AGALEV

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

is de Vlaamse representant van de groene of 'links-libertaire' partijen die op het einde van de jaren 1970 en in het begin van de jaren 1980 vrijwel overal in Europa ontstonden.

De Vlaamse groene partij kwam voort uit de 'herlevingsbeweging' Anders Gaan Leven rond de jezuïet Luc Versteylen. De kiemen van deze beweging lagen in het begin van de jaren 1970, maar pas in 1982 werd de partij AGALEV gesticht, na een lange en hevige discussie in de beweging over de opportuniteit van een aparte politieke formatie. De deelname van de herlevingsbeweging aan de verkiezingen van 1981 en het onverhoopt goede resultaat – 4,8% en drie verkozen mandatarissen – brachten de oprichting van de partij in een stroomversnelling. AGALEV werd een electoraal succes: bij elke nationale verkiezingsdeelname steeg het aantal stemmen, tot 7,8% in 1991. Maar de toename van het stemmenaantal nam telkens af. In mei 1995 verloor de groene partij voor het eerst (lichtjes). Sinds haar ontstaan breidde de partij zich sterk uit en professionaliseerde ze zich. Dat gebeurde op het ritme van de nationale en lokale verkiezingen. Nationale verkiezingen waren de katalysator voor nationale professionalisering, lokale verkiezingen voor het uitbreiden van het aantal leden en van de lokale aanwezigheid.

De Vlaamse en Belgische politiek is gestructureerd rond een aantal breuklijnen, diepgaande maatschappelijke tegenstellingen die politiek uitgekristalliseerd zijn en waarrond zich politieke groepsvorming heeft voorgedaan. De drie belangrijkste breuklijnen die de Belgische en Vlaamse politiek sinds het ontstaan van de Belgische staat animeren, zijn: de sociaal-economische, de levensbeschouwelijke en de communautaire. AGALEV profileert zich nauwelijks op die laatste breuklijn. De groene partij neemt immers in de eerste plaats positie in op, en ontstond uit, de nieuwe politieke breuklijn tussen de zogenaamde materialisten en postmaterialisten. Typisch voor deze breuklijn zijn onder meer de milieuthematiek, de derdewereldproblematiek en de vredesthematiek. Eigen aan nieuwe breuklijnen is dat ze door bestaande partijen en politieke groepen heen snijden. Zo verdeelt de breuklijn materialisme-postmaterialisme de Christelijke Volkspartij (CVP) in voor- en tegenstanders van een bepaalde milieumaatregel. Hetzelfde geldt voor de oude breuklijnen en de nieuwe partijen: de nieuwe partijen worden doormidden gesneden door breuklijnen waarrond ze niet ontstonden. Dat is zo met AGALEV en de Vlaamse problematiek. Onder meer dat probleem zal in deze bijdrage verder worden uitgewerkt.

Een laag communautair profiel

Dat AGALEV zich politiek niet sterk profileert rond de communautaire problematiek, blijkt onder meer uit haar teksten en pamfletten. In de beginselverklaring van AGALEV wordt met geen woord gerept over de Vlaamse problematiek; de woorden Vlaams of Vlaanderen komen er zelfs niet in voor. In het interne ledenblad Bladgroen was het, ondanks de inspanningen van Ludo Dierickx terzake, tot voor kort tevergeefs zoeken naar teksten, artikels en meningen over de communautaire problematiek. In de Stuurgroep en het Uitvoerend Komité, de hoogste partijorganen, werd nauwelijks over de Vlaamse kwestie gepraat. In AGALEV bestaat zowat over alles een werkgroep, behalve over de Vlaamse problematiek. Ook in de partijprogramma's van voor 1991 werd er nauwelijks aandacht aan besteed. Op AGALEV-congressen was de staatshervorming allesbehalve een omstreden onderwerp. In de meeste communautaire disputen hielden de groene parlementsleden zich afzijdig, hoewel Mieke Vogels in de Kamer en Dierickx en Magda Aelvoet in de Senaat zich in 1988 zeker niet onbetuigd lieten in het debat over de staatshervorming. In haar verkiezingscampagne voor de parlementsverkiezingen van 24 november 1991 onthield AGALEV zich, in tegenstelling tot alle andere partijen, van elke stellingname over het op dat moment erg actuele communautaire dossier. Bovendien zetten de AGALEV-lijsttrekkers de communautaire problematiek steevast onderaan in hun politieke prioriteitenlijst.

