Amicitia

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

katholieke Vlaamsgezinde studentenvereniging, opgericht in 1911 aan de Katholieke Universiteit Leuven (KUL) met als leuze Amicitia quasi civitas firma.

Op de eerste vergadering werd Prosper Thuysbaert, onder andere reeds actief in Met Tijd en Vlijt, voorzitter gekozen. Frans Brusselmans, Firmin Deprez, A. Geerts, L. Gesquiere, Hilaire Gravez, Bert d'Haese en Alfred Raport maakten deel uit van het bestuur. Emiel Vliebergh werd erevoorzitter, de latere Gentse bisschop Honoré Coppieters werd moderator (geestelijke leider). Amicitia had een afdeling in Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en een voor het geheel van Antwerpen-Brabant-Limburg. Binnen de vereniging bestond er ook een geheime stootgroep, de Ridderschap van Sint-Michiel, gesticht en geleid door Deprez, die werkte onder de leuze "Voor God en Vlaanderen tot de dood". In het jaar 1913-1914 waren ongeveer 130 studenten lid van de vereniging.

De oprichting van deze zeer christelijke en radicaal-Vlaamse studentenvereniging moet worden geplaatst in de nieuwe stroming die zich vanaf de jaren 1908-1909 in het Leuvense studentenleven aftekende. Deze stroming zette zich af tegen het 'bierromantisme' van de toenmalige studentenclubs en gilden, toonde een grote sociale belangstelling voor vooral de geestelijke nood van het Vlaamse volk en legde zich bijna uitsluitend toe op de innerlijke vorming van de Vlaamse student tot toekomstig leider van zijn volk. Reeds enkele jaren voordien kwamen in diezelfde sfeer de studentenvereniging van de Derde Orde van Sint-Franciscus en de Onthoudersbond van de Sociale Studiekring en Sprekersbond tot stand, waarmee Amicitia goede betrekkingen onderhield. Ook bestonden er goede relaties met het Sint-Thomasgenootschap en werden de leden aangespoord deel te blijven uitmaken van de Vlaamse gouwgilden. Vanuit hun idealisme onthielden de Amicitianen zich van bepaalde studentikoze praktijken, wat bij de andere gildeleden agressiviteit veroorzaakte. Vooral in de West-Vlaamse gilde waren de standpunten onverzoenlijk en werd de vereniging met de spotnaam van 'het waterkasteel' bedacht.

Amicitia bundelde de krachten van de nieuwe beweging en nodigde daartoe vooraanstaande Vlamingen zoals Cyriel Verschaeve, Lodewijk Dosfel, Hugo Verriest en pater Desiderius A. Stracke uit op de vergaderingen. Door de leden van de vereniging werden geregeld Vlaamsgezinde voordrachten gehouden. Naast voordrachten met betrekking tot de idealen van de vereniging werden ook toneel- en kunstavonden ingericht. Amicitia was tevens verantwoordelijk voor de laatste aflevering van Als 't past in februari 1914 en zijn opvolger Rond den Strijd!.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren verscheidene bestuursleden van Amicitia actief aan het front. Op voorstel van Gravez werden, in de geest van Amicitia te Leuven, onder de soldaten Gebedenbonden opgericht. Deprez sneuvelde tijdens de oorlog (1916). Na de oorlog werd Raport voorzitter en werden de activiteiten hervat. Amicitialeden waren nu ook aanwezig op internationale bijeenkomsten. Tijdens het interbellum zou de vereniging echter langzaamaan van het toneel verdwijnen, maar tot in de jaren 1960 hield de correspondentie tussen oud-Amicitianen echter nog stand.

Literatuur

L. Vos-Gevers, 'De Vlaamse studentenbeweging te Leuven 1836-1914', in Onze Alma Mater, jg. 29, nr. 2 (1975), p. 109-142; 
Een eeuw Vlaamse studentenbeweging te Leuven. Catalogus van de tentoonstelling 16 februari-2 april 1976, 1976.

Auteur(s)

Hilaire Gravez; Martina de Moor