Academie voor Geneeskunde van België, Koninklijke (KAGB)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

Vlaamse openbare wetenschappelijke instelling, opgericht bij Koninklijk Besluit van 7 november 1938.

De oprichting van de Vlaamse academiën – in 1938 kwam ook de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België tot stand – was een resultaat van het Vlaamse streven naar culturele autonomie. De jaarlijkse Vlaamsche Wetenschappelijke Congressen hadden de bewustmaking van de Vlaamse intellectuelen en de wetenschapsbeoefening in de eigen taal bevorderd, en zo de vernederlandsing van het hoger onderwijs gesteund. Naar het voorbeeld van de reeds bestaande Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde (1887) en in het kader van de eigen culturele ontplooiing ijverde de V.B. vervolgens voor de oprichting van eigen academiën. Voorstellen in die zin, gelanceerd door Vlaamse geleerden in de jaren 1920, leidden aanvankelijk niet tot resultaat. Pas in de late jaren 1930 werden de inspanningen met succes bekroond.

De vorm en het lidmaatschap van het Vlaamse Academiewezen vormden de inzet van langdurige besprekingen in de wetenschappelijke en politieke wereld. Inzake de vorm gingen de voorstellen van een uitbreiding van de bestaande Academies met Nederlandstalige afdelingen, over de oprichting van autonome Vlaamse instellingen naar het voorbeeld van de Franstalige Academies, tot een volledige herinrichting van het Belgisch Academiewezen met slechts één instelling voor alle wetenschappen met absolute gelijkheid tussen Vlamingen en Franstaligen.

In 1936 werd de eis voor een eigen Vlaams academiewezen in het regeringsprogramma ingeschreven. Frans van Cauwelaert nam het voortouw bij de verwezenlijking hiervan. Het op zijn initiatief door professor Frans Daels uitgewerkte voorstel werd uiteindelijk aangenomen. Leopold III ondertekende op 16 maart 1938 het oprichtingsbesluit voor de autonome Vlaamse Academie voor Wetenschappen en op 7 november 1938 werd eveneens bij Koninklijk Besluit de Koninklijke Vlaamse Academie voor Geneeskunde van België opgericht. De plechtige installatievergadering had plaats op 21 januari 1939.

De ideeën die bepalend zijn geweest bij de keuze van de structuur zijn eveneens doorslaggevend geweest bij de keuze van de eerste leden, namelijk de betrachting van gelijkwaardigheid en onafhankelijkheid. Dit heeft ertoe geleid elke inmenging van de Franstalige Academies bij de aanwijzing van de eerste kernleden af te wijzen en ligt aan de basis van de regel die een lidmaatschap van twee Academies verbiedt. Tot de stichtende leden behoorden dan ook radicale Vlaamsgezinden als Daels, Gustaaf Schamelhout, Frits Sano, Arthur de Groodt, Frans Meeuw en Leo Elaut. In 1939 werd de Nederlandse hoogleraar Hendrik Burger buitenlands erelid. De benoeming van een der titelvoerende leden, de oud-activist Adriaan Martens leidde tot grote politieke moeilijkheden, de val van de regering-Paul-Henri Spaak (9 februari 1939) en vervroegde parlementsverkiezingen (2 april 1939). Op de dag van de verkiezingen diende dokter Martens zijn ontslag in als Academielid.

Voor de Tweede Wereldoorlog kende de Academie grote huisvestingsproblemen. Doordat in het Paleis der Academiën geen plaats was, beschikte ze niet over lokalen voor een secretariaat en vergaderde ze in een huis op de Louizalaan. Pas in 1941 kwamen enkele lokalen in het Paleis beschikbaar. Door deze problemen bleven de activiteiten van de Academie beperkt tot de uitgave van een jaarboek. De eerste werkzaamheden van de Academie vonden plaats in de oorlogstijd, met alle moeilijkheden die eruit voortsproten en verliepen in stilte tot het einde van de oorlog.

Na de Tweede Wereldoorlog werd tot tweemaal toe de positie van de instelling in vraag gesteld.

