Adriaens, Renaat F.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Zedelgem 14 november 1855 – Zedelgem 16 september 1900).

Volgde tussen 1870 en 1876 de oude humaniora aan het Klein Seminarie van Roeselare, als klasgenoot van onder anderen Albrecht Rodenbach. In de poësisklas van leraar Emiel Demonie stemde Adriaens met de 'Blauwvoeters' tegen het "zingen van het om het even wat in het Frans" (blauwvoeterij). Op 28 juli 1875, de dag van 'De Groote Stooringe' tijdens het jaarlijkse superiorsfeest, liet Adriaens, nadat superior Henri Delbar wegens de rebelse Vlaamsgezinde tegenstand van de studenten het feest had opgeschort, Het lied der Vlaamsche Zonen op zijn bugel over de speelplaats klinken. Op 16 juli 1876 werd in de lettergilde van het Klein Seminarie het door hem, Rodenbach en Constant Lievens uit het Grieks vertaalde toneelstuk Prometheus in de boeien van Aeschylus voorgedragen.

Van 1876 tot 1883 studeerde Adriaens geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij sloot er zich aan bij de letterlievende studentenvereniging Met Tijd en Vlijt en was ook betrokken bij de nieuwe Vlaamsgezinde initiatieven die zijn Roeselaarse oud-klassemakkers onder de bezielende leiding van Rodenbach tijdens het academiejaar 1876-1877 in het Leuvense studentenmilieu op touw zetten. Zo was hij medeoprichter en lid van de Sint-Tillogilde, de spelersgilde en de Studentenafdeling van het Davidsfonds. Met Aloïs Bruwier was hij een schakelfiguur naar de tweede generatie van Vlaamsgezinde studenten uit West-Vlaanderen, die omstreeks 1879 in Leuven aankwam en er na de malaise waarin de Rodenbachse studentenbeweging was terechtgekomen, nieuwe impulsen gaf aan het flamingantische studentenleven. Met deze jongere medestudenten, onder wie Alfons Depla en Hendrik Persyn, richtte Adriaens in 1879 opnieuw een Leuvense spelersgilde op en gaf hij in 1881 en 1882 de Vlaamsgezinde studentenbladen Kwaepenninck, De Tassche en Onze Vlaamsche Wekker uit. Mede onder zijn impuls kwam in 1883 een Westvlaamsche Gouwgilde aan de Leuvense universiteit tot stand. Na de beëindiging van zijn studies werd hij in 1884 lid van de Swighenden Eede en redactielid van De Vlaamsche Vlagge.

Literatuur

H. Verriest, Twintig Vlaamsche Koppen, zj.; 
K. de Lille, Alfons Van Hee, 1963; 
M. de Bruyne, 'De Groote Stooringe te Roeselare in 1875', in De Groote Stooringe 1875. Historische bijdrage tot de geschiedenis van de Vlaamse Studentenbeweging, 1975, p. 22-24; 
L. en L. Vos-Gevers, Dat volk moet herleven. Het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge 1875-1933, 1976; 
M. de Bruyne en L. Gevers, Kroniek van Albrecht Rodenbach, 1980; 
L. Gevers, Bewogen jeugd. Ontstaan en ontwikkeling van de katholieke Vlaamse studentenbeweging (1830-1894), 1987.

Verwijzingen

zie: Swighenden Eede.

Auteur(s)

Michiel de Bruyne; Lieve Gevers