Algemeen Nederlands Zangverbond (ANZ)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

cultuurvereniging, opgericht in juni 1947 met het doel de volkszang te beoefenen en het Nederlands volkslied te verspreiden.

Voorzitters waren Herman Wagemans (1948-1952), Valeer Portier (1952-1987), Richard Celis (1987-1991), Hugo Portier (1991-).

De activiteiten van het in 1944 ontbonden Vlaamsch Nationaal Zangverbond (VNZ) werden in juni 1947 hervat en georganiseerd door het nieuw opgerichte ANZ. Deze nieuwe benaming voor vrijwel dezelfde organisatie – zowel wat de structuur, doelstellingen als methodes betrof – bood niet alleen een oplossing voor de in het naoorlogse klimaat te beladen term 'Vlaams Nationaal' maar benadrukte tegelijkertijd ook de Groot-Nederlandse gedachte, die bij verscheidene activiteiten zou naar voren komen.

Het ANZ trachtte van bij haar oprichting de V.B. te verruimen door middel van de uitbreiding van de activiteiten (zowel op inhoudelijk als op ruimtelijk vlak), en door contacten te onderhouden met cultuur-politieke verenigingen van Vlaamse en katholieke strekking.

Wat de activiteiten betreft spelen vooral de zangfeesten en de koorfederatie een belangrijke rol.

Als volkszangbeweging organiseert het ANZ jaarlijks behalve het Vlaams Nationaal Zangfeest ook het Zeezangfeest, provinciale en gewestelijke zangfeesten, volkszangfestivals en kinderzangfeesten. Op 6 december 1971 werd bovendien een aparte ANZ-Jeugddienst opgericht die de activiteiten voor jongeren en kinderen programmeerde en organiseerde. Vanuit de Groot-Nederlandse gedachte deed het ANZ steeds een beroep op de medewerking van Nederlandse zusterorganisaties voor de ondersteuning van haar activiteiten.

Daarnaast richtte het ANZ een koorfederatie op, maar de naoorlogse kooractiviteiten kwamen slechts zeer traag op gang. Bij de afscheuring van de groep van de Dag van het Vlaamse Lied (1953-1957), bleef bovendien nog slechts een dertigtal koren bij het ANZ aangesloten. Dit zou echter slechts van korte duur zijn. Met de organisatie van dirigentencursussen, koorateliers en studiedagen en internationale contacten, kon het ANZ zich aan het begin van de jaren 1970 zich immers de belangrijkste koorfederatie van Vlaanderen noemen. Midden de jaren 1980 waren méér dan 500 koren aangesloten. Als koorfederatie organiseert het ANZ, dat voor Nederlandstalig België de vertegenwoordiger is van de AGEL (Arbeitsgemeinschaft Europaïscher Chorverbände), tevens verscheidene vormingscursussen en koorateliers en beschikt het over een zeer uitgebreid documentatiecentrum voor koor- en volksliedmuziek. In 1996 waren 690 koren aangesloten.

Teneinde een eigen volwaardig muziektijdschrift uit te geven werd in 1970 het ledentijdschrift Harop! omgevormd tot het Vlaams Muziektijdschrift. Onder de medewerkers bevonden zich befaamde musicologen, onder meer Marcel Boereboom, Ignace de Sutter en Vic Nees. Om financiële redenen werd dit tijdschrift vanaf 1973 overgelaten aan de uitgeverij De Sikkel-De Nederlandsche Boekhandel en daar vanaf 1976 uitgebracht onder de naam Gamma. Vervolgens werd het ANZ-mededelingenblad uitgebracht dat op het einde van de jaren 1980 vervangen werd door Even Aanzoemen. Sinds 1995 verzorgt het ANZ ook het koorblad Koor en Kunstleven.