Op 17 oktober 1945 riep minister van openbaar onderwijs Auguste Buisseret een vergadering samen van alle Koninklijke Academies in België. Hij verklaarde dat het bestaan van enerzijds Vlaamse en anderzijds Franstalige, maar in zijn ogen alle tweetalige academies, het nationale evenwicht hadden verbroken ten nadele van Wallonië. Nadien gingen in de pers stemmen op om de rechten van de Academie te miskennen en om een Waalse Academie op te richten. Daarop verspreidde de Academie een motie waarin zij stelde een nationale instelling te zijn met evenveel rechten als die van het Nederlands als nationale taal in België. Hiermee was de storm nog niet geluwd, want toen in de Kamervergadering van 14 mei 1947 de bespreking werd aangevat van het wetsontwerp inzake de toekenning van rechtspersoonlijkheid aan de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België, vroeg volksvertegenwoordiger Corneille Embise of er in België niet te veel academies en te veel academieleden waren en of dit aantal niet diende te worden verminderd. Minister van openbaar onderwijs Camille Huysmans beaamde dit en vroeg alle academies om advies voor hun hervorming. Zowel de Vlaamse Academie voor Geneeskunde als de Académie royale wees echter elke hervorming af en hierdoor bleef alles bij het oude.

De Academie verkreeg rechtspersoonlijkheid op 1 november 1945 door de wet van 11 juni 1946. Bij Koninklijk Besluit van 5 november 1963 werd de koning de hoge beschermer van de Academie en op 11 juli 1973 werd de vermelding 'Vlaamse' geschrapt uit de naam. Op die manier wou men vermijden dat de Academie zou degradeerd worden tot een regionale instelling.

Met de andere Vlaamse academies is de KAGB aangepast aan de federalisering van het land. In 1989 werd de overdracht van de kredieten van de nationale regering naar de Gemeenschappen doorgevoerd en sinds 1991 ressorteert de werking van de Academie onder het departement welzijn, volksgezondheid en cultuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. De academie oefent echter haar federaal gebleven bevoegdheden nog steeds uit. Haar leden worden op voorstel van de Vlaamse Regering door de koning benoemd.

Pas na de Tweede Wereldoorlog vertrok de Academie pas goed uit de startblokken. Haar statutaire opdracht is dubbel: een adviserend lichaam te zijn voor de regering in verband met de volksgezondheid, de beroepsuitoefening, het wetenschappelijk onderzoek en de wetenschappelijke vorming; de vooruitgang van de geneeskunde in brede zin te bevorderen, met inbegrip van de diergeneeskunde en de artsenijbereidkunde. De Vlaamse Academie deelt deze taak met haar oudere zusterinstelling, de Académie royale de Médecine: beide instellingen hebben in dit opzicht van het begin af samengewerkt.

De Academie bevordert de vooruitgang der medische wetenschap door bespreking en publicatie in haar verhandelingen van de wetenschappelijke werken die haar leden voordragen of die buitenstaanders aanbieden. In antwoord op vragen die haar door de regering gesteld worden ofwel op eigen initiatief, stelt de Academie verslagen op over administratieve en geneeskundige problemen die de uitoefening van de geneeskunde of de volksgezondheid betreffen. Een overzicht van haar activiteiten staat jaarlijks in een Jaarboek en Verslagen, terwijl wetenschappelijke geschriften gepubliceerd worden als Verhandelingen. Verder werkt de KAGB mee aan de uitgave van het Nationaal Biografisch Woordenboek dat een gezamenlijk project is van de drie wetenschappelijke Academies. Door het uitloven van prijzen, geput uit regeringsfondsen of haar toevertrouwde stichtingen, wil de Academie het wetenschappelijk onderzoek stimuleren en bekronen. In het Jaarboek verschijnt telkens het reglement en de uitslag van deze prijzen. Verder bevat het Jaarboek een algemeen jaarverslag.

Eén persoon heeft bijzondere verdiensten bij de uitbouw van de Academie: professor Albert Lacquet speelde een prominente rol tijdens de eerste zes decennia van de Academie. Bij de oprichting het jongste lid, werd hij meteen aangesteld tot voorlopig secretaris. Na de oorlog werd hij formeel bevorderd tot vast secretaris. In die functie stond hij 56 jaar aan het hoofd van de Academie. In 1994 werd hij opgevolgd door professor M. Bogaert.

In de opgang van de V.B. zijn de Vlaamse academies de bekroning van het hoger onderwijs in eigen taal; hun Vlaams karakter is het onderpand van hun zedelijke verbondenheid met het eigen volk; hun wetenschappelijke waarde is het werk van in het Nederlands gevormde geleerden.

Literatuur

Jaarboeken (1938/1939-); 
Plechtige herdenking van het tienjarig bestaan van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Geneeskunde van België op zondag 7 november 1948, z.j.; 
Jubileumboek van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Geneeskunde van België 1938-1963, 1963; 
J. Verhaeghe, De oprichting van Vlaamse Wetenschappelijke Academies. Beschrijving van een Vlaamse en Belgische besluitvorming, KUL, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1981; 
Acta colloquium De weg naar eigen academiën 1772-1938, 1982; 
Gouden jubileum van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Geneeskunde van België, 1988.

Auteur(s)

Sam van Clemen