Dat beeld van AGALEV vindt zijn pendant in de opinies van de AGALEV-kiezers. Die vinden de communautaire problematiek onbelangrijk, althans in vergelijking met de kiezers van de andere Vlaamse partijen. Van alle kiespublieken schat dat van AGALEV de problematiek van de staatshervorming/federalisering (federalisme) het minst hoog in. Het recente werk van Bart Maddens en anderen over het natiebewustzijn van Vlamingen en Walen in 1991 draagt hiervoor bijkomende gegevens aan. Kiezers die vinden dat België het best zou verdwijnen, dat de deelgebieden de volledige staatsmacht moeten krijgen, dat de sociale zekerheid moet worden gesplitst enzovoort, noemen ze 'autonomisten'. Ze maken bijna 29% van het totale Vlaamse electoraat uit. AGALEV is niet bepaald populair bij deze uitgesproken Vlaams-nationale kiezers: slechts 5,7% van hen stemt op AGALEV, terwijl de groene partij in de gehele steekproef op 10,9% van de stemmen kan rekenen. Aan de andere kant doet AGALEV het ook niet echt goed bij de uitgesproken unitaristen, die vinden dat de Belgische staatsmacht opnieuw moet worden versterkt, dat de sociale zekerheid in geen geval mag worden gesplitst enzovoort. Ook in de ogen van de kiezers neemt AGALEV dus geen duidelijke plaats in in een van de kampen van de communautaire breuklijn. Een groot deel van het AGALEV-electoraat bestaat uit regionalisten en zogenaamde 'aarzelende regionalisten'.

Naast de al aangehaalde historische reden – AGALEV bevindt zich op een andere breuklijn – zijn er nog andere oorzaken voor het weinig uitgesproken communautaire profiel van de partij. In tegenstelling tot de andere Vlaamse partijen die de Vlaams-Waalse tegenstelling ofwel tot hun basisproblematiek mogen rekenen (Volksunie-VU), (Vlaams Blok) of die soms moeizaam uit een unitaire partij ontstaan zijn (CVP, Socialistische Partij (SP) en Vlaamse Liberalen en Democraten (VLD), is AGALEV van meet af aan een Vlaamse partij geweest. De ontstaangeschiedenissen van AGALEV en het Waalse Ecolo lopen misschien wel historisch parallel, maar hebben niets met elkaar te maken. Er bestonden over de Vlaamse identiteit van AGALEV dan ook geen complexen, men hoefde zich niet af te zetten. Er is zelfs eerder sprake van een omgekeerde beweging en van een toenemende toenadering tot Ecolo. Na de nauwe samenwerking in de gemeenschappelijke parlementaire fracties vanaf 1981 werd in 1994 een zogenaamd Federaal Bureau opgericht met vijf leden van elke partij. Daarin plegen beide Belgische groene partijen op een structurele manier overleg. Daarenboven werd beslist om de twee jaar een gemeenschappelijk congres te organiseren en ging men over tot het 'jumeleren' van Vlaamse en Waalse lokale groepen. Op 26 maart 1995 vond dan het eerste gemeenschappelijke AGALEV-Ecolo-congres plaats. Het handelde over de sociale zekerheid.

Ook het mondiale en per definitie grensoverschrijdende aspect van het ecologische gedachtegoed is aansprakelijk voor de weinig uitgesproken Vlaamse profilering van AGALEV. Jos Geysels, fractieleider in de Vlaamse Raad, stelt het zo: "Wat is de morele meerwaarde van een Vlaams huis als de rest van de wereld verkrot, wat is het nut van een eigen huis als staats- of taalgrenzen de vervuiling niet tegenhouden? Waar zit de ecologische meerwaarde van een Vlaamse kerncentrale?" Daarmee zijn we bij de houding van AGALEV tegenover de V.B. aanbeland.

