Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus (AVV-VVK)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

Leus, voor het eerst gebruikt door seminarist Frans Drijvers als kenspreuk van het mee door hem in 1881 gestichte Mechelse studententijdschrift De Student.

Deze leuze bracht de dubbele motivatie – Vlaamsgezindheid en ultramontaanse geloofsijver – tot uiting die in 1875 tot het ontstaan van de katholieke Vlaamse studentenbeweging had geleid in de toenmalige atmosfeer van ideologische polarisatie. Al sedert het ontstaan van de V.B. was door haar katholieke aanhangers, in het bijzonder de vele priesters die haar rangen vervoegden, een band gezien tussen hun Vlaamsgezindheid en hun katholieke overtuiging. In hun romantische gehechtheid aan de volkseigen tradities nam na 1830 niet alleen de religie maar ook de moedertaal een bijzondere plaats in. Het behoud van de volkstaal hield volgens hen een waarborg in voor het behoud van geloof en christelijke zeden. Ze kon een beschermende dam opwerpen tegen de naar hun mening gevaarlijke en volksvreemde invloeden van rationalisme en liberalisme die met de verfransing in België binnendrongen. Vanaf omstreeks 1860 kreeg deze combinatie van katholiek en Vlaamsgezind engagement een militanter karakter in de West-Vlaamse beweging, waar ze onder anderen door Guido Gezelle onder woorden werd gebracht in het mobiliserende vers "wees Vlaming dien God Vlaming schiep". Gezelles oud-leerling Hugo Verriest wekte in 1873, in het licht van felle partijstrijd, de studerende jongeren met zijn bezielende oproep "dat volk moet herleven", waarmee hij bedoelde dat Vlaamse volk uit de Middeleeuwen met zijn fierheid, grootheid en zijn christelijk geloof. Twee jaar later begonnen Brugse seminaristen met een Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen onder het motto "Met 't kruis in top". Het verschijnen van De Student in 1881 en de leuze die het tijdschrift voerde lagen in het verlengde van deze ontwikkelingen. Redacteur Jakob Muyldermans lichtte deze leuze als volgt toe in het eerste nummer van het nieuwe tijdschrift: "(...) worstelen zult gij de heilige strijd met ons voor de misachte moedertaal, overtuigd dat wij voor de moedertaal strijdend, ook kampen voor onze Godsdienst, voor ons Vaderland, voor ons eigen zelfbestaan!"

Tot aan haar verdwijnen in de jaren 1930 bleef de katholieke Vlaamse studentenbeweging gekenmerkt door een ideologisch patroon waarin de waarden 'Vlaams' en 'katholiek' een complementaire en ongeveer evenwaardige positie innamen, al had die katholieke opstelling niet meer altijd dat militante karakter van in de 19de-eeuwse schoolstrijd. Datzelfde gold overigens voor de ideologische opstelling van de hele katholieke V.B. en de rechts-radicale Vlaams-nationalistische groeperingen die er in het interbellum uit voortkwamen, als het Vlaamsch Nationaal Verbond en het Verdinaso. De leuze AVV-VVK werd gemeengoed in de katholieke V.B. doordat ze werd aangenomen door het Vlaamse dagblad De Standaard dat na de Eerste Wereldoorlog van start ging en weldra een toonaangevende positie ging bekleden. De keuze voor die leuze was niet toevallig. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog hadden redacteurs en oud-redacteurs van De Student, in het bijzonder August Laporta en Frans van Cauwelaert, een belangrijke voorbereidende rol gespeeld in de oprichting van het dagblad. De verbinding tussen Vlaams en katholiek verloor haar vanzelfsprekendheid vanaf de seculariseringsgolf in Vlaanderen in de jaren 1960.

Literatuur

M. Cordemans, Dr. August Laporta en De Student, 1959; 
L. Gevers, Bewogen Jeugd. Ontstaan en ontwikkeling van de Katholieke Vlaamse studentenbeweging (1830-1894), 1987; 
id., 'Voor Godsdienst, Vaderland en Moedertaal. Kerk en natievorming in België, 1830-1940', in BEG, nr. 3 (1997), p. 27-53.

Auteur(s)

Lieve Gevers