Action française

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

nationalistische beweging die in Frankrijk, onder de Derde Republiek, de monarchistische traditie vertegenwoordigde, met als voornaamste spreekbuis het dagblad L'Action française (1908). Haar leider, Charles Maurras (1868-1952) werkte een grote politieke synthese uit, die diepgaande invloed uitoefende, zowel in Frankrijk als in het buitenland.

Uitgaande van een serie principes waarin katholieke, traditionalistische en positivistische elementen verwerkt waren, propageerde de Action française het 'integraal nationalisme', gekenmerkt door een pleidooi voor het herstel van de monarchie en door een onvoorwaardelijke strijd tegen het romantisme in al zijn uitingen, het liberalisme en de democratie in het algemeen, en tegen de parlementaire democratie in het bijzonder. Een uitgelezen schare medewerkers, waaronder de historici Jacques Bainville en P. Gaxotte, alsmede talrijke vrienden uit de periferie van de beweging, zoals Henri Massis en aanvankelijk ook Jacques Maritain en Georges Bernanos, gaven aan de Action française een uitstraling die tot ver buiten haar eigen kring reikte.

Ook in België viel reeds voor de Eerste Wereldoorlog een zekere sympathie waar te nemen, vooral dan in de nationalistische kringetjes van de hoofdstad en bij sommige vertegenwoordigers van de Belgisch-Franse literatuur. Het hoogtepunt van de maurrassiaanse invloed in België viel echter in de periode 1915-1927. Het werd gedragen door verscheidene elementen: het Belgisch nationalisme, dat tijdens de oorlog en onmiddellijk erna luidruchtig en aanvankelijk schijnbaar met succes aan zijn opmars in het Belgisch politiek bestel begon; de reële crisis van de democratie in de periode tussen de beide oorlogen, en de krachtige reactie die zich, van het laatste kwart van de 19de eeuw af, tegen het ideële fundament van de democratie aftekende; en ten slotte de moeilijkheid die sommige katholieken ondervonden om het snel veranderend maatschappijbeeld van hun 'gesloten' katholicisme uit te aanvaarden, wat eveneens aanleiding gaf tot het samenstellen van een 'katholiek' dossier tegen de democratie.

De invloed van de Action française in België was echter hoofdzakelijk een Franstalige aangelegenheid. De V.B. was deze openlijk vijandig gezind. De invasie van maurrassiaanse ideeën werd er gesitueerd in het kader van het Franse cultuurimperialisme ten opzichte van België. De sympathie voor de Action française had zich daarenboven dermate met alles wat in België aan Vlaamsvijandigheid voorhanden was geïdentificeerd, dat een positieve benadering van de Action française van de V.B. uit, louter emotioneel reeds bijna onmogelijk was geworden. Het nationalisme van Maurras en zijn volgelingen werd daarenboven als een verfoeilijk staatsnationalisme van de hand gewezen. Toen een groot deel van de Franstalige, voornamelijk katholieke, Belgische jeugd in de jaren 1920 in haar studie een kritiek van de staatsinstellingen en in haar pleidooi voor een 'sterk regime' in een sterke Belgische staat een steeds grotere plaats toekende aan de Action française, was de Vlaamsgezinde, al dan niet nationalistische jeugd vrijwel immuun voor Maurras en zijn school. Haar politieke interesse ging immers voor het grootste deel naar het probleem van de affirmatie van Vlaanderen in, of zelfs tegen, België. Het pleidooi voor een 'sterker gezag' paste overigens moeilijk in de strijd van de Vlaamsgezinde jongere generatie, die leefde in een duidelijke sfeer van opstand tegen het gezag, hetzij het officieel Belgische, hetzij dat van de bisschoppen. Een bijkomende belangrijke oorzaak van de Vlaamsgezinde vijandigheid ten opzichte van de Action française moet gezien worden in de duidelijk democratische en sociale gezindheid, zeker in de jaren 1920. De band tussen V.B. en christen-democratie was na de Eerste Wereldoorlog nog zeer voelbaar en als zodanig was deze ook de basis voor de grondige afkeer voor de Action française, die, vooral sedert de veroordeling van de Sillon, de christen-democratie in Frankrijk en België tekende. In de jaren 1930 evenwel liet de antidemocratische stroming ook in het Vlaams-nationalisme sporen na. Deze kwamen echter vooral tot uiting in integraal nationalistische groepjes, die geenszins representatief waren voor het hele Vlaams-nationalistische kiezerskorps. Verscheidenen van de meest vooraanstaande nationalistische volksvertegenwoordigers en partijmensen bleven zich trouwens verzetten tegen een principiële binding van het Vlaams-nationalisme met de 'Revolutie van Rechts', die toen opgang maakte. Met het 'fascistisch nationalisme', waarvan volgens de nationalisten de Action française een uiting was, wilden zij niets te maken hebben.