AGALEV tegen de V.B.?

Als AGALEV zich op de een of andere manier in de Vlaamse problematiek profileert, is het vanuit de stelling dat de communautaire problematiek een "valse problematiek" is; die eist van de politieke klasse onnodig veel aandacht die beter naar de "echte problemen" zou gaan. AGALEV en Ecolo zijn het erover eens "dat dergelijke problemen absoluut niet prioritair zijn voor ecologisten en vaak kunstmatig worden opgeroepen of in stand gehouden door groepen die leven van de onenigheid tussen anderen". Tekenend in dat verband was de eenzame en symbolische onthouding van Geysels in december 1994 in de Vlaamse Raad bij het voorstel om voorbehoud aan te tekenen tegen de begroting van de Franse Gemeenschap. Geysels had net als alle andere leden van de Vlaamse Raad problemen met de geplande steun aan vermeende 'wallingantische' initiatieven in de Vlaamse rand rond Brussel (randgemeenten) en in Voeren, maar wilde "een nieuw rondje communautair opbod" vermijden.

Binnen de groene partij is er dan ook heel wat kritiek op de V.B. Aan de V.B. kleeft voor veel leden, militanten en kaders van AGALEV een extreem-rechts geurtje. Nationalisme en fascisme liggen voor hen dicht bij elkaar. AGALEV ziet in de V.B. nauwelijks een partner of een bondgenoot voor een vernieuwende politiek voor een "leefbaar Vlaanderen". Haar mobilisatiekracht is te klein, de beweging is "vermolmd" en heeft geen emancipatiekracht meer, ze bedient zich van "oubollige retoriek" en er zijn te veel groepen in de V.B. "die Vlaanderen willen degraderen tot een onverdraagzame, met speren en bijlen uitgeruste volksstam". Op grond daarvan en van de volgens AGALEV steeds sterker wordende eisen tot zelfbestuur in het IJzerbedevaartcomité, weigerde AGALEV in 1994 samen met de SP deel te nemen aan de IJzerbedevaart. De partij meent dat met het Sint-Michielsakkoord de eisen van de frontsoldaten (Frontbeweging) grotendeels gerealiseerd zijn. In een goedgekeurde resolutie van haar strategisch congres uit 1992 stelde AGALEV: "Als er Groenen zouden bestaan hebben ten tijde van de onderdrukking van de elementaire culturele en politieke rechten van de Vlamingen, dan zouden die ongetwijfeld een aantal belangrijke eisen van de Vlaamse Beweging hebben gesteund: onderwijs en staatsbestuur in de eigen taal; werk in eigen streek enz. AGALEV is ontstaan (als Vlaamse, niet als Belgische partij) toen de meeste van die eisen vervuld waren; logisch dat ze toen niet meer de hoofdbekommernis waren."

AGALEV pleit dan ook voor een voorlopige stop in de federalisering en is bijvoorbeeld gekant tegen een splitsing van de sociale zekerheid. De V.B. houdt zich volgens AGALEV te veel bezig met het uitbouwen van een 'eigen' ruimte, die volgens AGALEV simpelweg al verworven is, en veel te weinig met de vraag hoe die eigen ruimte nu moet worden opgevuld, met de kwaliteit van de eigen samenleving. Geysels beschrijft de belangrijkste thema's van de V.B. van de laatste jaren nogal schamper: de federalisering is voor hem "vooral uitgedraaid op een 'afrekening' van ouder wordende heren en dames met de Belgische politiek. Ze hebben hun jeugddroom gerealiseerd en de politieke macht verkaveld." Voor senator Dierickx was de Belgische federalisering niet meer dan een "institutionalisatie van twee nationalismen". De grootste kritiek van de groenen op de staatshervorming is dat de ziekten van het oude België gewoon op het nieuwe Vlaanderen werden overgedragen. Bij de staatshervorming van 1988 bestond het grootste deel van AGALEVs niet onaanzienlijk aantal tussenkomsten in de parlementaire debatten uit pleidooien voor het verhogen van het democratisch gehalte van de nieuwe Vlaamse 'staat', voor een duidelijke normenhiërarchie en voor een constitutioneel hof. Daarnaast meent AGALEV ook dat het probleem Vlaams-Brabant door de V.B. volledig verkeerd aangepakt wordt. In plaats van zich te verzetten tegen het verkopen van Vlaamse grond aan buitenlandse inwoners zou de V.B. zich beter verzetten tegen de onleefbare centralisatie van alle Europese instellingen in Brussel, aldus de groenen. Ten slotte zou het verzet van de V.B. tegen stemrecht voor niet-Belgen het omgekeerde effect hebben: het drijft hen in de armen van de Franstaligen.