Op ideologisch vlak trachtte het ANZ zich te verruimen – hoewel dit niet zonder slag of stoot ging – via contacten met andere cultuur- en/of politieke bewegingen van Vlaamse en katholieke strekking. In de eerste jaren van de overgang van VNZ naar ANZ had het ANZ te kampen met vrij veel tegenstand. Op 12 november 1948 werd zelfs een bomaanslag gepleegd op het ANZ-secretariaat. Met de officiële bevestiging in 1949 van samenwerking met katholieke groeperingen (Chiro, Vrouwelijke Katholieke Studerende Jeugd, Katholieke Studentenactie, Vlaams Verbond van Katholieke Scouts, Boerenjeugdbond, Jeugdverbond voor Katholieke Actie, Algemeen Christelijk Werk(nem)ersverbond-ACW, Katholieke Arbeidersjeugd-KAJ) en – als tegengewicht – enkele Vlaamsgezinde cultuurverenigingen (Vlaamse ToeristenbondVlaamse Automobilistenbond, Davidsfonds en Vlaams Economisch Verbond) slaagde het ANZ erin om vrij sterk uiteenlopende verenigingen onder haar vleugels te groeperen. Het afwegen van de invloeden vanuit verscheidene hoeken bij de samenstelling van de beheerraad en de zangfeestcommissie werd echter vaak een moeilijke evenwichtsoefening. Vooral de te radicale opstelling van de plaatselijke ANZ-kernen, de doorlopende nummering van de zangfeesten waarmee het ANZ zich akkoord verklaarde met de oorlogszangfeesten, het al dan niet uithangen van de Belgische vlag en het zingen van het Wilhelmus en het Zuid-Afrikaans volkslied vormden zware discussiepunten. Op het 15de zangfeest (Brussel, 1952) liep de broze samenwerking tussen het ANZ en de katholieke verenigingen op de klippen naar aanleiding van de anti-CVP-gezinde sfeer en de Vlaams-extremistische houding van vele aanwezigen.

Omwille van bovenvermelde disputen scheurde in 1953 de groep van Marcel Vandewiele (KAJ-ACW) zich af van het ANZ en organiseerde tot 1957 de Dag van het Vlaamse Lied met als boegbeelden De Sutter en Jef van Hoof. De groep Vandewiele slaagde er tevens in een groot aantal koren aan de supervisie van het ANZ te onttrekken. Het ANZ herstelde haar positie door – na het eerste succes van De Dag van het Vlaamse Lied – Van Hoof opnieuw aan te trekken en de plaatselijke ANZ-afdelingen voldoende te versterken en zodoende opnieuw de belangrijkste zangbeweging te worden. In de hernieuwde onderhandelingen tussen de beide groepen kon het ANZ op alle essentiële punten haar slag thuishalen en stelde zijn bestuursorganen opnieuw open voor de vertegenwoordigers van katholieke organisaties, waaronder Wilfried Martens, Marcel Haazen en José de Boodt.

Toen het ledenaantal van het ANZ vervolgens in 2 jaar tijd verdubbelde van 535 in 1958 naar 1200 in 1960 en de zangfeesten van de jaren 1960 jaarlijks ongeveer 25.000 mensen trokken, richtte het ANZ steeds meer zijn aandacht op de koorwerking en trachtte deel te nemen aan de nieuwe zangbewegingen. De muzikale waarde van de Vlaamse liederen werd in discussies afgewogen tegen de politieke boodschap. In 1962 werd een muziekadviescommissie samengesteld om over het evenwicht tussen beide elementen te waken. Er werden pogingen ondernomen om vernieuwingen aan te brengen op muzikaal vlak, onder meer het verminderen van het aantal traditionele strijd- en heimatliederen, het uitbreiden van het aandeel van volksliederen uit vroegere eeuwen, het aanpassen van het repertoire en de 'zangstonde-techniek' aan de muzikaal- technische beperkingen en het inschakelen van de kleinkunst-chansonnier. Dit zou resulteren in het NEKKA-festival (Nederlandse Kleinkunst te Antwerpen). Ook NEKKA was in groot-Nederlandse zin opgevat aangezien het om de 2 jaar in Nederland plaatsgreep (de eerste maal in 1973). Met NEKKA kon het ANZ jongeren mobiliseren voor het Vlaamse lied en bovendien een financiële reserve opbouwen voor haar andere activiteiten. Een aantal gevierde Vlaamse componisten-dirigenten waaronder Armand Preud'homme, Jan Brouns en Wies Pée meende echter dat hun eigen werk verwaarloosd werd ten voordele van oude volksliederen en kleinkunst en weigerde nog langer te dirigeren voor het Zangfeest. Aangezien het zeer succesvolle NEKKA bovendien na verloop van tijd doorheen haar voorraad Nederlandstalige artiesten raakte, werden ook anderstalige kleinkunstenaars op het programma gezet waardoor het ANZ vanaf 1978 afzag van de organisatie van het NEKKA-festival.

