Albert, Karel

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Antwerpen 16 april 1901 – Liedekerke 23 mei 1987).

Studeerde aan de Stedelijke Normaalschool en aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Antwerpen, waar Albert onder meer les volgde bij Martinus de Jongh. Nadien werd hij muziekleraar aan het Koninklijk Atheneum van zijn geboortestad.

Intussen had Albert reeds zijn eerste composities geschreven. Een van zijn creaties, uitgevoerd in 1922 in de Brusselse zaal Union Colonial, was baanbrekend vanwege de modernistische aanpak. Albert behoorde, met onder meer August Baeyens en Jef van Durme, tot de groep jonge Vlaamse componisten die zeer heftig reageerde tegen de Vlaamse romantiek in de muziek en bijgevolg tegen de Vlaamse muziekbeweging van Peter Benoit en zijn navolgers. In het spoor van Strawinsky, Schönberg en Milhaud zochten deze 'modernisten' hun toevlucht tot meer experimentele vormen en trachtten zij de modernisering van de Vlaamse muziek door te voeren.

In 1924 werd Albert huiscomponist van het Het Vlaamsche Volkstooneel waarvoor hij een dertigtal composities schreef, waaronder een moderne bewerking van Vondels' Lucifer. In 1933 werd hij secretaris van de muzikale dienst van het Nationaal Instituut voor Radio-omroep. Vervolgens leidde hij de afdeling Lichte Muziek en werd ten

slotte adjunct-directeur van de dienst Muziek bij de Belgische Radio en Televisie-Omroep.

Albert schreef in totaal 4 symfonieën, 6 suites, 3 baletten, 1 opera buffo en verschillende kamermuziekwerken.

Literatuur

W. Pelemans, 'Karel Albert en de modernisering van de Vlaamse muziek', Het Laatste Nieuws (16 juni 1982); 
H. Willaert en J. Dewilde, "Het lied in ziel en mond". 150 jaar muziekleven en Vlaamse Beweging, 1987.

Auteur(s)

Gert van Overloop