De onderdelen van de V.B. die zich progressief opstellen en aansluiting vinden bij de zogenaamde nieuwe sociale bewegingen – voorbeelden zijn de pacifistische traditie binnen de V.B. (pacifisme), en het non-conformisme en de anti-establishmenthouding van de VU – konden en kunnen binnen AGALEV wel op heel wat sympathie rekenen.

Op grond van dat alles heeft AGALEV in Vlaams-nationale kringen het imago van een unitaristische en belgicistische partij, de laatste verdediger van het unitaire België. Dat is een foutieve inschatting. Twee uitspraken van AGALEV-kopstukken kunnen dat duidelijk maken. "Voor AGALEV kan de Belgische staat gestolen worden", schreef politiek secretaris Johan Malcorps in 1991. En fractievoorzitter Geysels stelde: "Het failliet van het oude België is dus voor ons geen alibi voor een oubollig unitarisme. Wij voelen ons niet geroepen om de breuken in het Belgische huis terug te cementeren." AGALEV is geen unitaristische partij, maar komt (stilletjes) op voor federalisme en regionalisme vanuit een internationalistische visie. In vele opzichten staat AGALEV daardoor dichter bij de VU dan de grote politieke families, zeker bij de VU van Bert Anciaux. VU en AGALEV organiseerden in mei 1994 dan ook een ontmoeting om de wederzijdse raakpunten af te tasten. Die verwantschap bleek trouwens ook op andere momenten, bijvoorbeeld bij de overstap van enkele ex-AGALEV-mandatarissen, zoals Guido Janzegers en Johan Pepermans, naar de VU.

Wordt AGALEV toch een Vlaamse partij?

Ondanks al die kritiek op de V.B. is de 'Vlaamse houding' van AGALEV de laatste jaren ingrijpend veranderd. Tot rond 1990 reageerde men steeds wat verkrampt op de communautaire disputen die zich op het Belgische politieke forum telkens weer voordeden. De Vlaamse groene partij had het veel moeilijker dan haar Waalse zusterpartij om zich in communautaire kwesties een houding aan te meten. Elk Vlaams nationalisme werd zonder meer afgewezen, een eigen Vlaamse culturele identiteit niet echt erkend.

Dat had onder meer te maken met de positie van Dierickx. Sinds 1981 was hij binnen AGALEV de onbetwiste ideoloog, dé denker over nationalisme, federalisme en natievorming. Als militant en activist in de Europese Federalistische Beweging (EFB) en als overtuigd internationalist was en is Dierickx een virulent tegenstander van alle vormen van nationalisme. Volksnationalisme noemt hij bijvoorbeeld steevast "collectief egoïsme". Als een van de enige parlementsleden stapte Dierickx mee op in de betoging tegen separatisme van 1993. In de loop van de jaren 1980 en 1990 traden andere parlementsleden – onder wie Aelvoet, Geysels en Vogels – op de voorgrond. Dat vertaalde zich in een andere houding van AGALEV tegenover Vlaamse kwesties. Op het strategisch congres van 27 juni 1992 durfde AGALEV zich voor het eerst een Vlaamse partij te noemen en werd ook voor het eerst positief over de V.B. gesproken. In de ontwerp-resoluties voor het congres luidde het: "AGALEV is een Vlaamse partij. We kunnen ons herkennen in de beginselen en de doelstellingen van een groot deel van de Vlaamse beweging. Maar anderzijds willen wij ook afstand nemen van dat deel van de Vlaamse beweging dat momenteel naar rechts en uiterst rechts opschuift. Vanuit ons ecologisch uitgangspunt erkennen we het belang van een eigen culturele identiteit en van een eigen regionaal beleid." In de uiteindelijk goedgekeurde resoluties werd de soep wel niet zo heet gedronken, maar toch: de belangrijke communautaire bocht was genomen.

