Alberdingk Thijm, Pieter P.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Amsterdam 21 oktober 1827 – Kessel-Lo 1 februari 1904). Broer van de Jozef A. Alberdingk Thijm.

Kwam uit een katholiek, Amsterdams burgerijgezin, studeerde eerst wiskunde en geschiedenis in Utrecht en zette daarna zijn opleiding in Duitsland verder. In 1859 huwde Alberdingk Thijm Emilia Gfrörer, dochter van de historicus onder wiens leiding hij in Freiburg had gestudeerd. Voor hij kanunnik Jan-Baptist David opvolgde als hoogleraar in de Nederlandse en later de Germaanse letterkundige geschiedenis aan de Katholieke Universiteit van Leuven, werkte hij als leraar te Maastricht. In zijn vakgebied genoot hij grote bekendheid en hij schreef heel wat artikels voor vaktijdschriften.

Alberdingk Thijms sympathie voor de V.B. moet vooral gezien worden vanuit zijn katholieke overtuiging. Net als de blauwvoeterijgeneratie zag hij immers katholicisme en volkstaal nauw met elkaar verbonden. In 1871 werd hij tot ondervoorzitter gekozen van Met Tijd en Vlijt. Hij had er een grote invloed op de Vlaamsgezinde studenten (waaronder Albrecht Rodenbach), stimuleerde de studie van de volkstaal en stuurde de vereniging in een conservatieve richting, zowel op religieus als op sociaal vlak. Een prestigevete tussen Thijm en de voorzitter van het genootschap Pieter Willems leidde tot een tijdelijke tweespalt tussen de studenten; Rodenbach schaarde zich achter Thijm en Pol de Mont achter Willems. Alberdingk Thijm en Rodenbach raakten bevriend; Thijm gaf deze laatste raad bij de creatie van zijn drama Gudrun en steunde hem bij de stichting van een studentenafdeling van het Davidsfonds. Toen Willems in 1898 stierf werd Alberdingk Thijm tot voorzitter van Met Tijd en Vlijt gekozen en bleef dit tot aan zijn overlijden.

Alberdingk Thijm was medestichter en eerste voorzitter van het in 1875 opgerichte katholieke Davidsfonds. Hij oefende een grote invloed uit op het beleid en breidde de organisatie sterk uit. Toen er in 1877-1878 financiële problemen kwamen, werd hij onmiddellijk verantwoordelijk gesteld en scherp aangevallen. Hij werd ervan beschuldigd zich persoonlijk verrijkt te hebben en moest in april 1878 gedwongen ontslag nemen; zijn rivaal Willems zou hem als voorzitter opvolgen. Alberdingk Thijm was ook voorzitter van de Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en werd in 1886 lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, waarvoor hij zich intensief inzette. In 1886 liet zijn broer Jozef hem de leiding van het Groot-Nederlands, katholiek cultuurtijdschrift Dietsche Warande (dat hij in 1855 te Amsterdam had gesticht) over. Onder zijn hoofdredactie werd de uitgave van het blad naar Leuven overgebracht; het bleef een hoogstaande uitgave die zich echter afzijdig hield van de politieke V.B. Alberdingk Thijms artikels gaven uiting aan zijn grote belangstelling voor de kunst op alle domeinen en de muziek in het bijzonder. Als kind van de romantiek was hij ervan overtuigd dat kunst een sociaal doel had, namelijk de verheffing en veredeling van het volk. Daarom moest de kunst voor het volk zijn en door haar begrepen kunnen worden. In 1899 verkocht hij het tijdschrift aan Maria Belpaire, die het samensmolt met Het Belfort. Hij bleef verder tot de redactie behoren, maar werkte niet meer intens mee. Tot zijn gekendste werken behoren waarschijnlijk wel de onvoltooide Geschiedenis der Kerk in de Nederlanden en de literatuurgeschiedenis Spiegel van Nederlandse Letteren.

Literatuur

D. Claes, Levensschets van Pieter Alberdingk Thijm, 1905; 
J. Sencie, 'Pieter Alberdingk Thijm', in Dietsche Warande en Belfort, jg. 51 (1906), p. 13-66; 
L. van Heemstede, Pieter Alberdingk Thijm 1827-1904, 1909; 
R.F. Lissens, 'Albrecht Rodenbach en Pieter Alberdingk Thijm', in Leuvense Bijdragen, jg. 34 (1942), p. 79-98; 
J. Smeyers, 'Pieter Alberdingk Thijm', in Dietsche Warande en Belfort, jg. 100 (1955), p. 385-390; 
id., 'Pieter Alberdingk Thijm', in NBW, I, 1964; 
J. Persyn, Dietsche Warande en Belfort 1900-1924, 1963; 
L. Wils, Honderd jaar Vlaamse Beweging, I, 1977; 
W. Rombauts, De Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1886-1914. Haar geschiedenis en haar rol in het Vlaamse cultuurleven, 2 dln., 1979; 
L. Gevers, Bewogen jeugd. Ontstaan en ontwikkeling van de katholieke Vlaamse studentenbeweging (1830-1894), 1987.

Auteur(s)

Sandra Maes