Toen in de loop van 1925-1926 in de Franstalige pers hevig geredetwist werd tussen pro- en contra-Action française, koos de V.B. in haar meest diverse richtingen eenparig partij voor de vervolgers van het maurrassisme en dit op basis van Vlaamsgezinde én democratische overwegingen. De katholieke nationalist Lodewijk Dosfel steunde actief de Brusselse advocaat en medewerker aan de La Libre Belgique, Fernand Passelecq, die zich als een van de voormannen van de campagne tegen de Action française had ontpopt. De Vlaamsgezinde volksvertegenwoordiger en latere minister Edmond Rubbens, die de maurrassiaanse beïnvloeding in België van nabij volgde en afkeurde, zag niettemin in dat de vervolgers van Maurras ietwat te driest te werk gingen door allerhande zinnen en citaten uit zijn werk uit hun verband te rukken.

Wanneer sommige Vlaamsgezinden op een zeker ogenblik meenden, dat er tussen de V.B. en de Action française toch affiniteiten mogelijk waren op basis van het regionalisatie- en decentralisatieprogramma van deze beweging, dan miskenden zij het oordeel van Maurras zelf over de V.B., een oordeel dat volledig overeenstemde met dat van de hevigste anti-Vlaamse krachten in België. Actief betrokken bij de Provençaalse Renaissance, de Ecole romane en de Felibrige, beweerde Maurras over dit Belgisch probleem met kennis van zaken te kunnen spreken. Het 'Vlaams dialect' of 'onderdialect' van het Nederlands bezat kwaliteiten en een verleden die geenszins betwist mochten worden, en niets was rechtvaardiger en noodzakelijker voor de helft van de Belgische bevolking die 'Vlaams' sprak, die mogelijkheden te bevestigen en te behouden die pure rechtvaardigheid waren, zoals het recht gehoord, toegesproken, bestuurd en geoordeeld te worden in de moedertaal. Doch volgens Maurras was dit reeds lang een gedane zaak. België had immers sinds jaren het nodige evenwicht gevonden in een tweetaligheidsstatuut dat aan iedere taalgroep het zijne toekende. Deze Belgische tweetaligheid was een feitelijke toestand waaraan niet te tornen viel, evenmin als aan de ongelijke waarde van de 'Vlaamse' en de Franse taal. De meelijwekkende en zelfs belachelijke eis tot gelijkstelling in België van het 'Vlaamse dialect' met de veel universeler Franse taal miskende de traditionele waarheden over de ongelijkheid van de naties en talen. Maurras zag in de eis van de V.B. de nefaste uitwerking van de romantiek en van het democratisch streven naar gelijkheid, ingeënt op een lokaal patriottisme. Maurras meende overigens dat de V.B., onder Duitse en Nederlandse invloeden, een reëel gevaar betekende voor het voortbestaan van de Belgische staat. In verband met de vernederlandsing van de Rijksuniversiteit Gent (onderwijs), een belangrijk programmapunt van de V.B., meende Maurras dat het Frans in België de universitaire taal moest blijven; elke achteruitgang van de Franse taal was een ongeluk voor de ontwikkelde wereld, een achteruitgang van de elite, een opmars van de niet gecultiveerde massa, een succes van de democratie.

In de Vlaamsgezinde vijandigheid was er toch één markante uitzondering in de figuur van Joris van Severen, volksvertegenwoordiger van de Frontpartij en later leider van 'zijn' beweging, het Verdinaso. Het was Louis Boumal (1890-1918), de gemobiliseerde Waalse literator, die als eerste Van Severen, tijdens een van de bijeenkomsten bij Maria Belpaire in De Panne, op het belang van de Action française wees. Van Severen behoorde toen reeds tot een kleine groep binnen de Frontbeweging die voor de Vlaamse ontvoogding weinig heil verwachtte van de parlementaire democratie; hierbij speelden toen echter evengoed invloeden van revolutionair-linkse zijde als van 'rechts'. De katholieke visie kreeg bij Van Severen vrij snel de bovenhand. Via het Franse katholieke reveil, dat in intieme relatie stond met het Franse nationalisme, belandde Van Severen bij de Action française, die in haar nationalistische maatschappijvisie een belangrijke plaats toekende aan een bepaald katholicisme, in zijn wereldlijke, sociale functie. Van Severen die een Vlaams-nationalisme op rooms-katholieke grondslag wilde voorzien van een complete maatschappijleer, ging uitgebreid te rade bij de Action française, en bij het neothomisme van Jacques Maritain, dat aanvankelijk in de kringen van de Action française met enthousiasme begroet werd. Het principieel antidemocratisme van de Action française versterkte nog de aantrekkingskracht op Van Severen. De latere Verdinaso-theorieën over solidarisme, overeenkomstig wat Van Severen meent de katholieke maatschappijleer te zijn, hadden vaak een duidelijke maurrassiaanse tint. Van Severen werd evenwel spoedig door velen van zijn Vlaams-nationalistische vrienden als een antidemocratisch buitenbeentje beschouwd, en met zijn maurrassisme is hij in hun rijen steeds een unicum gebleven.