AGALEV engageerde zich dan ook zonder complexen in de mislukte Dialoog van Gemeenschap tot Gemeenschap in de eerste helft van 1992 en steunde in 1993 het Sint-Michielsakkoord. Niet dat de partij daarmee een uitgesproken nationalistisch profiel heeft gekregen, verre van. Maar van het verpletterende internationalisme dat elke stellingname voor eigenheid en identiteit aan de kant schoof, werd duidelijk afgestapt. AGALEV steunde het Sint-Michielsakkoord trouwens vooral omdat de goedkeuring van deze staatshervorming op de politieke agenda eindelijk zou plaatsmaken voor de "echte problemen". Senator Dierickx, die in het partijblad een "eenzijdig internationalist" werd genoemd, werd terzijde geschoven. Hij verloor zijn stemgerechtigd lidmaatschap in de Senaatscommissie voor de herziening van de grondwet, de commissie waar de staatshervorming wordt besproken, omdat zijn ideeën over de staatshervorming niet overeenkwamen met het standpunt van AGALEV. In 1994 werd hij weggepolld als kandidaat voor het Europees Parlement. Toch bleef Dierickx nog even een rol spelen in de federaliseringsdiscussie in AGALEV. Hij mengde zich in de discussie naar aanleiding van het gemeenschappelijk AGALEV-Ecolo-congres begin 1995 over de sociale zekerheid en de eventuele splitsing ervan, maar hij verloor het pleit: beide groene partijen lieten toch een kleine opening voor een eventuele minimale gedeeltelijke splitsing. Dierickx stapte zwaar aangeslagen uit AGALEV en bood zijn diensten aan aan de SP.

Literatuur

De Groenen in het Parlement, z.j.; 
J. Malcorps, 'Van electorale wapenspelletjes tot communautaire oorlog', in Bladgroen, jg. 10, nr. 20 (11 oktober 1991), p. 3-4; 
J. Geysels, 'De NV België gaat er aan', in Bladgroen, jg. 10, nr. 3 (8 november 1991), p. 3; 
M. Swyngedouw, Waar voor je waarden, over de opkomst van AGALEV en het Vlaams Blok in de jaren '80 (ISPO-schrift 1, 1992); 
'Politiek congres AGALEV De Haan 27-28 juni 1992, Resoluties', in Bladgroen, jg. 11, nr. 10 (15 mei 1992), p. 1-4; 
'Goedgekeurde resoluties congres De Haan, 27 en 28 juni 1992', in Bladgroen, jg. 11, nr. 15 (24 juli 1992), p. 2; 
J. Tavernier, 'De sanktie voor Ludo Dierickx', in Bladgroen, jg. 11, nr. 21 (30 oktober 1992), p. 4; 
J. Geysels, 'Wat ruist er nog in het struikgewas?', in M. Vogels en J. Geysels, Politieke Herbebossing. Notities voor de 21ste eeuw, 1993, p. 91-102; 
S. Hellemans, 'Nieuwe sociale bewegingen in de Belgische politiek, een impressie', in Res Publica, jg. 35, nr. 2 (1993), p. 197-211; 
B. Maddens, Kiesgedrag en partijstrategie, 1994; 
B. Maddens, R. Beerten en J. Billiet, O dierbaar België? Natiebewustzijn bij Vlamingen en Walen, 1994; 
M. Elchardus, 'Gekaapte Deugden, over de nieuwe politieke breuklijn en de zin van "limieten", in Samenleving en Politiek, jg. 1, nr. 1 (1994), p. 20-27; 
S. Walgrave, Tussen loyauteit en selectiviteit. Over de ambivalente verhouding tussen nieuwe sociale bewegingen en groene partij in Vlaanderen, 1995.

Auteur(s)

Stefaan Walgrave