Het wegvallen van NEKKA ging gepaard met een algemene impasse binnen het ANZ, ten gevolge van de moeilijkheden rond het Egmontpact. Als lid van het Anti-Egmontkomitee besloot het ANZ uit monde van V. Portier zoveel mogelijk positieve elementen uit het pact te halen, wat hem echter niet in dank werd afgenomen op de zangfeesten van 1978 en 1979. De zangfeesten sloegen daarna opnieuw een nationalistischere weg in met het accent op het massalied. Eind 1980 werd het ANZ geconfronteerd met het rivaliserende Vlaams Progressief Zangfeest van het Vlaams Progressief Zangverbond dat het echter slechts 2 jaar volhield.

Toen in 1987 Celis voorzitter werd, streefde hij voor de verruiming van de V.B. tot een pluralistische partijonafhankelijke beweging. Op het 53ste Zangfeest van 1990, pleitte hij naast de eis voor de voortzetting van de federalisering voor de aanpak van armoede en milieuproblemen. Hij wees ook de Golfoorlog af. Celis aarzelde ook niet Vlaamse popgroepen te programmeren voor het Zangfeest. Toen een lastercampagne en briefschrijfactie vanuit Vlaams-radicale hoek hem verweet te weinig de nadruk te leggen op de Vlaamse onafhankelijkheidsstrijd, nam hij in 1991 vrijwillig ontslag. Celis richtte daarop de Vlaamse Culturele Koepel op.

Celis' opvolger, huidig voorzitter H. Portier, haalde de banden met de rechts-radicalen binnen de V.B. opnieuw aan wat leidde tot groot ongenoegen van de leden die het Zangfeest als een Algemeen Nederlands Zangfeest en niet als een nationalistisch zangfeest beschouwden. Naar aanleiding van enkele intern onbesproken gebleven programmawijzigingen van het Zangfeest van 1994, pleitte de Kleinkunst- en NEKKA-commissie van het ANZ (waaronder Herman d'Espallier, Rob Eykens, Jan Cornelissen en Paul de Belder) voor een democratisering van de ANZ-werking en tegen de samenwerking met (leden van) extreem-rechtse en radicaal-Vlaams-nationalistische organisaties waaronder het Vlaams Blok en de Vlaamse Volksbeweging. Naar aanleiding van het artikel "Vlaamse vrienden, laten we scheiden" van Eykens, D'Espallier en De Belder verscheen een ware polemiek in de Vlaamse dagbladpers welke – aangezien De Belder tevens ondervoorzitter van het IJzerbedevaartcomité was – alle gelederen van de V.B. beroerde. Toen de Raad van Bestuur niet op hun eisen inging, besloten voormelde leden ontslag te nemen uit de commissie en de Raad van Bestuur. Ook Juliaan Wilmots diende om deze redenen zijn ontslag in als voorzitter van de ANZ-koorfederatie. In 1996 distantieerde ook het ANZ-bestuur en de Regie- en programmacommissie van het Zangfeest zich van de organisaties welke de rellen op de 69ste IJzerbedevaart te Diksmuide ontketenden. Het Vlaams Nationaal Jeugdverbond werd – zij het onder een aantal voorwaarden – niettemin toegelaten op het Zangfeest van 1997 te Gent.

Literatuur

H. Croonenborghs, 'Het Vlaams nationaal Zangverbond 1933-1940', in WT, jg. 40, nr. 1 (1981), kol. 35-46; 
id., 'Van het Vlaams Nationaal Zangverbond naar het Algemeen Nederlands Zangverbond (1940-1952)', in WT, jg. 40, nr. 3 (1981), kol. 173-186; 
H. Willaert en J. Dewilde, "Het lied in mond en ziel". 150 jaar muziekleven en Vlaamse Beweging, 1987.

Auteur(s)

Martina de Moor