Algemeen Vlaamsch Nationaal Jeugdverbond (AVNJ)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

Vlaams-nationalistische jeugdorganisatie en militantenorganisatie, 1928-1934; jeugdbeweging van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) 1934-1941.

Het AVNJ ontstond op 17 mei 1928 als een overkoepeling van Vlaams-nationalistische militantengroepen (verweerkorpsen) en jeugdbewegingen. Het initiatief ging uit van het Antwerpse Vlaamsch Verweer onder impuls van Jan van Hoogten. Het AVNJ had drie afdelingen: een 'weerstandskas' die geld inzamelde om boetes te betalen opgelopen ten gevolge van acties, het Vlaamsche Verweer (de militantengroepering) en het jeugdsecretariaat (de klassieke jeugdbeweging). Het was slechts een van de vele initiatieven gericht op de vorming van een militante jongerenbeweging. Als koepel bleef het AVNJ een papieren organisatie met een tijdschrift: Jong Nederland (1930-1936).

In 1933 kwam de leiding in handen van Hilaire Gravez. Toen Staf de Clercq in 1933 het VNV stichtte, bood hij Gravez de leiding van de VNV-jeugdcentrale aan. De integratie van het AVNJ in het VNV verliep moeizaam doordat Gravez in conflict kwam met VNV-propagandaleider Reimond Tollenaere aangaande de bevoegdheid over de militie. Gravez wenste het Vlaamsch Verweer onder zijn controle te houden. Ideologisch was er geen tegenstelling daar het AVNJ inmiddels radicaal Groot-Nederlands en antidemocratisch was. Toen medio 1934 Tollenaere even uit het VNV verdween en nadat door de wet op de private milities van 29 juli 1934 in het AVNJ de klemtoon meer op de klassieke jeugdbewegingsactiviteiten kwam te liggen, werd het pad tot aansluiting bij het VNV geëffend. Gravez handhaafde evenwel het dubbele karakter van het AVNJ. Begin 1935 reorganiseerde hij het AVNJ tot een tweeledige organisatie met een Diets Knapenschap (8- tot 18-jarigen) en Brigades (18- tot 30-jarigen).

Begin 1936 werden de Brigades door de VNV-leiding aan het AVNJ onttrokken en omgevormd tot een aparte organisatie: de Werfbrigade. Op 12 februari verloor de AVNJ-leider de bevoegdheid over de VNV-studentenorganisaties en einde 1937 moest hij dulden dat Jan Seghers leider werd van de jongeren tot 18. Er restte Gravez alleen nog het hoofdredacteurschap van Deltakamp, het AVNJ-maandblad dat sedert maart 1936 verscheen in opvolging van Jong Nederland. Toen Seghers ook nog redactiesecretaris werd, was voor Gravez de maat vol. Op 24 maart 1938 verklaarde hij het AVNJ onafhankelijk van het VNV. Drie dagen later verving De Clercq hem als AVNJ-leider door Edgar Lehembre. Vrijwel het volledige AVNJ-kader liet Gravez vallen. Hij behield alleen nog Deltakamp. Het AVNJ gaf voortaan Jong Dietschland uit (1938-1940) met Seghers als hoofdredacteur. De geleidelijke liquidatie van Gravez had twee oorzaken. Ten eerste slaagde hij er niet in het AVNJ tot een vlot draaiende jeugdbeweging op te bouwen. Ten tweede geraakte Gravez in het kamp van de pro-nationaal-socialistische dissidenten in het VNV. In 1937 ontving Gravez een kleine maandelijkse subsidie uit nazi-Duitsland buiten de VNV-leiding om.

Het AVNJ werd onder 'Diets Jeugdleider' Lehembre een zuivere jeugdbeweging. Organisatorisch kwam er weinig verbetering, mede doordat er bij vele VNV-leiders nauwelijks belangstelling voor de jeugdbeweging bestond.

Na de Duitse bezetting hervatte het AVNJ in juli 1940 zijn werking. De Clercq stelde Frans Dillen aan als Diets Jeugdleider ad interim daar Lehembre in de meidagen was opgepakt door de Belgische overheid en als staatsgevaarlijk persoon naar Frankrijk gevoerd (Spooktreinen). Lehembre nam de leiding opnieuw over vanaf september 1940. Het AVNJ wierp zich in het zog van haar moederorganisatie op als de eenheidsjeugdbeweging. Op 29 september 1940 werd de versmelting met het Dietsch Jeugdverbond van Edgar Boonen bekendgemaakt. Als gevolg van de VNV-verruimingscampagne rond de Volksbeweging waren de leiders van de Vlaamse Jeugdherbergcentrale en het Vlaamsch Instituut voor Volkskunst tot de AVNJ-leiding toegetreden. Er werden ook onderhandelingen gevoerd met het Vlaams Verbond van Katholieke Scouts van Maurits van Haegendoren die evenwel op niets uitliepen mede doordat de Belgische kerk elke samenwerking van katholieke jeugdorganisaties met het VNV van de hand wees. Het AVNJ kreeg bovendien een concurrent aan zijn rechterzijde. In het zog van de SS-Vlaanderen en de opgang komende Groot-Duitse beweging in Vlaanderen ontstond begin 1941 de Vlaamsche Jeugd onder leiding van Alfons Wachtelaer die steun kreeg van Duitse Reichsjugendführung. In februari 1941 vestigde zich een vertegenwoordiger van deze organisatie in Brussel met de opdracht een nationaal-socialistische eenheidsjeugdbeweging op te richten. In de onderhandelingen die erop volgden eiste het VNV met het AVNJ het monopolie. De positie van het AVNJ verstevigde toen als gevolg van de oprichting van de Eenheidsbeweging-VNV in mei 1941 het Jong Dinaso en de Rex-Jeugd in Vlaanderen werden opgeslorpt. Vele hogere AVNJ-leiders waren niettemin zeer wantrouwig. Ze vreesden een aantasting van het Groot-Nederlands gedachtegoed en van het christelijk geloof.

Uiteindelijk werd op 8 juli 1941 een akkoord bereikt waarbij het AVNJ en de Vlaamsche Jeugd samensmolten tot de Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen. In de praktijk bleef het AVNJ-kader gehandhaafd terwijl de minieme aanhang van de Vlaamsche Jeugd werd opgeslorpt of uitgestoten. Op het moment van de fusie telde het AVNJ naar eigen zeggen 5000 leden. Dat was zonder twijfel overdreven. Het precieze aantal leden van het AVNJ is niet bekend. De jeugdbeweging was sedert de bezetting onmiskenbaar in expansie.

Literatuur

W.C.M. Meyers, 'Het VVKS en de poging tot eenmaking van de jeugdbewegingen in Vlaanderen tijdens de bezetting (1940-1944)', in Y.J.D. Peeters, Over Volksopvoeding en Staatsvorming, 1983, p. 78-94; 
J. Creve, Recht en trouw: de geschiedenis van het Verdinaso en zijn milities, 1987; 
B. de Wever, Greep naar de macht. Vlaams-nationalisme en Nieuwe Orde. Het VNV 1933-1945, 1994.

Auteur(s)

Bruno de Wever