Niettemin hebben anderen het Vlaams-nationalisme en de Action française in negatieve zin met elkaar verbonden. Reeds in september 1925 verbond de brief van Mgr. Gustave Waffelaert, die in oktober van datzelfde jaar door alle bisschoppen collectief werd ondertekend, het Vlaamse nationalisme met het nationalisme van de Action française, dat vooral bij de Franstalige katholieke jeugd aanhang kreeg, door beide stromingen in één adem af te keuren. De veroordeling door Rome van de Action française, vanwege de "atheïstische, paganistische en onzedelijke beginselen" van de beweging, werkte stimulerend op diegenen die ook het Vlaams-nationalisme door de katholieke banbliksems getroffen wilden zien. In de jaren 1929-1930 koesterde een aantal geestelijken, vooral in het bisdom Brugge, het plan een katholieke campagne te ontketenen tegen het Vlaams-nationalisme, naar het voorbeeld van de katholieke campagne tegen de Action française enkele jaren geleden. Een veroordeling van het Vlaams-nationalisme, aldus deze geestelijken, zou gemakkelijk te motiveren zijn op louter filosofisch-religieuze basis: het Vlaams-nationalisme zou op dogmatische dwalingen berusten. Met het oog op deze onderneming werd zelfs contact opgenomen met Passelecq, die in de campagne tegen de Action française met succes een dergelijke argumentatie gehanteerd had. Georges Colle, principaal van het college te Tielt, dacht er in 1929 over een werkje te publiceren waarin hij onder andere zou bewijzen dat het Vlaams-nationalisme wel degelijk verwant was met de Action française, waarmee het een reeks onjuiste filosofische principes gemeen had. Het bleef echter bij een idee.

Al hebben V.B. en Action française steeds tegenover elkaar gestaan, toch waren er Vlaamsgezinde kringen, vooral nationalistische dan, die, na afkeuring van Maurras' staatsnationalisme, van oordeel bleven dat hij "het nationalisme der 19de eeuw heeft helpen te boven komen, dat hij heeft bijgedragen om de betekenis van de blijvende normen en structuren te onthouden, en dat zijn werk vruchtbare bestanddelen bevat voor een betere volksnationalistische synthese" (Wim Grauls, 'Ch. Maurras en de Action Française', in Dietsland Europa, jg. 12, april 1967).

Literatuur

L. Dosfel, Verzameld Werk, V, z.j.; 
'La question du Flamand', in Action française (24 december 1922); 
E. Rubbens, Ch. Maurras. Eenige beschouwingen over zijn persoon, zijn werk en zijn invloed, 1925; 
J. de Lichtervelde, 'L'Action Française et la politique Belge', in Revue Générale (september 1925); 
P. Struye, 'L'engouement "Maurrassien" et notre jeunesse', in La Libre Belgique (10 augustus 1925); 
J. Serruys, Sous le signe de l'Autorité, 1935; 
E. Weber, Action Française, 1962; 
E. Nolte, Der Faschismus in seiner Epoche: Die Action Française, der Italienische Faschismus, der Nationalsozialismus, 1963; 
M. Cordemans, Edmond Rubbens, 1965; 
J. Stengers, 'Belgium', in The European Right, 1965, p. 128-167; 
P. Vandromme, Maurras. L'Eglise de l'Ordre, 1966; 
W. Grauls, 'Ch. Maurras en de Action Française', in Dietsland Europa, jg. 12 (januari, februari-maart en april 1967), p. 5-15, p. 11-17 en p. 19-23; 
J. Touchard, 'Action Française', in Encyclopedia Universalis, I, 1968; 
H.J. Elias, 25 jaar Vlaamse Beweging 1914-1939, III-IV, 1969; 
A.W. Willemsen, Het Vlaams Nationalisme. De geschiedenis van de jaren 1914-1940, 19692; 
E. Defoort, Charles Maurras en de Action Française in België, 1978.

Auteur(s)

Eric Defoort