Algemene Conferentie der Nederlandse Letteren

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

jaarlijkse conferentie, van 1951 tot 1983 belegd om de culturele contacten tussen Nederland en Vlaanderen te bevorderen.

In 1951 bestond het Belgisch-Nederlands Cultureel Verdrag vijf jaar. Op uitnodiging van de Belgische regering kwam toen te Brussel op 6 en 7 oktober een grote groep literatoren uit Noord en Zuid bijeen met het doel de culturele eenheid van het Nederlandse taalgebied te demonstreren, de persoonlijke contacten te versterken en maatregelen te bespreken ten dienste van het boek. Het initiatief was uitgegaan van Herman Teirlinck en Maurice Roelants. De deelnemers waren niet alleen schrijvers: ook uitgevers, bibliothecarissen en vertegenwoordigers van radio en televisie waren aanwezig. Van 1959 af was er voorts een afzonderlijke sectie voor toneel.

Het succes van de eerste, feestelijke bijeenkomst leidde ertoe dat men een jaarlijkse conferentie gewenst achtte. Tijdens de vijfde conferentie werd aangedrongen op het instellen van een grote gemeenschappelijke literaire prijs, waarvan de uitreiking met een officiële plechtigheid zou moeten gepaard gaan. Dankzij de medewerking van de beide regeringen kon deze driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren al het jaar daarop worden toegekend en in de Ridderzaal te Den Haag aan Teirlinck overhandigd.

De Conferenties werden achtereenvolgens gehouden in Brussel (1951), Den Haag (1952), Antwerpen (1953), Den Haag (1954), Antwerpen (1955), Den Haag (1956; Prijs: Teirlinck), Antwerpen (1957), Den Haag (1958), Antwerpen (1959; Prijs: A. Roland Holst), Den Haag (1960), Antwerpen (1961), Den Haag (1962: Prijs: Stijn Streuvels), Antwerpen (1963), Den Haag (1964), Brussel (1965; Prijs: J.C. Bloem), Rotterdam (1966), Antwerpen (1967), Amsterdam (1968; Prijs: Gerard Walschap), Antwerpen (1969), Maastricht (1970), Enschede (1971; Prijs: Simon Vestdijk), Knokke (1972), Gent (1973), Utrecht (1974; Prijs: Marnix Gijsen), Brussel (1975), Groningen (1976), Antwerpen (1977; Prijs: Willem Frederik Hermans), Middelburg (1978), Houthalen (1979), Arnhem (1980; Prijs: Maurice Gilliams), Brugge (1981), Den Haag (1982), Brussel (1983; Prijs: Lucebert).

De algemene leiding van de Conferentie berustte eerst bij Teirlinck en bij Martinus Nijhoff, na diens dood, in januari 1953, bij Anton van Duinkerken. Toen Teirlinck overleed, nam Julien Kuypers korte tijd zijn plaats in; daarna werd Albert Westerlinck voorzitter aan Vlaamse kant, tot hij in 1982 werd opgevolgd door Antonin van Elslander. Vrijwel terzelfder tijd als Westerlinck kreeg Garmt Stuiveling de voorzittersfunctie voor het Noorden; in 1981 werd hij als zodanig opgevolgd door Karel Meeuwesse. Een tussentijdse Conferentie in Roosendaal in maart 1978, waarop het Ontwerp voor een Nederlandse Taalunie kritisch onder de loep werd genomen, stond onder voorzitterschap van Ludo Simons.

Blijkens de gepubliceerde resoluties heeft de Conferentie zich beziggehouden met talrijke, zeer uiteenlopende problemen, die echter alle verband houden met wat toen de 'culturele integratie' werd genoemd. Ze betreffen het statuut van de schrijver in Noord en Zuid, de begeleiding van de eigen toneelschrijfkunst, het 'bedreigde' literaire boek, het leenrecht en het reprorecht, de promotie van de Nederlandse taal, letteren en cultuur in het buitenland (zowel op het vlak van de lectoraten als op dat van de vertalingen), de gezamenlijke documentatie van de Nederlandse letteren enzovoort. De Conferentie was ook de initiatiefnemer voor het uitgeven van de gemeenschappelijke bloemlezingen Literair Akkoord, Kritisch Akkoord en Dramatisch Akkoord.

Zonder het belang ervan te overschatten mag men toch vaststellen dat de Algemene Conferentie der Nederlandse Letteren zich door haar jaarlijks beraad had ontwikkeld tot een invloedrijke factor in het twee-ene gebied van de Nederlandse literatuur. In 1983 droeg de Conferentie met een Memorie van overdracht de fakkel niet geheel goedschiks over aan de toen operationeel geworden Nederlandse Taalunie; de vroegere meerdaagse en breed georiënteerde Algemene Conferentie der Nederlandse Letteren met haar verschillende secties (letteren, toneel, uitgeverij en boekhandel, radio en televisie, bibliotheekwezen) werd van 1985 af vervangen door eendaagse, thematische Algemene Conferenties van de Nederlandse Taal en Letteren. De uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren werd ervan losgekoppeld. Hij werd in 1986 toegekend aan Hugo Claus, in 1989 aan Gerrit Kouwenaar, in 1992 aan Christine d'Haen, in 1995 aan Harry Mulisch en in 1998 aan Paul de Wispelaere.

Literatuur

Gedeeld Domein, Bulletin van de Algemene Conferentie der Nederlandse Letteren, 1957-1983; 
25 jaar Algemene Conferenties der Nederlandse Letteren 1951-1975, 1975; 
'Konferentie Letteren niet blij met Taalunie', in De Standaard (15-16 oktober 1983); 
Memorie van overdracht van de Algemene Conferentie der Nederlandse Letteren aan de Nederlandse Taalunie, 1984; 
Vijf jaar samenwerking in resoluties. Algemene Conferentie der Nederlandse Letteren, 1984; 
L. Simons, 'Zuurstof voor de Taalunie', in De Standaard (16-17 september 1989).

Auteur(s)

Garmt Stuiveling; Ludo Simons