Anseele, Edward

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Gent 26 juli 1856 – Gent 18 februari 1938).

Was afkomstig uit een liberaalgezinde familie van schoenmakers en volgde enkele jaren middelbaar onderwijs, alvorens bediende te worden. Van 1894 tot 1900 was Anseele volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Luik en van 1900 tot 1936 voor het arrondissement Gent-Eeklo. Hij werd achtereenvolgens gemeenteraadslid (1895), schepen (1909-1917) en waarnemend burgemeester (tijdens de Eerste Wereldoorlog) van Gent. Van 1918 tot 1921 was hij minister van openbare werken en van 1925 tot 1927 van spoorwegen, post, telegraaf en telefoon. In 1930 werd hij minister van staat.

Reeds in 1874 sloot Anseele zich aan bij de Gentse afdeling van de Eerste Internationale, waar hij al vlug een van de tenoren werd. In 1876 richtte hij samen met Edmond van Beveren en anderen de Vlaamsche Socialistische Arbeiderspartij op, die zich naar Duits sociaal-democratisch voorbeeld organiseerde. Anseele was medestichter van de coöperatie Vooruit (1881), het dagblad Vooruit en de Belgische Werkliedenpartij (1885). Hij verwierf nationale bekendheid door zijn veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf naar aanleiding van de sociale woelingen van 1886. In 1894 werd hij (weliswaar te Luik) tot volksvertegenwoordiger gekozen: daardoor was hij het eerste Vlaamse socialistische parlementslid. Zeker tot aan de Eerste Wereldoorlog bleef hij de onbetwiste leider van de Vlaamse socialisten. Onder zijn impuls werd de socialistische beweging te Gent uitgebouwd tot een model dat ook buiten de landsgrenzen inspirerend werkte. Rond de coöperatie Vooruit groeide een netwerk van bedrijven en instellingen, wat in 1913 uitliep op de oprichting van de socialistische Bank van de Arbeid, die participeerde in diverse industriële bedrijven. Anseele, die sedert 1895 deel uitmaakte van de Gentse gemeenteraad, was ondertussen schepen van stadsbedrijven geworden (1909).

Bij een bezoek aan Gent in 1877 wees de Duitse socialist Wilhelm Liebknecht Anseele op het feit dat in Vlaanderen nationale en sociale strijd samenvielen: de burgerij sprak er immers Frans. Nochtans zou Anseele nooit een overtuigd bepleiter van de Vlaamse zaak worden. Typerend is dat hij in een van zijn eerste optredens in de Kamer vroeg dat de Nederlandstalige redevoeringen zouden worden vertaald in het Frans, wegens de eentaligheid van zijn Waalse geestesgenoten van proletarische afkomst. Al even typerend is dat hijzelf zijn redevoeringen in de Kamer meestal hield in het Frans. Toch hielp hij de meeste Vlaamsgezinde wetsvoorstellen mee goedkeuren. In 1898 werd Anseele lid van de Association flamande pour la Vulgarisation de la Langue française (waar ook Cyriel Buysse en de Gentse bisschop Antoine Stillemans lid van waren). Men moet dit – overigens kortstondige lidmaatschap – zien tegen de achtergrond van Anseeles kartelstrategie op het lokale politieke vlak, waar hij trachtte front te vormen met de nog door franskiljons gedomineerde Liberale Associatie, én in het kader van de algemene Gentse sociaal-democratische stelling die de kennis van het Frans beschouwde als een bijkomend emancipatiemiddel voor de arbeiders. In de debatten die rond de eeuwwisseling werden gevoerd tussen flaminganten en sociaal-democraten te Gent, kregen Anseele en konsoorten impliciet het verwijt te horen dat zij enkel in 'biefstukkensocialisme', dat wil zeggen in louter materiële eisen, geïnteresseerd waren.

Dit verwijt is terecht in de zin dat de Gentse socialisten een geringe belangstelling aan de dag legden voor de loutere taaleisen, maar het gaat voorbij aan de inspannningen die zij zich getroostten om de culturele emancipatie van hun volkse achterban te bevorderen: niet alleen door hun strijd voor de veralgemening en uitbreiding van het onderwijs, maar ook door de oprichting van socialistische cultuurverenigingen, of door de bouw van een volksschouwburg waarin een flink gedeelte van de coöperatieve winsten werd geïnvesteerd. Een zekere aversie van Anseele tegenover de flaminganten te Gent kan worden verklaard door hun engagement rond 1895-1899 in de Vrije Burgersbond, een plaatselijke politieke formatie die de kritiek van de kleinburgerij op de coöperatieve concurrentie ventileerde.

