van de eerste IJzertoren in Diksmuide. Aubroeck werd laureaat van deze prijskamp met 33 deelnemers. De jury bestond uit ingenieur Jan de Bondt, Oscar Dambre, Jozef Goossenaerts, Jules Lagae, Juliaan Platteau, Henri van de Velde, en de architecten Robert en Frans van Averbeke. Adviseurs van de jury waren Cyriel Verschaeve en August Vermeylen. De negen meter hoge beelden uit beton, voorstellende de gesneuvelde Vlaamse soldaten Renaat de Rudder, Joe English, de gebroeders Edward en Frans van Raemdonck, Lode de Boninge en Frans van der Linden werden tijdens vier IJzerbedevaarten (1931-1934) onthuld. (De realisatie van het laatstgenoemde beeld had de beeldhouwer een oog gekost.) Na de dynamitering van de IJzertoren in maart 1946 werden de beschadigde beelden ingewerkt op de hoeken van de met puin opgetrokken Paxpoort. Aubroeck was ook de ontwerper en uitvoerder van het ruiterstandbeeld van koning Albert I en de begeleidende tien bas-reliëfs van twee op vijf meter te Nieuwpoort. Temse wijdde in 1970 aan zijn oeuvre een grote retrospectieve, die een overzicht bracht van de techniek van de beeldhouwer, maar ook van zijn gestileerd realisme, expressionisme en constructivisme.

Literatuur

J. Florquin, 'Karel Aubroeck', in Ten huize van..., II, 19712, p. 187-199; 
J. Mortier, 'De IJzertoren, krachtpatserij of bedevaartsoord', in Monumenten en Landschappen, jg. 14, nr. 4 (juli-augustus 1995), p. 36-49. 

Auteur(s)

Gaby Gyselen; Fernand Bonneure