Algemeen Diets Jeugdverbond (ADJV)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

Vlaams-nationale, Heel-Nederlandse jeugdvereniging, ontstaan in 1949 door het uiteenvallen van het Jeugdverbond der Lage Landen, dat geplaagd werd door interne verdeeldheid.

De uit het Jeugdverbond gesloten Wim de Roy richtte in 1949 een vereniging zonder winstoogmerk met exact dezelfde naam op. De overgebleven leden van het 'eerste' Jeugdverbond (Staf Vermeire, Oswald Vandelanotte en Wilfried Aers) werden wettelijk verplicht een naamsverandering door te voeren. Zo ontstond op 14 november 1949 het ADJV. Op dat moment waren er dus twee concurrerende Vlaams-nationalistische groeperingen naast elkaar. De eenheid werd gedeeltelijk hersteld op 10 april 1951, toen het Rodenbachvendel (met onder anderen Jan Olsen) zichzelf ontbond en aansloot bij het ADJV.

Het streven naar centralisering leidde tot een strak hiërarchisch gestructureerd beleid en beheer. In 1953 werd het blauwe uniform van de jongens groen, wat een aanknoping was met het traditioneel groene kieltje van het vooroorlogse Algemeen Katholiek Dietsch Studentenverbond. Tussen 1949 en 1957 werd het ADJV ingedeeld in een jongens- en meisjesafdeling (respectievelijk de Blauwvoetvendels en de Meisjesscharen) met elk een eigen verbondsraad. Verticaal werden drie leeftijdscategorieën ingericht: Knapen/Kerlinnetjes (tot 13 jaar), Kerels/Gudrunmeisjes (tot 17 jaar), en Stormers/Adelmeisjes (ouder dan 17 jaar). Vendels en gebieden volgden de grenzen van bestuurlijke arrondissementen en kantons. Ook in Nederland werden afdelingen opgericht.

Aanvankelijk werden vooral leden geworven uit oud-collaboratiemilieus. Het leiderskader bestond hoofdzakelijk uit vroegere leden van de Dietsche Blauwvoetvendels en van de tijdens de bezetting opgerichte vereniging Nederland Eén!. Deze twee verenigingen hadden wat opvattingen betreft dus een grote invloed op het ADJV. Algemeen verbondsleider (voor de jongens en meisjes) was Vermeire (na 1958 Jaak de Meester), zijn twee eerste adjuncten Staf Verrept en Kamiel de Smet. De sociale acties van het ADJV waren vooral gericht op het opvangen van repressiegevolgen.

Na enige tijd nam de invloed bij niet-collaboratiemilieus toe. Dit kwam tot uiting in de individuele levenswet en de "17-punten keure" van het ADJV, waarin de radicaal volks-Dietse opvatting en een duidelijk uitgedragen christelijke geloofsbeleving werden benadrukt. Wat de Dietse opvattingen betreft was het ADJV een voortzetting van de tradities van de blauwvoeterij, het Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond en van de Dietse dissidentie van de Dietsche Blauwvoetvendels en Meisjesscharen tijdens de bezetting. Deze dissidentie had zich verzet tegen de verwaarlozing van de Dietse ideologie door het collaborerende Vlaamsch Nationaal Verbond. Ook predikte het ADJV onafhankelijkheid ten opzichte van de partijpolitiek en de kerkelijke overheid. Ze streefde naar samenwerking met andere nationalistische jeugdgroeperingen. Het ADJV was anti-repressie gericht, maar stond ook kritisch tegenover de collaboratie, die het ADJV als een tactische vergissing beschouwde, omdat de bezetter steeds duidelijk de Dietse idealen had afgekeurd en bestreden.

Het belangrijkste instrument van het ADJV was de pers. In druk verschenen maandelijks De Vendeljongen, Het Dietse Meisje, De Blauwvoet (1957-1961), terwijl gestencild talloze blaadjes van de plaatselijke afdelingen verschenen. Daarnaast verscheen het ADJV-Dienstblad, waarin de Algemene- en Bijzondere Orders, en ook de gewone Mededelingen verschenen. Het ledenaantal overschreed waarschijnlijk niet de 800 (1951-1961). Het ADJV speelde een centrale rol bij de organisatie van de Rodenbachmalen (Gent 1951, Meise-Brussel 1953, Wakken 1955, Brasschaat 1956), en verscheen op diverse IJzerbedevaarten en Vlaams Nationale Zangfeesten. Het werkte ook mee aan de oprichting van de Vlaamse Jeugdraad (De Meester was hierin ADJV-afgevaardigde) en de Rodenbachfeesten in 1956 (te Roeselare).

Toen de Katholieke Jeugdscharen Jong-Vlaanderen (KJJV) tot het ADJV toetraden, werd de naam van het ADJV op 8 september 1957 gewijzigd in Blauwvoetjeugdverbond (BJV). Op 1 oktober 1961 werd dit BJV ontbonden.

Literatuur

M. van Hoorebeeck, Oranjedassen 1944-1961. Geschiedenis van het Algemeen Diets Jeugdverbond, 1986; 
M. Cailliau, Staf Vermeire, 1926-1987. Diets jeugdleider en rebel, 1988.

Verwijzingen

zie: Ernest van der Hallen, Staf Vermeire.

Auteur(s)

Nico Wouters