Vanaf 1905 engageerde Anseele zich, mede onder invloed van een nieuwe generatie socialistische, Vlaamsgezinde studenten te Gent, in de beweging voor de vernederlandsing van de Gentse rijksuniversiteit. In 1911 ondertekende hij namens de Vlaamse socialisten – op verzoek van Camille Huysmans – mede een wetsvoorstel dat daartoe moest leiden (onderwijs). Op dat ogenblik werd hij nochtans op het plaatselijke politieke vlak geconfronteerd met De Vlaamsche Blok, een hybride coalitie van voorstanders van de vernederlandsing, waartoe ook afgescheurde socialisten (onder meer de advocaat Pieter de Bruyne) behoorden. Anseele werd bij de gemeenteverkiezingen van dat jaar verkozen op een kartel met de Liberale Associatie. Aan de vooravond van die verkiezingen trad hij hierover in debat met de flamingantische advocaat Alfons van Roy. Een punt van ergernis was ook dat de Gentse flaminganten een onafhankelijke vakbond voor het stadspersoneel hadden opgericht, die scherpe kritiek leverde op het beleid van schepen Anseele. Naar aanleiding van incidenten rond de Gentse wereldtentoonstelling in 1913 publiceerde Anseele een aantal artikelen in Vooruit (die later onder de titel Vooruit en de Vlaamsche beweging werden gebundeld), waarin hij de Vlaamse intelligentsia verweet de concrete, sociale emancipatiestrijd van het door hen zo opgehemelde 'Vlaamsche volk' te veronachtzamen.

Het samengaan van flaminganten en socialistische dissidenten te Gent bevestigde Anseele in zijn argwaan tegen de Vlaamsgezinden. Die negatieve houding werd nog bevorderd door zijn ervaringen met het activisme in Gent. Hij verzette zich daarom tegen de vernederlandsing van de Gentse universiteit tijdens de Duitse bezetting, en ook na de Eerste Wereldoorlog – toen hij als eerste Vlaamse socialist minister was geworden – dreef zijn standpunt terzake mee op de politieke opportuniteit van het ogenblik en kon hij geenszins beschouwd worden als een drijvende kracht achter de vernederlandsing. In 1925 schreef hij nog een uitgebreid voorwoord bij een boek van Emmanuel de Bom over het nieuwe culturele klimaat in Vlaanderen. Maar virtueel was Anseeles rol als primus inter pares van de Vlaamse socialisten uitgespeeld. Na de Eerste Wereldoorlog had Antwerpen Gent vervangen als belangrijkste socialistisch centrum in Vlaanderen; bijgevolg werd ook de nieuwe Antwerpse socialistische voorman Huysmans, die een meer uitgesproken flamingantisch profiel had, de ongekroonde leider van de Vlaamse socialisten. Na het financiële debacle van Anseeles Bank van de Arbeid in 1934 was zijn rol definitief uitgespeeld: in 1936, tachtig jaar oud, beëindigde hij zijn parlementaire loopbaan. In enkele bijdragen in Vooruit zou hij nog terugkomen op zijn veronderstelde 'biefstukkensocialisme', terwijl hij bezorgd aankeek tegen de opkomst van fascistofiele partijen in Vlaanderen.

Werken

Artikelen in De Toekomst; Vooruit; De Werker; 
Voor 't volk geofferd, 1881; 
De omwenteling van 1830, 1882; 
Het debat Sevens-Anseele door de vlucht van M. Sevens geworden: het debat Anseele-Van Roy, 1911; 
Vooruit en de Vlaamsche beweging, 1913; 
'Voorwoord', in E. de Bom, Nieuw Vlaanderen, 1925, p. 7-19.

Literatuur

P. Kenis, Het leven van Edward Anseele, z.j.; 
A. Sevens, De Vlaamschgezindheid en de moed van Edward Anseele en van de Bende van Vooruit, 1912; 
G. Debeuckelaere, Een bijdrage tot de biografie van Edward Anseele tot 1894, RUG, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1967; 
J. Craeybeckx, Arbeidersbeweging en vlaamsgezindheid voor de Eerste Wereldoorlog, 1978; 
H. Vanvelthoven, De Vlaamse kwestie 1830-1914. Macht en onmacht van de Vlaamsgezinden, 1982; 
B. Verbrugge, Anseele en de literatuur: een studie van de beginfase van een socialistisch geïnspireerde literatuurbeoefening in België, KUL, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1982; 
G. Vanschoenbeek, 'Anseele, Edward', in NBW, XIII, 1990; 
 D. Vanacker, Het aktivistisch avontuur, 1991; 
G. Vanschoenbeek, De wortels van de sociaal-democratie in Vlaanderen. 'Le monde socialiste gantois' en de Gentse socialisten vóór de Eerste Wereldoorlog, RUG, doctoraatsverhandeling, 1992; 
id., 'Anseele Edward', in Dictionnaire biographique des militants du mouvement ouvrier en Belgique, 1995, p. 30-31.

Verwijzingen

zie: Jozef Cantré, Emiel Moyson.

Auteur(s)

Guy Vanschoenbeek